W. Peters, directeur van Cadans Enschede (2000)

Naar een nieuwe uitvoering van de sociale verzekeringen

Cadans staat voor een periode van ingrijpende veranderingen. De instelling zal in een nieuwe organisatie opgaan. Sommige taken zullen verdwijnen, andere zullen veranderen en ongetwijfeld zullen zich ook weer nieuwe taken aandienen. "Het is natuurlijk wel aardig om zo'n veranderingstraject te managen," zegt Wim Peters. "Want dat ons in de toekomst nog heel wat te wachten staat, dat staat vast." Wim Peters is sinds vier jaar directeur van Cadans Enschede.

De vijf huidige uitvoeringsinstellingen Cadans, GAK, GUO, SFB en USZO zullen opgaan in één uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen, het UWV. Wanneer dit gaat gebeuren, is nog onzeker, maar wellicht per 1 januari 2002. De uitvoeringsinstellingen krijgen daarnaast te maken met het CWI, Centrum voor Werk en Inkomen. Zo'n 120 CWI's in Nederland gaan met name voor ontslagwerklozen taken verrichten die nu nog door de uitvoeringsinstellingen en Arbeidsvoorziening worden uitgevoerd. Een derde ontwikkeling betreft de reïntegratie van arbeidsongeschikte werknemers. De verantwoordelijkheid daarvoor komt in belangrijke mate bij de werkgevers te liggen.

Begrip

De UWV-vorming, om daarmee te beginnen, is voor de uitvoeringsinstellingen zelf vanzelfsprekend het meest ingrijpend. Wim Peters heeft begrip voor de politieke motieven om de vijf UVI's in één UWV onder te brengen. Het belang van duidelijke grenzen tussen publieke en private verantwoordelijkheden en ook van een goede bescherming van persoonlijke gegevens mag immers niet worden onderschat. Peters verwacht daarnaast dat de UWV-vorming bepaalde efficiencyvoordelen met zich mee zal brengen. Een grote instelling kan bijvoorbeeld een afname van het WW-bestand zoals die zich nu voordoet, op personeelsgebied gemakkelijker opvangen dan een kleine instelling. Een grote instelling zal ook efficiënter kunnen omgaan met bijvoorbeeld het tekort aan artsen zoals dat nu speelt. In de dienstverlening verwacht Wim Peters verbeteringen doordat er een uniformering zal plaatsvinden, waarbij dan telkens uit de verschillende mogelijkheden de beste kan worden gekozen.

Haken en ogen

Volgens Wim Peters zitten er echter ook flink wat haken en ogen aan het functioneren van één grote UWV. In deze organisatie zullen uiteindelijk zo'n 15.000 medewerkers komen te werken en het zal niet eenvoudig zijn om die allemaal in korte tijd op één lijn te krijgen. Problemen kunnen zich ook op bijvoorbeeld het gebied van de sectorale belangenbehartiging voordoen. Sectorspecifieke omstandigheden worden nu nog door de Sectorraden onder de aandacht van het LISV gebracht, maar zullen misschien veel minder intensief aan bod kunnen komen binnen de sectoroverschrijdende Raad voor Werk en Inkomen zoals die in de huidige plannen is beschreven. "De integratie van vijf zelfstandige UVI's is denk ik een organisatieverandering die z'n weerga niet kent," zegt Wim Peters. "Het lastige is natuurlijk ook dat de verkoop tijdens de verbouwing door moet gaan. En daar waar we mensen hebben aangenomen vanuit de visie om naar privaat te gaan, zullen er ongetwijfeld ook weer mensen ons verlaten. Dat wringt natuurlijk wel en dat zal het moeilijk maken om de tent goed draaiende te houden. Bovendien hebben we de fusie van BVG en Detam achter de rug en zo'n proces verloopt natuurlijk ook nog wel eens stroef. Er zal daarom redelijk stevig aan de teugels moeten worden getrokken om dat allemaal in goede banen te leiden."

CWI's en reïntegratie

De vorming van de CWI's vervolgens, de centra voor werk en inkomen, zal voor de huidige organisatie van Cadans minder consequenties hebben. In feite komt de verandering erop neer dat ontslagwerklozen zich niet meer bij een uitvoeringsinstelling zullen melden, maar bij een CWI. Daar vindt dan de intake plaats en worden de formulieren samengevoegd die nodig zijn om tot een beoordeling te komen. De uitkering wordt vervolgens door de uitvoeringsinstelling vastgesteld en betaalbaar gesteld. De CWI's zullen zwaar op werk inzetten en betrokkenen eerst door een 'haag' van vacatures laten gaan voordat over een uitkering kan worden gesproken. Ook de keuzes die ten aanzien van de reïntegratieactiviteiten zijn gemaakt, zullen de verantwoordelijkheid van de uitvoeringsinstellingen eerder verlichten dan verzwaren. Het zijn immers de werkgevers die primair voor reïntegratie verantwoordelijk worden gesteld. De uitvoeringsinstellingen zullen pas in actie komen als het om echt langdurige arbeidsongeschiktheid gaat, dat wil zeggen niet eerder dan na vijf of zes jaar. Wim Peters: "We zijn nu met de aanbesteding van de 2001-trajecten bezig, dus voor de mensen die in 2001 zullen instromen. Omdat daar heel veel geld in omgaat, hebben we - gecoördineerd door het LISV - een Europese aanbesteding moeten doen. Er komen nu heel veel reïntegratiebedrijven, deskundige en bekende bedrijven maar ook een hele bult kleintjes, die daar een markt in zien. Net als bij de arbodiensten zullen we daar straks een samensmelting van zien tot een aantal grote landelijke organisaties die de reïntegratie regelen en waar de werkgevers en de UWV hun reïntegratietrajecten kunnen inkopen."

Wim Peters gaat met open vizier de nieuwe ontwikkelingen tegemoet, maar houdt wel rekening met koerswijzigingen die het hele krachtenveld binnen de sociale verzekeringen opnieuw sterk zullen veranderen. "Want wie zegt mij niet, dat het volgende kabinet nog eens naar de keuzes gaat kijken die het huidige kabinet in 2000 heeft gemaakt?"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 2000

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl