|
||
|
M.J.E. Wieles, hoofd certificatie van de Raad voor Accreditatie (2000)
Enkele bedenkingen bij een sterk CE-keurmerkHet CE-keurmerk op producten geeft aan dat die producten aan Europese fundamentele eisen voldoen op met name het gebied van veiligheid. Deze CE-keurmerken zijn in het algemeen fabrikanteigen verklaringen. Schuilt hierin wellicht een risico? Mogen consumenten zich wel optimaal beschermd weten tegen onveilige situaties als het CE-keurmerk op een product staat? Volgens Ed Wieles, hoofd certificatie van de Raad voor Accreditatie, doen zich in de praktijk geen grote problemen voor, maar kan het toch geen kwaad om attent te zijn op een lichtvaardige aanwijzing van 'notified bodies' en een 'uitmiddeling' van eisen door de consensusbenadering in de Europese Unie. CE (Conformité Européenne) werd circa vijftien jaar geleden als keurmerk op de markt geïntroduceerd. Het is de benaming van een aantal Europese directieven inzake fundamentele eisen waaraan producten en processen moeten voldoen. Deze directieven zijn door alle lidstaten in eigen wetgeving vastgelegd. De fundamentele eisen hebben met veiligheid, gezondheid en milieu te maken, maar nooit met bijvoorbeeld kwaliteit of functionaliteit. Inmiddels zijn er voor meer dan twintig productgroepen zulke directieven ontwikkeld. Alleen producten die aan de beschreven fundamentele eisen voldoen, krijgen het CE-keurmerk en mogen op de Europese markt worden gebracht. Op een enkele uitzondering na zijn CE-keurmerken altijd fabrikanteigen verklaringen dat het product aan de fundamentele eisen voldoet. Fabrikanten mogen die verklaringen zelf afgeven nadat ze bepaalde maatregelen hebben genomen. Bij eenvoudige producten kunnen zij daarbij volstaan met bijvoorbeeld het bijhouden van een technisch dossier over uitgevoerde controles, maar bij meer ingewikkelde producten en processen kan het nodig zijn om controles door een 'third party' uit te laten voeren, dus door een onafhankelijke partij. 'Notified bodies'In de Europese lidstaten zijn bepaalde testlaboratoria, inspectie-instellingen en certificatie-instellingen aangewezen, de zogenoemde 'notified bodies', die zulke 'third party assessments' mogen uitvoeren. De bevindingen van deze instellingen worden in alle Europese lidstaten overgenomen. De importeur van een product uit Korea bijvoorbeeld hoeft maar één 'notified body' dat product te laten beoordelen om vervolgens met het CE-keurmerk erop geplakt de hele Europese markt op te mogen. Om in Nederland door het verantwoordelijke ministerie als 'notified body' te kunnen worden aangewezen, moet de desbetreffende instelling in principe aan de relevante normen in de EN 45000-serie voldoen en op dat punt door een MLA-accreditatieinstelling, bijvoorbeeld de Raad voor Accreditatie, geaccrediteerd zijn. In sommige lidstaten echter gaat de overheid niet volgens die weg te werk en is het onduidelijk op welke gronden de desbetreffende regering 'notified bodies' aanwijst. "En dat is dan meteen ook een zwak punt in het CE-markeringssysteem," zegt Ed Wieles, hoofd certificatie van de Raad voor Accreditatie. Op hetzelfde niveau"Helaas gaan nog niet alle lidstaten op dezelfde manier te werk," vervolgt Wieles. "Welk criterium bijvoorbeeld de Griekse overheid gebruikt om te notificeren, weten we niet precies. Een fabrikant van pleziervaartuigen, een van de producten waarvoor een CE-keurmerk nodig is, gaat gewoon naar een inspectie-instelling die door de Griekse overheid is aangewezen. Daar kennen ze het begrip accreditatie nog nauwelijks. Dus of die inspectie-instelling van hetzelfde niveau is als bijvoorbeeld in Duitsland of Nederland, zouden we ons mogen afvragen. Toch verstrekt die instelling een inspectierapport op basis waarvan de fabrikant zijn CE-markering mag aanbrengen." Volgens Ed Wieles betreft het hierbij geen probleem waarmee de accreditatiewereld dagelijks wordt geconfronteerd. De meeste bedrijven zijn immers niet enkel op de CE-markering uit, maar willen ook toegevoegde waarde uit de inspectie of het certificatieonderzoek halen en wensen dus dat er wat dat betreft een goed stuk werk wordt geleverd. "Toch wordt door sommige partijen nogal in twijfel getrokken," aldus Wieles, "of de CE-markeringssystematiek in Europa wel helemaal goed werkt. Daarom wordt er op verschillende fronten alles aan gedaan om alle Europese lidstaten op hetzelfde niveau van accreditatie te krijgen. Dat proces moet groeien, daar hebben we nog wel een paar jaar voor nodig." UitmiddelingOnduidelijke notificatiecriteria vormen voor het CE-markeringssysteem geen directe bedreiging. Dit is evenmin het geval met het fenomeen 'uitmiddeling', maar Ed Wieles signaleert daarbij toch ook een potentiële zwakte van het systeem. Hij zegt: "Het is de vraag of de fundamentele eisen die men in Brussel heeft vastgesteld, als gevolg van de 'consensusbenadering' niet enigszins zijn afgezwakt. De lidstaten moeten het met elkaar eens zijn en aan het eind van de onderhandelingsprocessen kan er best iets magers overblijven. Je kunt je daarom afvragen of de fundamentele eisen van een niveau zijn waarop de consument werkelijk voldoende wordt beschermd. Of hebben de West-Europese landen, waar men veel meer dan in de Zuid-Europese landen aan consumentenbescherming is gewend, een stuk moeten inleveren? Bij verdergaande harmonisatie zou deze uitmiddeling een zwak punt kunnen zijn, zeker omdat het landen verboden is om eenzijdig strengere eisen te stellen. En op mondiaal niveau zouden de problemen nog groter worden. De eisen die wij in de Westerse maatschappij aan veiligheid stellen, kunnen we natuurlijk nog lang niet aan een land als India gaan opleggen." Verschenen in: Business HighLights van Revue Arts, 2000 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |