|
||
|
H. Berg, landschapsarchitect dienst Landelijk Gebied ministerie van LNV (2000)
De N391: een accent in het RoswinkelerveenDe N391 is op een bijzondere manier in het Emmense veenkoloniale landschap ingepast. Doordat het project een deel van een groter geheel is, kon er een doordacht landschapsplan voor worden gemaakt. Dit landschapsplan werd ontworpen door Harry Berg, landschapsarchitect BNT van de Dienst Landelijk Gebied in Drenthe van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en door Lonneke van de Goor, destijds landschapsarchitect van de provincie Drenthe. Een gesprek met Harry Berg over het landschapsplan voor de N391. De aanleg van de N391 en de inpassing daarvan in het landschap moet in het bredere perspectief worden gezien van de herinrichting van Oost-Groningen en de Drents-Groningse veenkoloniën. Dit grote project betreft het hele gebied tussen Delfzijl in het noorden en Schoonebeek in het zuiden. Er zijn zeven deelgebieden in onderscheiden, waaronder het deelgebied Emmen. Het project is niet alleen op de herinrichting van het landelijk gebied gericht, maar omvat ook diverse plannen voor stads- en dorpsvernieuwingen. Het project werd tussen 1985 en 1990 voorbereid en is daarna in uitvoering gegaan. Harry Berg heeft voor het hele gebied het landschapsplan gemaakt en het lag daarom voor de hand dat hij door de provincie Drenthe werd ingeschakeld om ook het landschap rond de N391 te ontwerpen. Roswinkelerveen"Toen we met de herinrichting aan de gang gingen," vertelt Harry Berg, "was het duidelijk dat ergens in de periode van uitvoering de N391 er zou komen. Op de kaarten uit die jaren is het globaal bekende tracé daarom al met een stippellijn aangegeven. De invulling van het landschapsplan in de onmiddellijke omgeving van dat tracé hebben we destijds uitgesteld tot de weg in uitvoering kwam. Wel had ik al een apart plan voor de omgeving van Roswinkel gemaakt. Roswinkel is ten opzichte van het omringende jonge veenkoloniale landschap een oude enclave. Het ligt op een zandrug en heeft historisch meer binding met het Westerwoldse landschap dan met het Emmense. Daarom heb ik wat landschapselementen ontworpen die de bijzondere kenmerken van deze randveenontginning - de opstrekkende verkaveling en de dubbele ontginningsas - accentueren. Verder is de omgeving van de de N391 onderdeel van een zeer grootschalig en open veenkoloniaal landschap. Het is een van Nederlands grootste ruimtes, zo'n vier kilometer breed. Als het in het voorjaar droog is en het wat gaat waaien, dan geeft dat enorme stofwolken die gigantische vormen kunnen aannemen. Het hele gebied is landbouwgebied, met hoofdzakelijk aardappelen, bieten, haver en gerst. Deze grote open ruimte wordt aan twee kanten duidelijk begrensd, aan de ene kant door een niet erg dichte lintbebouwing van wat huizen en boerderijen en aan de andere kant door een zwaardere rand van bebouwing, een dubbel lint met huizen en bomen aan beide kanten van een water." Het bestaande versterkenBij de inpassing van de weg in het landschap, volgens het tracé zoals dat provincie dat had vastgesteld, hebben Harry Berg en Lonneke van de Goor eerst naar de bestaande beplanting gekeken. Nabij Ter Apel is er wat begroeiing, rond Roswinkel is er het beplantingsplan dat voor een deel nog moet worden uitgevoerd, even verderop is er een wat ouder eikenbosachtig stukje en nog meer richting Emmen ligt er een jong snelgroeiend bosperceel met populieren en kerstdennen. Bij het opstellen van het landschapsplan werd het hoofduitgangspunt gehanteerd dat de bestaande landschapskenmerken moesten prevaleren boven de aankleding van de N391. De hoofddoelstelling van het landschapsplan voor het deelgebied Emmen is immers het versterken van die bestaande landschapskenmerken, dat wil zeggen het landschappelijk verdichten van de bebouwingslinten (door weg- en erfbeplanting) en het visueel open houden van de grootschalige open agrarische ruimte. Dit betekende dat de nieuwe weg slechts een klein accent in het landschap zou krijgen en dat er dus weinig hoog opgroeiende beplanting moest worden aangebracht. KamersOver het landschapsplan zoals dat uiteindelijk is ontworpen, vertelt Harry Berg: "De weg loopt als het ware door een aantal 'kamers' met een bestaande omranding van begroeiing: de eerste bij Ter Apel waar de weg begint, vervolgens een kleinere kamer na de rotonde bij Roswinkel en tot slot een kamer die een onderdeel is van de grote open ruimte. In principe zijn de randen van die kamers ongewijzigd gebleven. Bij Emmen is er wat begroeiing langs verkavelingslijnen die loodrecht op de weg te staan en ook dat hebben we zichtbaar willen houden, dus ook daar hebben we geen beplanting langs de weg aangebracht. In de weg liggen vier rotondes, die we door de landschappelijke aankleding ieder een eigen gezicht hebben gegeven. Bij de eerste rotonde, de T-aansluiting met de bestaande provinciale weg in Groningen, is het aangrenzende driehoekige terrein als een boomweide ingeplant. De buitenbocht na de rotonde wordt begeleid door een lage grondwal zonder opgaande beplanting. De tweede rotonde, bij Roswinkel, komt in een raamwerk van brede bosvakken te liggen. Deze bosvakken waren voor een groot deel al in het landschapsplan voor het deelgebied Emmen opgenomen. De derde rotonde, bij de Pottendijk, heeft een besloten sfeer gekregen door het aanbrengen van boombeplanting direct rond de rotonde. Bij de vierde rotonde tot slot is door het aanbrengen van boombeplanting de bestaande verkavelingsrichting van oost naar west geaccentueerd." LandschapskunstDe N391 is voor een deel langs hoogspanningsleidingen aangelegd. De hoogspanningsmasten geven dat deel van de weg het aanzicht van een laan met 'mammoetbomen' erlangs. Een bijzonder punt in het landschap is het kruispunt van hoogspanningsleidingen waar de weg naar Emmen draait. Dit punt heeft bij de uitwerking van het landschapsplan bijzondere aandacht gekregen. De desbetreffende hoogspanningsmast heeft maar liefst vijf armen en door de positie ervan langs de weg is er haast sprake van 'landschapskunst'. De buitenbocht van de weg wordt, net als aan de kant van Ter Apel, door een verhoogde grondwal begeleid. Deze wal is ter plaatse van de hoogspanningsmast onderbroken, waardoor een opening is ontstaan naar een soort driehoekig vestingwerk met een wal en een gracht. Harry Berg: "Deze gracht wordt gevuld door kwellend water vanaf de Hondsrug. Dat is heel schoon water en dus interessant voor de natuurontwikkeling. We gaan er niets planten, maar laten alles op een natuurlijke manier ontstaan. Na een jaar of drie zullen daar vanzelf allerlei leuke ontwikkelingen komen." NatuurbouwstrookHet principe van laten groeien wat er wil groeien en alleen de begroeiing qua hoogte beperkt houden, wordt ook toegepast in de natuurbouwstrook langs de noord- en westzijde van de weg. Deze strook is een onderdeel van een veel groter systeem van ecologische verbindingen tussen de Hondsrug en Ter Apel. De natuurbouwstrook langs de N391 varieert in breedte van minimaal 15 meter tot maximaal ongeveer 70 meter. Deze maximale breedte doet zich twee keer voor, namelijk bij de aanwezige boselementen parallel aan de weg. Ter plaatse van kruisende watergangen zijn op diverse plaatsen faunapassages onder de weg aangelegd. Harry Berg: "In de verbrede bermen langs de weg krijgt de ecologie extra aandacht. Na de aanleg van de weg is er in deze bermen wat grondverzet gepleegd, om er lagere en hogere plekken te maken, zodat er verschillende soorten milieus kunnen ontstaan: natte veenachtige delen en droge verschraalde zandgebiedjes. Zo hier en daar tegen de bestaande bosranden aan zullen we nog een paar elzen en wilgen planten, maar voor de rest mag de strook zichzelf ontwikkelen. Alleen moet het af en toe eens worden gemaaid, want als je niets doet, dan wordt alles bos." Het landschapsplan voor de Drents-Groningse veenkoloniën en voor het deelgebied Emmen in het bijzonder, met de nadere detaillering daarvan voor het Roswinkelerveen in de vorm van de opgroeiende 'kamers', de beplanting nabij de vier rotondes en de natuurbouwstrook, hebben van de N391 werkelijk een natuurlijk geheel gemaakt! Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 2000 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |