A.A. Vermeulen, voorzitter van het bestuur Kamer van Koophandel West-Brabant (2000)

Noblesse oblige voor Breda

De voorzitter van het bestuur van de Kamer van Koophandel West-Brabant, A.A. Vermeulen, kent de bedrijvigheid in de regio als weinig anderen. Hij is vanzelfsprekend blij met de grote kansen en de gunstige ontwikkelingen die zich momenteel voor het bedrijfsleven voordoen. Niettemin wil hij ook enkele kanttekeningen plaatsen, met name bij de verschuiving van industrie naar dienstverlening, de schaarste aan bedrijventerreinen, de ontwikkeling van de stationslocatie in Breda en tot slot de rol van Breda als 'capital' van West-Brabant. "Adel verplicht," zo zegt hij.

De verschuiving van industrie naar dienstverlening, die zich overigens niet alleen in Breda, maar natuurlijk in de hele Nederlandse samenleving aftekent, baart Vermeulen op zich geen zorgen. Arbeidsintensieve activiteiten kunnen nu eenmaal beter in lagelonenlanden worden uitgevoerd en kennisintensieve activiteiten beter in West-Europa. Het heeft natuurlijk geen enkele zin om tegen dit proces van internationale arbeidsverdeling in te gaan. "Wel vind ik," zegt Ton Vermeulen, "dat we moeten koesteren wat we nog aan industrie hebben, want de industrie is de basis voor dienstverlening. Dienstverleners die zich hier vestigen, hebben graag dat ze een behoorlijk gedeelte van hun omzet in de omgeving kunnen vinden. Daarom moeten er productiebedrijven in de regio zijn, die bij voorkeur exporteren en dus geld uit het buitenland naar hier halen. Vervolgens heb je dan een goede dienstverlening nodig, in de vorm van banken, verzekeraars, accountants, advocaten, notarissen, organisatieadviseurs, ICT en noem maar op."

Ruimte is schaars

"Ook voor die dienstverlening moeten faciliteiten worden gecreëerd," vervolgt Vermeulen, "niet alleen in de binnenstad, maar ook op bedrijventerreinen en die zijn schaars in en rond Breda. Er is nog wel wat ruimte, maar daar gaat het erg hard mee. Het bedrijventerrein Hoogeind II dat nu in de verkoop komt, zal zeer snel zijn uitverkocht, want het 'stuwmeer' van aanvragen ervoor is vele malen groter dan er ruimte beschikbaar is. Hetzelfde geldt voor het bedrijventerrein Steenakker bij het NAC-stadion. Dat terrein is in ontwikkeling, er zijn nog wat procedurele problemen, maar dat zal ook snel weg zijn. Andere terreinen zijn al praktisch helemaal verkocht of zijn specifiek op distributie of 'food' gericht. Na de aanleg van de hogesnelheidslijn komt er nog een strook grond aan de westkant van de stad beschikbaar, maar dat is pas in 2005. Er komt dus een grote nood en wat dat aangaat is de situatie zorgelijk."

Gehaaide jongens

Een hoofdstuk apart is de ontwikkeling van de stationsbuurt in Breda. Vermeulen noemt het 'the opportunity' voor de stad in de komende jaren, met het oog op de woningbouw die daar zal plaatsvinden, maar natuurlijk ook gelet op de vestigingsmogelijkheden die er voor bedrijven zullen komen. "Mij gaat het erom dat iedereen tussen zijn oren krijgt hoe belangrijk dat project is," zegt Vermeulen. "Het zal ook een heel moeilijk project worden, dat we heel goed zullen moeten managen. Degenen die er bij de gemeente verantwoordelijk voor zijn, zullen heel goed moeten kijken of de organisatie die zij hebben - en over die organisatie wil ik niets negatiefs zeggen - voldoende toegesneden is om zo'n kolossaal project te managen. Misschien is het nodig om daar toch wat meer capaciteit op te zetten. Want degenen die daar uiteindelijk gaan bouwen, de grote projectontwikkelaars, zijn in het algemeen zeer gehaaide jongens, op wie men heel goed moet letten. Ik wil niet zeggen dat ik me er echt zorgen over maak, maar ik waarschuw ervoor heel goed bij de les te blijven. Anders krijg je een ontwikkeling die je misschien net niet wilt.

Adel verplicht

Bij dit alles zal Breda niet alleen op de eigen positie en mogelijkheden moeten letten, maar zeker ook op de kansen die al of niet in de rest van de regio ontstaan. Breda is met 155.000 inwoners behoorlijk groter dan Roosendaal (75.000 inwoners) en Bergen op Zoom (50.000 inwoners) en heeft daarom de functie van 'capital' van West-Brabant. "Die functie moet Breda waarmaken," zegt Vermeulen tot slot. "Adel verplicht. In de rol van hoofdstad mag Breda niet te dominant zijn, maar moet ze richting durven geven. Breda mag de partners in West-Brabant, met name Oosterhout, Etten-Leur, Roosendaal en Bergen op Zoom, niet van zich vervreemden. In het verleden is Breda niet zo extravert geweest. Er is een periode geweest dat het Breda voor en na was en verder was er niets. Zo'n houding moet je natuurlijk niet uitstralen. Je moet coöperatief met je partners omgaan, waarbij je je eigen positie absoluut niet hoeft te laten ondersneeuwen. Gelukkig is dat in de laatste jaren behoorlijk veranderd - ik heb daar in ieder geval de laatste tijd geen klachten meer over gehoord."

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 2000

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl