|
||
|
D. van Ouwerkerk, architectenbureau Van Ouwerkerk Geesink (2000)
Classisistisch met Jugendstil en nu zo goed als nieuwVan een stadsvilla een bankkantoor maken, zonder de architectuur van het pand geweld aan te doen, is voor een architect geen eenvoudige, maar daarom wel een uitdagende opgave. Voor Architectenbureau Van Ouwerkerk Geesink BNA in Arnhem was de vernieuwing en uitbreiding van het pand in Breda de eerste opdracht van F. van Lanschot Bankiers. Het zeer fraaie resultaat heeft ertoe geleid, dat het bureau gevraagd is om ook de aanpassing van andere kantoren van de bank ter hand te nemen, onder meer in Dordrecht, Rotterdam en Arnhem. Hetgeen architect Dick van Ouwerkerk in november 1997 in Breda aantrof, omschrijft hij bij nader inzien als 'een redelijke puinhoop'. Op het eerste gezicht zag het pand er mooi uit, maar nader onderzoek maakte duidelijk dat de kwaliteit van de bouw destijds al (rond 1900) matig moet zijn geweest en dat het gebouw sindsdien behoorlijk was verwaarloosd. Muren waren door intrekkend vocht zo goed als verpulverd, de houten balklagen van de kapconstructie waren onvoldoende stevig en bouwtechnisch en ook esthetisch 'rammelde' het pand aan alle kanten. Bovendien had het een monsterlijke aanbouw, in de vorm van een grote doos, die aan de uitstraling van het gebouw veel afdeed. "Aan het bouwproces moest daarom ingrijpend sloopwerk voorafgaan," aldus Van Ouwerkerk. "Op een gegeven moment stond er alleen nog een casco overeind. Maar vervolgens is het pand opnieuw opgetrokken, in dezelfde stijl en met een nagenoeg ongewijzigde hoofdstructuur." Inventieve oplossingNiemand was er rouwig om dat de oorsponkelijke aanbouw zou verdwijnen. Wel betekende het dat er een nieuwe aanbouw moest komen, omdat het hoofdgebouw zelf de circa 35 medewerkers van de bank veel te weinig werkruimte bood. Eigenlijk was 1.300 kubieke meter extra nodig, maar doordat het vigerende bestemmingsplan slechts een uitbreiding van 20% toestond, kon in de aanbouw amper 700 kubieke meter worden gerealiseerd. Een meer nauwkeurige lezing van het bestemmingsplan leverde echter op, dat deze uitbreidingsnorm uitsluitend op de ruimte vanaf maaiveld betrekking had, hetgeen een inventieve oplossing mogelijk maakte. Het gebouw werd van een souterrain voorzien, met een mooie lichtinval, doordat het buitenterrein naar beneden glooiend werd gemaakt. Met een uitsparing daarin kon als het ware het effect van een patio worden gerealiseerd. Van Ouwerkerk: "Zo konden we de uitbreiding die nodig was binnen het bestemmingsplan realiseren en was er dus geen bestemmingsplanwijziging nodig. Dat was een groot voordeel, omdat in die beginfase, eind 1997, ook de gemeente nog vraagtekens had bij de vestiging van een bank in het gebouw. Later, toen uitgelegd was dat de bank niet veel autoverkeer zou aantrekken en dat Van Lanschot in het algemeen haar gebouwen ongelooflijk mooi en perfect laat maken, hebben we van de gemeente Breda alle medewerking gekregen." Deze coöperatieve houding heeft overigens niet betekend dat de door Van Ouwerkerk ontworpen aanbouw zonder slag of stoot kon worden gerealiseerd. De commissie van welstand en monumenten in Breda vond zijn eigentijdse ontwerp te confronterend en drong aan op wat meer ingetogenheid, zodat de aanbouw echt ondergeschikt aan het hoofdgebouw zou zijn. "Als architect ben je dan eerst teleurgesteld," zegt Van Ouwerkerk, "maar daarna denk je: misschien hebben ze toch wel een beetje gelijk. Eigenlijk tegen de zin van de bank, die heel enthousiast over het eerste ontwerp was, hebben we het plan toen gewijzigd. Uiteindelijk is iedereen ook met het gewijzigde plan zeer ingenomen en zelf ben ik er ook niet rouwig om. Het is een heel rustig ontwerp, een ondergeschikte toevoeging, die zich heel goed naar het hoofdpand voegt." Sfeer handhavenDe vestiging van een bank in een vooroorlogse stadsvilla brengt tal van specifieke aanpassingen op het gebied van inbraak- en brandbeveiliging met zich mee. Wat de brandbeveiliging betreft, moest bijvoorbeeld aan de achterzijde van het gebouw een noodtrap worden aangebracht. De inbraakbeveiliging heeft vooral te maken met de toegankelijkheid van het pand, niet alleen van buiten naar binnen, maar ook vanuit de centrale hal waar de balie is gevestigd, naar overige ruimten in de bank. Een adequate afsluiting van deze andere ruimten is noodzakelijk, maar moet zo min mogelijk ten koste van het interieur en de architectuur gaan. In Breda is dit probleem onder meer met behulp van elektrisch afsluitbare glazen deuren opgelost, onopvallend, maar effectief. De inbraakbeveiliging brengt ook met zich mee dat de ramen niet kunnen worden geopend en dat het pand dus niet op een natuurlijke wijze kan worden geventileerd. Voor zowel koeling als verwarming is daarom airconditioning nodig. Van Ouwerkerk: "Dat betekent dat er behoorlijke pijpen en leidingen door zo'n pand moeten worden getrokken. Op de begane grond, die met de entree, de hal en de spreekkamers meestal het meest representatief is, hebben we dat in de kruipruimte van het gebouw kunnen oplossen. Op hogere verdiepingen is het onvermijdelijk dat die luchtkanalen boven de plafonds worden aangelegd en moet je die plafonds dus zo'n dertig à veertig centimeter gaan verlagen. Wij hebben daar een systeem voor bedacht waar men heel enthousiast over is - het is zo mooi dat ik het bijna zou patenteren - en dat we nu in nog meer panden van Van Lanschot gaan toepassen. Bij dit systeem kunnen we het middenvak van zo'n oud stucwerkplafond intact laten, ook de ornamenten kunnen erin blijven, en voor de randen hebben we dan verdekt bevestigde houten panelen waar de leidingen achterzitten. Op de paar plaatsen waar het plafond voor een raam kwam, hebben we onopvallende inkassingen gemaakt, zo bescheiden mogelijk." Een beeldbepalend monumentDick van Ouwerkerk vindt het belangrijk dat stadvilla's als het White House in Breda, door het consistente huisvestingsbeleid van Van Lanschot Bankiers, voor de slopershamer bespaard blijven. Hij zegt: "Het pand verdient het om op de monumentenlijst te worden geplaatst. Dit type architectuur, classisistisch met hier en daar in wat mindere mate Jugendstil-motieven, kom je niet zo veel tegen in Nederland. Bovendien staat het op een prachtige locatie en is het ontzettend beeldbepalend. Bredanaars kennen het White House bij het Mastbos en weten meteen waarover je praat. Haal je dat neer en zet je er een nieuw pand voor in de plaats, dan gaat er toch een stuk geschiedenis verloren. Ik vind het daarom voor een stad heel belangrijk dat zulke beeldbepalende gebouwen zo lang mogelijk worden hergebruikt, door er een nieuwe, maar wel geëigende bestemming aan te geven. Als dat lukt, zoals nu in Breda, dan is dat fantastisch en dan voelen mensen zich daar prettig bij." Dick van Ouwerkerk is zeer tevreden over het eindresultaat en geeft in dat kader ook de 'credits' aan de aannemer, Winters Bouwbedrijf uit Breda, en in het bijzonder aan de uitvoerder van dit bedrijf Kees Arkestein, evenals aan technisch adviseur Gerard Tersteeg van GTS. "Het was een ontzettend arbeidsintensief werk," aldus Van Ouwerkerk tot slot, "een zeer lastige klus, die echter tot een heel goed einde is gebracht. Voor een aanbouw aan een monumentaal pand op zo'n prachtige locatie kun je wel vooraf tekeningen en maquettes maken, maar toch hou ik nog altijd mijn hart vast. Pas als het er staat, kun je zien of het goed is of niet. Bovendien bouw je altijd voor een opdachtgever en als die het mooi vindt, en als ook de mensen die in de buurt wonen het een aanwinst vinden, dan kun je zeggen dat je je werk goed hebt gedaan." Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 2000 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |