|
||
|
J. van Dijk, voorzitter van de VOAM (1999)
Inventarisatieplicht brengt duidelijkheid in de marktVoor de onderzoeksbureaus en laboratoria in de asbestmarkt staan er belangrijke ontwikkelingen voor de deur. Neem alleen al de inventarisatieplicht in niet-sloopsituaties. Deze kan leiden tot de noodzaak om tienduizenden gebouwen in Nederland op de aanwezigheid van asbest te laten onderzoeken. De onderzoeksbureaus en laboratoria zijn verenigd in de VOAM, de Vereniging voor Onderzoek naar Asbest en Milieubedreigende stoffen. Hans van Dijk, algemeen directeur van het onderzoeksbureau BME in Vianen, is voorzitter van de vereniging. Momenteel zijn er vijfentwintig onderzoeksbureaus en laboratoria in de VOAM verenigd. De vereniging werd in 1995 opgericht met het doel voor de belangen van de leden op te komen, maar daarnaast ook om gezamenlijk een strategische benadering van de markt vast te kunnen stellen. De eerste vrucht van deze inspanning was de beoordelingsrichtlijn BRL 5052. De VOAM is niet alleen bij de totstandkoming hiervan betrokken geweest, maar is dat natuurlijk ook bij de wijzigingen ervan. Duidelijkheid in de marktDe VOAM en haar leden zien halsreikend uit naar de op komst zijnde inventarisatieplicht in niet-sloopsituaties. Ongeacht de strekking ervan - dus of die nu voor alle gebouwen geldt of in eerste instantie alleen voor gebouwen met een grote kans op de aanwezigheid van asbest - acht de VOAM zo'n inventarisatieplicht bijzonder welkom. En niet alleen omdat deze per definitie een enorme hoeveelheid werk voor de onderzoeksbureaus met zich mee zal brengen. "Het geeft in de eerste plaats duidelijkheid in de markt," zegt Hans van Dijk. "De uitzonderingen waardoor nu in bepaalde gevallen niet per se hoeft te worden geïnventariseerd, hebben de markt onduidelijk gemaakt. Onze branche zou willen dat er zo min mogelijk van zulke uitzonderingsposities zijn. En met een echte inventarisatieplicht zijn we daar in ieder geval van af." Van Dijk verwacht niet dat de huidige onderzoekscapaciteit in Nederland onvoldoende zal blijken, zodra de inventarisatieplicht in volle omvang effectief wordt. Wel denkt hij dat de inventarisatieplicht om een nieuwe aanpak van de onderzoeksbureaus zal vragen. Het minutieuze onderzoek van nu, met deskresearch van beschikbare documenten, gesprekken met gebouweigenaren en -beheerders en het gedetailleerde onderzoek van het gebouw zelf, zal soms plaats moeten maken voor een betrouwbare 'quick scan'. Hans van Dijk: "We zullen op een snelle manier in kaart moeten brengen of er echt risicovolle projecten in Nederland zijn en welke projecten dus met prioriteit zullen moeten worden gesaneerd. Zodra de overheid het besluit heeft genomen dat er een inventarisatieplicht moet komen, zullen ook de branches erbij worden betrokken om te kijken hoe dat het beste kan worden ingevuld." Nieuwe technologieLeden van de VOAM zijn bij diverse nieuwe ontwikkelingen in de asbestbranche betrokken. De VOAM is vertegenwoordigd in de Commissie Technieken van het Centraal College van Deskundigen. Een aannemer die een nieuwe techniek wil toepassen, meldt dat bij deze commissie, waarna de veiligheid en praktische bruikbaarheid ervan wordt onderzocht. Betrokkenheid is er ook bij de proefprojecten die op asbest in de bodem en asbest in puingranulaat zijn gericht, evenals bij het onderzoek naar het afbreken van asbestvezel door verhitting of chemische behandeling. In al deze projecten en onderzoeken gaat het erom een veilige aanpak te ontwikkelen die, zo benadrukt Hans van Dijk, in alle gevallen ook economisch verantwoord moet zijn. "Op laboratoriumschaal lukt alles," zo zegt hij, "maar als je tweehonderdvijftig gulden per ton kwijt bent om asbest te storten en via een andere methode kost het ineens duizend gulden per ton of nog meer, dan is dat natuurlijk economisch niet haalbaar. Toch is ook de overheid in zulke nieuwe methoden zeer geïnteresseerd, omdat ook de overheid begrijpt dat storten eindig is. Men wil eigenlijk zo snel mogelijk een stortverbod voor asbest instellen, maar dan zal er wel een economisch haalbaar alternatief moeten zijn." Een actuele ontwikkeling die de VOAM zelf in gang heeft gezet, betreft de vernieuwing van het meetvoorschrift 'de eindcontrole na asbestverwijdering'. "De asbestmarkt is nu zo'n vijftien jaar oud en in die vijftien jaar is er natuurlijk veel veranderd. De apparatuur is verfijnd en de kennis en het inzicht van mensen is beduidend groter geworden," aldus Hans van Dijk. Nadat het nieuwe meetvoorschrift is voltooid, zal de overheid het door aanpassing van de wetgeving nog een officiële status moeten geven. Met elkaarEigenlijk is er geen werkgroep of commissie in de asbestbranche of de VOAM is er wel in vertegenwoordigd. Voorzitter Hans van Dijk zegt: "Ieder moet de problematiek vanuit zijn eigen gezichtspunt kunnen bekijken. Een aannemer kijkt natuurlijk anders dan een onderzoeksbureau tegen een asbestprobleem aan. Maar juist met elkaar hebben we in de loop der tijd heel veel kennis opgedaan. Ik denk dat de branche daarom op dit moment steeds hechter wordt. Wat mij betreft zou op termijn één overkoepelend orgaan voor de totale asbestbranche, waarin alle partijen zitting hebben, natuurlijk het mooiste zijn!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |