M. Verlinden, directeur van ICOS Benelux (1999)

Belgische funderingsbedrijven richten branchevereniging op

In België zijn in 1998 initiatieven ontwikkeld tot de oprichting van de Belgische Vereniging van Aannemers Funderingswerken (ABEF). Deze vereniging zal zich richten op de verdediging van de belangen van de aannemers, onder andere door algemene voorwaarden vast te stellen voor de uitvoering van werken. De statuten van de vereniging zijn inmiddels bij een notaris gedeponeerd. Een gesprek met een van de initiatiefnemers, Mark Verlinden, directeur van het funderingsbedrijf ICOS Benelux in Brussel.

Het idee van een vereniging ontstond eind 1998 bij verschillende aannemers. "Daarom zijn we op een gegeven moment bij elkaar gekomen," vertelt Mark Verlinden, "en hebben we besproken dat we onze belangen toch beter gemeenschappelijk zouden moeten kunnen verdedigen. Want er zijn bepaalde punten ten opzichte van de cliënten, bijvoorbeeld in de uitvoeringsvoorwaarden en dergelijke, die ons toch altijd voor dezelfde problemen stellen. We dachten daarom dat het beter zou zijn om naar Nederlands model toch minstens onze algemene voorwaarden voor de uitvoering van werken te gaan opstellen, voorwaarden waar iedereen achter staat en die iedereen ook op dezelfde manier aan de klant voorlegt. Daarom hebben we besloten om een vereniging op te richten, om zo de belangen van de branche ook wat ruimer te kunnen gaan verdedigen. Zo is dat gegroeid."

Nummer twee

In eerste instantie zijn zeven funderingsbedrijven betrokken bij de oprichting van de Belgische branchevereniging, waaronder ICOS Benelux. Dit bedrijf is in Brussel gevestigd en het is gespecialiseerd in diepwanden, boorpalen van grotere diameter, trekankers, injectiewerken etcetera. Het bedrijf heeft een omzet van circa 7,5 miljoen euro. Er werken zo'n tachtig werknemers in de uitvoering en een zestal op kantoor. ICOS Benelux is een onderdeel van de industriële holding Sofipari binnen de groep Tractebel, de Belgische energiemaatschappij. Op de markt waar ICOS Benelux actief is, heeft het bedrijf met vier serieuze concurrenten te maken, waaronder twee grote internationale funderingsspecialisten met een filiaal in België. "Als ik het zuiver Belgisch beschouw, dan denk ik dat wij nummer twee zijn," zegt directeur Verlinden.

Werken voor de TGV

Voor ICOS Benelux en haar 'conculega's' zijn de funderingswerken voor de TGV, de hogesnelheidslijn, momenteel de grootste projecten in België. ICOS Benelux heeft in de omgeving van Luik, tot aan La Calamine aan de Duitse grens, werken voor het traject naar Duitsland uitgevoerd en is momenteel betrokken bij TGV-werken voor de doortocht door Leuven, langs het traject Berchem - Antwerpen (boorpalen) en op het Centraal Station van Antwerpen (diepwanden). Binnenkort zullen er aanbestedingen zijn voor het traject richting Nederland, dat wil zeggen na het Centraal Station in Antwerpen (grotendeels ondergronds) en langs de E19 richting Breda (bovengronds). Behalve in deze TGV-projecten voert ICOS Benelux werken uit voor de laatste uitbreiding van de metro in Brussel (enkele tienduizenden vierkante meter diepwand in Anderlecht) en in een aantal kleinere projecten (waaronder met name ook de aanleg van beschoeide sleuven). "Er worden dus heel wat funderingstechnieken gevraagd," zegt Mark Verlinden, "zodanig dat alle concurrenten daar wel voldoende werk mee kunnen hebben. Maar dat neemt niet weg dat de prijzen over het algemeen toch niet zo goed zijn?"

Voeling met de concurrenten

Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling, omdat het wettelijk verboden is, om in de vereniging in oprichting prijsafspraken te gaan maken. "Wel is het goed om in zekere zin voeling met de concurrenten te houden," zegt Verlinden, "en om te weten hoe zij ten opzichte van de prijsproblematiek staan. Hoe denken zij over de hoofdaannemers die de onderaannemers alsmaar lagere prijzen trachten op te leggen? Daarnaast is het natuurlijk goed om de algemene problematiek van uitvoeringsvoorwaarden en dergelijke met elkaar te kunnen bespreken. Neem bijvoorbeeld de begaanbaarheid van de bouwterreinen. Wanneer wij vinden dat die terreinen slecht of onvoldoende zijn voorbereid, dan begint de hoofdaannemer problemen te maken. Ook zulke zaken zullen we in de vereniging gaan aanpakken door het opstellen van uitvoeringsvoorwaarden die voor bepaalde technieken gemeenschappelijk zijn."

Onafhankelijke positie

Tot de zeven funderingsbedrijven die bij de oprichting van de branchevereniging betrokken zijn, horen zowel diepwandbedrijven als palenfirma's. Verlinden: "We gaan de vereniging eerst oprichten en dan gaan we zien hoe de belangstelling evolueert. Binnenkort zullen we nog bij elkaar komen om definitieve afspraken te maken over onder meer de vestigingsplaats en de huisvesting. We willen het liefst een kantoorruimte in bijvoorbeeld een bedrijvencentrum, helemaal onafhankelijk, zodat er geen enkele band naar een andere vereniging of een bedrijf kan worden gelegd. Daarnaast moeten we definitieve afspraken over het budget maken en over de praktische werking in de vorm van een programma waarmee we van start gaan. Ik hoop dat we eind 1999 zo ver zullen zijn." Verlinden zegt tot slot te verwachten dat de nieuwe vereniging al in 2000 lid van de Europese federatie EFFC zal worden. Het lidmaatschap daarvan is in België nu nog per bedrijf geregeld.

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1999

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl