|
||
|
L. Middendorp, voorzitter van Het Zwarte Corps (1999)
Het Zwarte Corps is er voor het zwarte koorIn het legioen van de bouwvakkers neemt de machinist, door zijn band met de machine en de techniek, een bijzondere plaats in. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze beroepsgroep een eigen, onafhankelijke vakorganisatie heeft: Het Zwarte Corps, de vakvereniging voor machinisten, monteurs en werkplaatspersoneel. Een gesprek met Luit Middendorp, voorzitter van Het Zwarte Corps. Voor de machinisten van voor de oorlog bestond het werk, naast het bedienen van de machine, voor een belangrijk deel uit het op druk houden van stoom, het hakken van briketten en het met de oliesnip in de weer zijn. Zwart waren ze, als ze 's avonds thuis kwamen, en ze werden het zwarte koor genoemd, een geuzennaam waar de beroepsgroep nog steeds trots op is. Toen in 1946 een groep machinisten die op Schiphol werkzaam was, besloot een eigen vakvereniging op te richten - omdat men binnen de EVC, de Eenheidsvakcentrale, te weinig profilering en herkenbaarheid kon ontplooien - werd dan ook gekozen voor deze welluidende naam. Bij de inschrijving in het register van de Kamer van Koophandel echter, waarvoor de gegevens mondeling werden doorgegeven, werd 'koor' verkeerd begrepen en sindsdien heet de vakvereniging Het Zwarte Corps. De naam 'het zwarte corps' wordt in de bouw-CAO nog steeds als aanduiding van de beroepsgroep gebruikt. Hoge organisatiegraadHet Zwarte Corps heeft een kantoor met dertien medewerkers in Nieuwegein. In de afgelopen tien jaar is het aantal leden van de vereniging flink gegroeid. In 1990, het jaar waarin Luit Middendorp in dienst van de vakvereniging kwam, had deze achtduizend leden. In 1996, het jaar waarin de vereniging het vijftigjarig jubileum vierde, kon aan het einde van dat jaar het tienduizendste lid worden ingeschreven. Eind 1999 telde de vereniging ruim elfduizend leden: machinisten, monteurs en werkplaatspersoneel in alle sectoren waarin met bemande machines wordt gewerkt, dus niet alleen in de bouw, maar bijvoorbeeld ook in loonbedrijven en het beroepsgoederenvervoer. Van de totale beroepsgroep is momenteel 75 à 80% in Het Zwarte Corps verenigd. "We merken nu dat er een rem op de groei zit," zegt Luit Middendorp. "De organisatiegraad is al erg hoog en natuurlijk zitten ook andere vakorganisaties in dezelfde vijver van werknemers te vissen. Toch blijkt dat we als relatief kleine vakorganisatie, op basis van onze hoge kwaliteit van dienstverlening, aantrekkelijk zijn om daar lid van te zijn." Vanzelfsprekend zijn ook veel heimachinisten lid van Het Zwarte Corps. Toen niet lang geleden, bij de start van een uitbreidingsplan in Leeuwarden, een muziekstuk voor slagwerkers en heimachines werd uitgevoerd, zeiden de machinisten spontaan lid van Het Zwarte Corps te zijn. "Dat geeft toch wel aan dat ze een band met de vereniging hebben," aldus Middendorp. ActiesHet Zwarte Corps is niet aangesloten bij een vakcentrale, en is aanmerkelijk kleiner dan de bouw- en houtbonden van de vakcentrales FNV en CNV, "maar dat betekent niet dat we op een eilandje in de samenleving zouden zitten," zegt Middendorp. "Wij conformeren ons wel degelijk aan de uitkomsten van het overleg in de Sociaal Economische Raad en aan de uitleg en de bepalingen zoals die door de partijen op centraal niveau in de Stichting van de Arbeid worden gerealiseerd. Wij gaan daar in mee en voelen ons daar ook verantwoordelijk voor. Het is absoluut niet zo dat wij als kleine vakorganisatie geen maatschappelijke verantwoordelijkheid zouden dragen, integendeel!" Vanzelfsprekend gaat de vereniging, wanneer dat naar het gevoel van Het Zwarte Corps onontkoombaar is, conflicten met de werkgevers in de branche niet uit de weg. Luit Middendorp: "De geschiedenis heeft ons inmiddels geleerd dat in het overleg rondom arbeidsvoorwaarden in de bouwnijverheid ongeveer elke vijf jaar een conflict moet worden uitgevochten. Toen ik in 1990 werd aangenomen, waren op dat moment acties aan de gang. Vijf jaar later, in 1995, ben ik zelf een van de stakingsleiders in de bouwnijverheid geweest. Er kwam destijds geen CAO tot stand en die kon alleen maar met zeer langdurige acties worden afgedwongen. Daar zijn we toen in geslaagd, maar het is absoluut niet goed voor de verhoudingen in de bedrijfstak. Nu, vier jaar later, hadden we niet verwacht dat er in de onderhandelingen voor de CAO 1999-2000 mogelijkerwijs een conflictdreiging zou zijn. Toch hebben we met stakingsacties moeten dreigen om de CAO gerealiseerd te krijgen. Er zijn zelfs wat prikacties geweest, we hebben mensen op het werk bezocht en hen bijvoorbeeld wat langere pauzes laten nemen. Het is dus kantje boord geweest, maar achteraf kunnen we concluderen dat het gelukkig niet is gebeurd. Het poldermodel heeft gewerkt: we zijn er op een goede manier uitgekomen." ZorgpuntenNaast de arbeidsvoorwaarden vormen natuurlijk de arbeidsomstandigheden en de veiligheid in het werk een hoofdstuk apart in de arbeidsverhoudingen. "Daarover blijven wij ons zorgen maken," zegt Luit Middendorp. "Het is een zware bedrijfstak, waarin relatief veel ongevallen gebeuren, zeker ook veel bijna-ongevallen. We zullen met elkaar moeten bekijken hoe we dat kunnen verbeteren. Natuurlijk zijn er al tal van A-bladen ontwikkeld en er zit een goede beweging in om een en ander stapsgewijs gerealiseerd te krijgen, maar het blijft een zorg. Een ander punt op dit moment is natuurlijk de wijze waarop arbeid moet worden verricht als het om werkdruk gaat. De werkdruk is binnen de bouw absoluut heel erg hoog. Ik denk echter dat stressfactoren in de arbeid zo veel mogelijk moeten worden beperkt, om werknemers ook langere tijd gezond in de bedrijfstak te laten functioneren." In het verlengde van deze constatering leggen we Middendorp het probleem van de lage instroom van arbeidskrachten in de funderingsbranche voor. "Ook een zorgpunt," zo zegt hij. "De arbeidsmarkt voor machinisten is absoluut goed te noemen, er is een hoge instroom in de beroepsopleiding voor de weg- en waterbouw, maar als je ziet welk deel specifiek voor heimachines wordt opgeleid, dan is dat heel zorgelijk." Volgens Middendorp ligt de oplossing van het probleem vooral in een imagoverbetering van het vak en hij prijst de initiatieven van de NVAF op dit gebied. Hij zegt: "Veel mensen hebben het beeld van vroeger dat het vies en zwaar werk is, waarbij je doof wordt door die klappen op de palen. Er is daarentegen sprake van een hele moderne bedrijfstak, waarin met hoogwaardig kwalitatief materieel wordt gewerkt. Alleen, niet iedereen in de buitenwacht ziet dat. En je kunt als vakman wel trots op je product zijn, omdat je weet dat er een goed fundament is aangelegd, maar die palen in de grond zijn niet meer te zien en spreken de relatieve buitenstaanders natuurlijk weinig tot de verbeelding. Dat is absoluut ook een probleem van de sector." Betere beloning?Ligt de oplossing van het arbeidskrachtentekort daarnaast in een (nog) betere beloning van funderingsmachinisten? - zo vragen we Luit Middendorp tot slot. "Ik denk dat elke sector, dus ook de sector die wij vertegenwoordigen, een normale arbeidsvoorwaardenontwikkeling wil hebben, die de toets der kritiek kan doorstaan en zich verhoudt tot wat elders in Nederland gebeurt," zo stelt hij voorop. "Natuurlijk doet de markt zijn werk. Als er op enig moment een schaarste is, ook als er een schaarste aan machinisten is, zie je een prijsopdrijving. Op zich zijn dat afspraken tussen de individuele werkgever en de individuele werknemer, maar wij als vakorganisatie vinden dat toch geen goede ontwikkeling. Op enig moment krijgen we weer een kentering en het zou natuurlijk te gek zijn om de bedrijfstak in te richten op de top van het bouwvolume. Ik denk dat de CAO de werkgevers voldoende instrumenten biedt om daar invulling aan te geven. Zij zijn CAO-partij en wij zijn CAO-partij en we moeten ons binnen de kaders van die CAO bewegen en niet daarbuiten!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |