|
||
|
Th. van der Zwaan, directeur van GEKA BOUW B.V. (1999)
"Bij ons geen dubbel kranenpark als die hogesnelheidslijn er eenmaal ligt"Specialisten hadden in het verleden al een toekomst. Neem bijvoorbeeld GEKA BOUW B.V. Dit bedrijf heeft in zijn 115-jarige geschiedenis een aantal belangrijke keuzes gemaakt en blijft die keuzes trouw. Ook nu de markt een breed spectrum van funderingsactiviteiten vraagt, zal het bedrijf niet van het 'rechte pad' afwijken. "Een bedrijf dat alles wil kunnen, van woningbouwpalen via utiliteitsbouwpalen naar zware civiele constructies en ook nog damwanden en boren etcetera, komt voor te grote investeringen te staan. Je ziet daarom dat alle concerns nu keuzes maken." Aldus ir. Th. van der Zwaan, directeur van GEKA BOUW B.V. GEKA BOUW B.V., gevestigd aan de Julianahaven in Dordrecht, is voortgekomen uit een heibedrijf dat in 1885 door de oud-vlasboer C. Kastelein in 's-Gravendeel werd opgericht. Zijn nakomelingen in de vierde generatie, dat wil zeggen de gebroeders Kastelein die de naam GEKA aan het bedrijf gaven, hadden geen opvolger en verkochten het bedrijf in het begin van de jaren zeventig. Wel bleven ze nauw bij het bedrijf betrokken. Nu is GEKA BOUW B.V. eigendom van CFE, de Belgische beursgenoteerde onderneming die uit een spoorwegbouwbedrijf is voortgekomen. Bij GEKA werken momenteel circa 40 mensen op de projecten en 20 medewerkers op kantoor. De jaaromzet van het bedrijf bedraagt ongeveer 12,5 miljoen euro. Deze omzet wordt voor ongeveer tweederde als hoofdaannemer gerealiseerd en voor ongeveer een derde als onderaannemer. Theo van der Zwaan, directeur van GEKA sinds 1988, is de eerste directeur van niet-Kasteleinhuize. "Sinds de oprichting heeft het bedrijf altijd gezocht naar technische specialismen en vernieuwingen," zegt Van der Zwaan. "Toen Kastelein in 1885 met het bedrijf begon, was het redelijk uniek dat hij met stoommachines ging werken. Sindsdien heeft het bedrijf qua innovatie en nieuwe toepassingen altijd behoorlijk vooraangestaan. Alle vier de generaties Kastelein waren innovatieve mensen, Willie-Wortelachtige types, die hun lust en leven in het heien hadden." Specialist met toegevoegde waarde"Naast technische specialismen heeft het bedrijf ook commerciële specialismen ontwikkeld," vervolgt Van der Zwaan. "Wij hebben ons zo veel mogelijk in het zware heiwerk voor prefab-palen gespecialiseerd. Qua investeringen concentreren we ons helemaal op dat heisegment. Tien jaar geleden hebben we een groot vervangingsprogramma in gang gezet, waarbij we alle lichte kranen, hamers en vibratoren door zware hebben vervangen. Een specialisme daarnaast is dat we een voorkeur voor heien op het water hebben, waarvoor we destijds ons pontonprogramma hebben aangepast. Overigens heien we natuurlijk ook op land, maar het moet wel zwaar zijn. Als je dan aan de klant kunt aanbieden dat je in het zware segment opereert, in de prefabheierij en dat je een voorkeur voor water hebt, dan is het vervolgens nog de vraag wat je daarbinnen aan toegevoegde waarde kunt mobiliseren. Ook dat heeft met specialiseren te maken. Voor ons is dat het ontwerp. Wij werken met eigen constructeurs die niet alleen een technisch optimaal ontwerp kunnen maken, maar ook een commercieel optimaal ontwerp. Wij kunnen techniek en expertise in een vroege fase aan elkaar koppelen, waardoor we de klant kostenvoordeel en tijdsbesparing kunnen bieden." Collectieve belangenDe gespecialiseerde waterkundige heiers als GEKA BOUW zijn niet alleen in de NVAF verenigd, maar ook in AWH, Aannemers Waterbouwkundige Heiwerken. Momenteel behoren circa tien bedrijven tot deze groep. Voorwaarde voor toetreding tot de groep is dat het bedrijf over heigereedschap met bijbehorende pontons van een zekere grootte moet beschikken. Het contact tussen deze waterkundige heiers is voortgekomen uit het oude systeem van prijzenregeling, hetgeen nu op grond van Brusselse richtlijnen niet meer is toegestaan. "Maar we hebben elkaar nog heel hard nodig op veel andere terreinen," zegt Van der Zwaan. "Daarom hebben we besloten de vereniging te laten bestaan, zij het met wat aangepaste statuten. We hebben elkaar bijvoorbeeld nodig op het gebied van veiligheid: veiligheid op het water is van een heel andere orde dan veiligheid op het land. En waarover we ons ook druk maken, is het hoofdstuk opleidingen. We krijgen geen mensen en dat baart ons momenteel de meeste zorgen in de branche." Van der Zwaan heeft een hard hoofd in een snelle oplossing van dit probleem. Hij wijst op de maatschappelijke ontwikkeling waarin het ambacht van het heien niet meer als vanzelfsprekend van vader op zoon wordt doorgegeven. De zoon volgt eerst zijn opleidingen, merkt dat de wereld meer te bieden heeft en vindt eigenlijk dat heien maar zwaar en vies werk. Thaise machinistenVolgens Van der Zwaan zal het gebrek aan vakmensen zich alleen oplossen als de lonen in de branche hoger komen te liggen dan in andere branches - "maar de betaling is in mijn ogen al heel goed, dus daar hangt het niet op," zo zegt hij - of als zich in andere branches door een economische malaise een overschot aan arbeidskrachten zou voordoen. "Als die omstandigheden zich niet voordoen, dan zullen we de mensen uit het buitenland moeten halen," zegt Van der Zwaan. "Dat gebeurt nu al heel veel. Je ziet her en der Ieren, Engelsen, Portugezen, Grieken en ook wel Belgen en Duitsers, dus uit de Europese landen waar ook wordt geheid. En als we daar ook geen mensen meer kunnen vinden, waardoor materieel stil blijft staan en opdrachtgevers hun werken niet meer klaar krijgen, dan zal er een zodanige druk naar de politiek komen dat we ze ook in de rest van de wereld mogen zoeken. Dan gaan we het bijvoorbeeld met Thaise machinisten doen." Van der Zwaan verwacht niet dat de techniek zich zo zal ontwikkelen dat heien met behulp van precisiesensoren een nagenoeg volautomatische activiteit kan worden, waarvoor nauwelijks nog arbeidskrachten nodig zijn. "Je kunt me een gebrek aan fantasie verwijten, maar daar kan ik me weinig bij voorstellen," zo zegt hij. Rendementen verbeterenTheo van der Zwaan gaat over vier jaar met pensioen. Dan heeft hij bijna vijfendertig jaar in de civiele branche gewerkt, waarvan zeventien jaar bij Ballast Nedam, drie jaar bij een projectontwikkelaar en dan vijftien jaar als directeur van GEKA BOUW. Hij is ervan overtuigd dat de branche de hele magere jaren nu achter de rug heeft en dat er vette jaren in aantocht zijn. "We zitten natuurlijk in een fantastische periode," zo zegt hij. "Wie de komende jaren geen geld verdient, is een sukkel. Er komt zo ontzettend veel werk op de markt. Nu al zijn er vrijwel geen heimachines meer te vinden, terwijl de grote projecten nog amper zijn opgestart!" Van der Zwaan ziet in dit verband overigens geen heil in snelle uitbreiding van zijn bedrijf. Hij zegt: "Ik wil me niet op omzet focussen, maar op rendement. Ik heb weinig zin om nu te gaan investeren in machines, met alle bijbehorende problemen van vakmensen die ik er niet voor heb, want ik investeer dan in stilstand over acht tot tien jaar. In 2007 ligt die hogesnelheidslijn er en dan wil ik niet met een dubbel kranenpark blijven zitten. Wij investeren heel nadrukkelijk in de kwaliteit van ons materieel, zodat we daar ons geld mee kunnen verdienen." En wat dat betreft is Van der Zwaan bijzonder optimistisch. "Ik denk dat de rendementen sterk zullen verbeteren," zo zegt hij tot slot. "Neem bijvoorbeeld de prijs voor een vierkante meter damwand. Die is ten opzichte van een paar jaar geleden zowat verdubbeld. Natuurlijk is het equipment met al die elektronica ook veel duurder geworden, ook in onderhoud, maar het is vooral ook een kwestie van vraag en aanbod. Vroeger moesten we heiwerk met verlies aannemen en nu maak ik er winst op. En dat is natuurlijk een essentieel verschil!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |