|
||
|
H. Zwarts, president-directeur van Randstad Holding nv (1999)
De beursnotering heeft ons op de kaart gezetToen Randstad vorig jaar tijdens een persconferentie de overname van de Amerikaanse uitzendorganisatie Strategix Solutions aankondigde, haalde dit bericht nauwelijks de krantenpagina's. De dag ervoor immers beleefde Bill Clinton zijn Waterloo en op de dag zelf kwamen de roebel en de beurskoersen in een vrije val. Wereldgebeurtenissen en financiële ontwikkelingen als deze kunnen Randstad dus wel degelijk raken. Toch blijft de 'impact' ervan beperkt tot een keertje niet in het nieuws komen. De werkelijke bedreigingen van deze uitzendmammoet zijn eerder van emotionele dan van economische aard, zo blijkt in gesprek met H. Zwarts, sinds juni 1997 president-directeur van Randstad Holding nv in Diemen. Randstad is een internationale zakelijke dienstverlener op het gebied van met name uitzending, detachering, schoonmaak en beveiliging. Op uitzendgebied behoort Randstad mondiaal tot de top drie en is de onderneming marktleider in de Benelux, Duitsland en in het zuidoosten van de Verenigde Staten. In 1998 waren er dagelijks meer dan 214.000 mensen voor Randstad werkzaam, vanuit in totaal meer dan 1.600 vestigingen in Nederland, België, Luxemburg, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Spanje, Groot-Brittannië, Verenigde Staten en Canada. In 1998 realiseerde Randstad een omzet van 9,3 miljard gulden en een nettowinst van 335 miljoen gulden. Al jarenlang kent de onderneming hoge groeicijfers van omzet en winst: de afgelopen vijfentwintig jaar stegen deze met gemiddeld meer dan 20% per jaar. Is Randstad dan volledig ongevoelig voor bewegingen van de conjunctuur? "Een zekere conjunctuurgevoeligheid hou je altijd," aldus Zwarts, "maar als de conjunctuur beweegt, dan is dat niet per definitie ongunstig voor ons. Ondernemers kunnen dan bijvoorbeeld beslissen om even geen mensen in vaste dienst te nemen en om met uitzendkrachten te werken. Bovendien gaat het natuurlijk nooit in alle bedrijfstakken tegelijk slecht. Doordat wij groot en gespreid zijn, treedt er dan ook een demping van dat soort conjuncturele effecten op." Geografische focusOok depressies in den vreemde kunnen Randstad weinig deren. Het bedrijf is immers nooit onbezonnen buitenlandse avonturen aangegaan. De geografische focus van Randstad is gericht op het Europa van de euro, het Verenigd Koninkrijk en Noord-Amerika. Daar bevindt zich 80 à 90% van de business van Randstad. "Je kunt wel naar Japan gaan, naar Tsjechië of Sao Paolo," aldus Zwarts, "maar dan ben je met die andere tien procent bezig. De toegevoegde waarde daarvan is dus niet groot en, hoe je het ook wendt of keert, het speelveld is er heel anders. Daarom is er voor ons vanuit strategisch oogpunt geen enkele noodzaak om met veel pijn en moeite en een hoog risicoprofiel de wereld verder in te trekken." Zwarts stelt dat er voor Randstad in Europa en Noord-Amerika in de komende jaren nog veel meer dan voldoende werk zal zijn. Hij zegt: "Momenteel wordt bevestigd wat iedereen al had voorspeld, namelijk dat de economische stabiliteit en de economische groei zich in Europa en Noord-Amerika het beste weet te handhaven. Voor ons heeft die groei naar mijn idee twee structurele componenten: bedrijven worden in toenemende mate door de concurrentie gedwongen om hun organisatie te flexibiliseren en bedrijven richten zich steeds meer op hun kernactiviteiten, omdat ze zich daarin van de concurrentie kunnen onderscheiden. En beide componenten leiden tot taken uitbesteden." ImagoVolgens Zwarts kent Randstad naast de normale concurrentie eigenlijk maar één werkelijke bedreiging: het imago dat 'uitzenden' nog in een aantal Europese landen heeft en de politieke stellingnamen in het verlengde daarvan. Hij zegt: "In landen als Spanje en Italië moet het uitzenden nog politiek gemasseerd worden en zou het draagvlak ervan beter kunnen. Bij de politiek, de vakbonden en de burgers op straat is er scepsis van wat is dat eigenlijk, hoe werkt het en is het wel netjes en goed. In die zin loop je daar altijd een zeker risico. Er kan morgen iemand opstaan die bijvoorbeeld om electorale redenen dingen roept die ons onwelgevallig zijn. Ik verwacht dat niet, want de arbeidsmarkt en werkgelegenheid zijn juist een issue in Europa, maar het is toch een gevaar dat mensen naar rigide opvattingen op dit gebied zouden kunnen terugvallen." Zwarts schrijft de negatieve beeldvorming in deze landen toe aan de relatie die wordt gelegd, zoals in het verleden ook in Nederland het geval was, tussen uitzendwerk en 'het grijze circuit'. Hij zegt: "Zo'n vijfentwintig jaar geleden hadden wij hier in Nederland de koppelbazen. Die hadden de naam dat ze alles zwart deden, niet verzekerd waren en er kwamen ook mensen voor in de cel. Nu kan bijna niemand meer zich dat nog herinneren. In Nederland is dat hele systeem nu zo opgebouwd dat alles correct en transparant gebeurt, de mensen zijn verzekerd, ze worden opgeleid en als ze lang bij ons zitten krijgen ze pensioen. Juist een uitzendorganisatie als Randstad zit wat dat betreft in een glazen kast en wordt meteen teruggefloten als iets niet helemaal correct gebeurt. En dat moeten we ook in die andere landen laten zien, niet met woorden maar met daden, dat de mensen verzekerd zijn, dat wij in de mensen investeren en dat we goed en interessant werk voor hen zoeken. Dat imago moeten we opbouwen." Oók een vorm van werkDe meest recente expansie-activiteiten van Randstad in Europa vonden plaats in Denemarken (door de overname in 1998 van de uitzendorganisatie SejersenGruppen A/S in Kopenhagen), Zwitserland (door de overname in 1998 van de uitzendorganisatie Life & Work), Italië (waar onlangs bij gebrek aan overnamekandidaten een 'greenfield'-operatie werd gestart, met het oog op de enorme potentie van de Italiaanse markt op de lange termijn) en Duitsland (waar in januari 1999 Time Power werd overgenomen en Randstad met 8% marktaandeel onbetwist en met afstand de marktleider werd). "Ook in Duitsland is uitzenden nog een punt," aldus Zwarts, "maar om andere redenen. Duitsers houden niet zo van onzekerheden en beschouwen dus werken voor een uitzendbureau niet als een eerste keuze. In Duitsland hoor je een baan te hebben bij Mercedes, Siemens, Volkswagen of Deutsche Bank, anders heb je het eigenlijk niet goed gedaan. Dat zulke bedrijven mensen met tienduizenden tegelijk op straat zetten, hebben jongeren in Nederland eigenlijk al lang verteerd. Daardoor is hier de mentaliteit ontstaan dat je een eigen leven moet leiden, eigen keuzes moet maken en als Deutsche Bank daar niet in past, dan moet je daar vooral niet naar toe gaan. Mensen beginnen dus voor zichzelf, gaan bij kleine ondernemingen werken of komen gewoon bij Randstad. In Nederland is er niemand die daar schande van spreekt. In Duitsland moeten we daar nog aan werken, door continu te laten zien, zowel aan de werkers als aan de bedrijven, dat uitzendwerk óók een vorm van werk is, niet alleen tijdens je studie, maar blijvend of in het kader van je carrière." Wet flexibiliteit en zekerheidIn de diplomatie binnen Europa ten behoeve van uitzendwerk zou de Wet flexibiliteit en zekerheid volgens Zwarts een uitstekend instrument kunnen zijn. Deze wet, die op 1 januari 1999 van kracht werd, is bedoeld om een evenwicht te vinden tussen enerzijds flexibiliteit in de bedrijfsvoering voor werkgevers en anderzijds zekerheid op werk en inkomen voor werknemers. Dit geldt dan in het bijzonder voor 'flexwerkers', zoals onder meer uitzendkrachten. "Het klinkt heel aanmatigend," aldus Zwarts, "maar deze wet zou voor andere landen een voorbeeld kunnen zijn. In andere landen stelt de vakbeweging nogal eens, een beetje demagogisch, dat flexibiliteit over de ruggen van de werknemers gaat, omdat zij er rechteloos door worden en er eenzijdig voor moeten betalen. De Wet flexibiliteit en zekerheid is nu een poging, heel innovatief, waarin zowel flexibiliteit als zekerheid aan de orde is. Kok, De Vries en ook de Nederlandse vakbeweging kunnen hun politieke vrienden in Europa laten zien dat we in ieder geval geprobeerd hebben om die twee zaken met elkaar te combineren. Kok zei pas nog toen hij bij Blair op bezoek was, dat Europa meer is dan een 'single currency' en een Europese Bank en dat er ook een sociale component aan zit. Deze wet zou de invulling van die sociale component kunnen zijn. Als wij vervolgens in België, Frankrijk, Italië en Spanje kunnen aangeven dat Randstad bij de geboorte van die wet heeft gestaan, dan is dat natuurlijk een geweldig interessante entree voor ons!" Op de kaart gezetTen aanzien van het imago van Randstad als uitzendorganisatie is de beursnotering aan de AEX-Effectenbeurs van Amsterdam destijds een geweldige aanjager geweest. "Ik denk dat de beursnotering ons in Nederland mede op de kaart heeft gezet," aldus Zwarts. "En niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten is het echt een issue - misschien wel een asset. Daar profiteren we van en dat dragen we ook uit. We besteden veel aandacht aan goede contacten met analisten en gaan ook op toernee, naar Londen, New York en Atlanta, waar ons hoofdkantoor in Amerika is. Nu we die overname in Duitsland hebben gedaan, zullen we ons denk ik ook nadrukkelijker in Frankfurt gaan presenteren, los van het feit dat Frankfurt al een belangrijk centrum voor ons wordt als je ziet waar onze beleggers op dit moment zitten. Eerst waren we wat meer op Engeland georiënteerd, maar nu moeten we gewoon constateren dat Duitsland en Zwitserland voor ons hele belangrijke landen zijn geworden." Een beursnotering elders is volgens Zwarts nu nog niet aan de orde. Hij zegt: "We zitten prima in Amsterdam en daarom speelt dat nu niet. Maar op de lange termijn, als de onderneming blijft groeien en als de wereld steeds meer opengaat, zullen we dat zeker moeten overwegen." Verschenen in: Financial HighLights van Revue Arts, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |