W.D. Maris, voorzitter van de Raad van Bestuur van ASML (1999)

2001 en 2002 worden topjaren in de semi-conductorindustrie

ASML (ASM Lithography) maakt 'wafer steppers' en 'wafer scanners': uiterst complexe fotolithografische systemen waarmee de klanten van ASML halfgeleiders (semi-conductors, chips, IC's) kunnen produceren. De semi-conductorindustrie is geen eenvoudige business. De behoefte aan chips is weliswaar groot, en hetzelfde geldt dus voor de machines die de chips kunnen maken, maar soms kan de vraag ernaar toch duidelijk afnemen. Ir. Willem D. Maris, sinds 1990 voorzitter van de Raad van Bestuur van ASML, maakt zich daar echter geen grote zorgen over. De 'ups and downs' in de semi-conductorindustrie vertonen inmiddels zo'n regelmaat, dat het voor Maris vrijwel vaststaat dat 2001 en 2002 weer topjaren worden. Die goede tijden voor ASML zal hij echter op enige afstand moeten meemaken, want Maris heeft aangekondigd met ingang van 2000 met pensioen te zullen gaan.

ASML werd in 1984 opgericht als een joint venture van Philips en ASMI (Advanced Special Materials International). In 1988 verkocht ASMI haar aandelen aan Philips, die toen 100% eigenaar van ASML werd. Nu heeft Philips nog 23,9% van de aandelen; vrijwel alle overige aandelen werden in 1995 op de markt gebracht. ASML is genoteerd aan de beurs van Amsterdam en op de NASDAQ in New York. De systemen van ASML worden overal ter wereld gebruikt. Belangrijke klanten zijn Philips, Samsung, AMD, DEC, Micron, National, SGS-Thomson, TSMC en Hyundai. In 1998 verkocht het bedrijf 162 machines, waarmee het een omzet van 1,7 miljard gulden realiseerde. Met dit marktaandeel van circa 30% staat ASML tweede op de wereldranglijst van wafer stepper- en scannerproducenten, na Nikon (circa 45%) en voor Canon (circa 22%). ASML heeft negentien verkoop- en servicecentra over de hele wereld. De hoofdvestiging van ASML staat in Veldhoven. Daar worden de machines ontworpen, ontwikkeld, gemonteerd en getest. Service en onderhoud vinden op locatie plaats, in de fabriek van de klant.

Cyclisch door overproductie

De toepassing van chips blijft exponentieel toenemen. Niet alleen worden steeds meer apparaten op de markt gebracht waarin mechanica door automatisering is vervangen, maar ook de hoeveelheid automatisering, de 'content', in die apparaten neemt toe. Terwijl de markt van elektronische apparatuur jaarlijks met 6 à 8% stijgt, vertoont de markt van semi-conductors groeicijfers van 15 à 18% per jaar. Gezien de ontwikkeling van de techniek en het behoeftenpatroon van eindconsumenten, mag een regelmatige vraag naar chips worden verondersteld. De werkelijkheid is echter anders. De markt van halfgeleiders is duidelijk cyclisch en zakt elke vijf à zes jaar in. Sinds 1980 is dat drie keer gebeurd, in 1985-1986, 1991-1992 en 1997-1998. De groei van 15 à 18% per jaar kan dan volledig wegvallen. Dit kan dus niet uit meer of minder algemene economische ontwikkeling worden verklaard, evenmin als uit technologische ontwikkeling (bijvoorbeeld doordat geheugenchips opeens van 16 naar 64 megabit gaan). Maris wijt de cycli daarentegen aan de overinvesteringen door de halfgeleidersfabrikanten. Hij zegt: "De IC-manufacturers denken allemaal dat ze succes zullen hebben omdat de technologie snel verandert en iedereen zijn eigen uitvinding doet. Met die uitvinding denken misschien wel twintig bedrijven dat ze tien procent van de wereldmarkt krijgen, om het even naïef voor te stellen, en dat is dus een factor twee te veel. Maar de capaciteit wordt wel neergezet, in de vorm van fabrieken van één à anderhalf miljard dollar per stuk. Dat zijn vaste kosten, dus die fabrieken kunnen beter wel dan niet worden bezet, en zo wordt men dus geforceerd tot overproductie, met lagere prijzen en kleinere marges in het verlengde daarvan."

Capaciteit en technologie

De huidige dip in de halfgeleidersindustrie heeft zich ingezet na overinvesteringen in 1995. In 1996 dienden zich de eerste tekenen van recessie aan en in 1997 hebben vrijwel alle 'memory'-bedrijven verlies gemaakt. Volgens analisten werd in het derde kwartaal van 1998 het dieptepunt bereikt, waarna een enkel bedrijf vorig jaar toch nog op nul kon uitkomen. In 1999 zal in de semi-conductorindustrie weer winst kunnen worden gemaakt. Dit betreft dan echter de vraag naar chips. Eerst zullen de fabrieken waar die worden toegepast moeten vollopen, voordat ten behoeve van uitbreiding of vernieuwing ook de vraag naar nieuwe machines voor de fabricage van semi-conductors zal toenemen. Maris hoopt dat dit in de tweede helft van 1999 zal gebeuren. Tot dan, dus tot weer aan een capaciteitsbehoefte kan worden voldaan, zal ASML het moeten hebben van de vraag naar technologie. Op dat gebied is ASML momenteel wereldleider. Het bedrijf kan chips maken met superdunne stroomdraadjes van 0,1 micron (een tienduizendste millimeter). Deze hele dunne draadjes zijn nodig om chips nog kleiner te maken, zodat er meer chips op een plak silicium van 50 centimeter passen, waardoor chips goedkoper kunnen worden. Maris: "IC-manufacturers die standaardproducten leveren, onderscheiden zich door lagere kosten te hebben. Daarom vragen ze steeds naar machines die nog kleinere lijntjes kunnen afdrukken. Wij worden dus eigenlijk opgeduwd om die nieuwe technologie klaar te hebben. Omdat we op dit gebied marktleider zijn, hebben we in de tweede helft van 1998 toch nog 'break even' kunnen draaien."

Nog beter positioneren

Vanuit de cycli in het verleden doorrekenend, komt men tot een volgende dip in de halfgeleidersindustrie in 2003-2004. "Maar dat houdt ook in," zegt Maris, "dat 2001 en 2002 weer fantastische jaren worden, met een gemiddelde groei van vijftien à achttien procent. Dat wil zeggen dat de semi-conductorindustrie zich nog steeds in ongeveer zes jaar verdubbelt. Voor ons is dat natuurlijk een fantastische markt om in te zitten, want het is een groeimarkt vol mogelijkheden. Daarnaast blijft het belangrijk om met nieuwe technologie de kosten van de semi-conductorbedrijven verder omlaag te brengen. Dat houdt in dat wij een geweldig goede positie hebben. Daarom versterken we ook onze ontwikkelingsactiviteiten. We gaan die nu niet omlaag brengen of afbouwen om tijdelijk wat betere resultaten te laten zien. Nee, desnoods - maar we verwachten dat niet - maken we nog een jaar geen winst, dan nog is er geen enkel financieel probleem. Ons eigen kapitaal is heel sterk en we hebben een positieve cash-positie, dus zo lang we de cash flow maar ongeveer in de buurt van de nul houden, hebben wij geen probleem. Belangrijker is dat we ons nog beter positioneren voor als de groei er weer is."

Teams van experts

Een betere positionering betekent voor ASML nog meer afstand nemen van de concurrent op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Momenteel werken er bij de afdeling Research & Development van het bedrijf maar liefst 800 specialisten, met daarnaast nog zo'n 350 mensen die volledig ten behoeve van ASML bij toeleveranciers werken. Binnen de semi-conductorindustrie is dit een ongekend grote onderzoeks- en ontwikkelingsunit. "Daar komt veel resultaat uit," zegt Maris, "zo veel zelfs, dat wij moeite hebben om al die complexe machines bij onze klanten te introduceren. Die machines zijn zo ingewikkeld, dat onze klanten dat niet zelf kunnen aanlopen. Daarom moeten wij een team van experts meesturen, voor de optiek, de fijnmechanica, de metrologie en natuurlijk ook ten aanzien van het proces bij de klant, om de klant te helpen die machines op te starten en te gebruiken. Soms zijn die experts zelfs nodig om er nog fouten uit te halen. De klant wil die machine immers heel snel hebben, gisteren nog, want daarmee kunnen ze concurreren. Maar gisteren was die machine nog niet klaar en vandaag ook nog niet helemaal. Daarom installeren we onze machines vaak als een soort 'pilot line', met een proefproductie-achtige start-up. Daar moeten dus onze experts bij zijn. Vroeger was dat gemakkelijk. Toen in 1991 onze enige grote klant, IBM, de eerste van een serie machines kocht, konden we daar allemaal omheen gaan zitten. Maar nu hebben we twintig klanten die allemaal de eerste machine willen hebben en dus hebben we ook opeens twintig teams nodig. Want die nieuwe machines zijn voor ons ook nieuw. Wij weten evenmin wat ze precies kunnen en waar ze kunnen vastlopen. Dus dat is continu spannend. Wie daar zenuwachtig van wordt, moet niet bij ASML komen werken."

Bovenop nieuwe ontwikkelingen

Willem Maris is optimistisch over de toekomst en ziet ook op termijn geen bedreigingen op zijn bedrijf afkomen. Om te beginnen zal de markt voor semi-conductors in ieder geval de komende tien jaar nog zeer groot zijn. De vraag is wel of daarna de huidige technologie bij de vervaardiging van chips nog de beste zal zijn. Mogelijk zal dan het siliciummateriaal als basis voor het halfgeleidermateriaal door iets anders zijn vervangen. De nieuwe ontwikkelingen op dit gebied zijn echter alleen nog maar in hele eenvoudige producten toe te passen en bieden nog lang geen alternatief voor de chips in meer complexe producten. Nog een item is de technologie die ASML zelf toepast bij de vervaardiging van de wafer steppers en de wafer scanners, met name waarbij het om het projecteren van patronen gaat. De eerstkomende jaren zal dat nog optisch gebeuren, maar daarna zullen er nieuwe technieken komen, met nog kortere golflengtes, waarmee dus nog kleinere lijntjes kunnen worden geprojecteerd. Te denken valt aan het gebruik daarbij van spiegels in plaats van lenzen en aan de toepassing van elektronenstralen, ionenstralen en röntgenstralen. "Wij pretenderen niet daar een grote uitvinding voor te doen," zegt Maris tot slot. "Daar zijn we te klein voor. Maar we participeren wel in consortia die daartoe worden gevormd, met name in Amerika maar ook in Europa, om daar als partner bij aanwezig te zijn. Als dan een van die technologieën doorbreekt, hebben wij meteen toegang tot de kennis. Ik maak me daarom geen zorgen dat binnen de eerste tien jaar de business voor ons ineens verdampt zou zijn. Wat er over twintig jaar gebeurt, is natuurlijk erg moeilijk te voorzien."

Verschenen in: Financial HighLights van Revue Arts, 1999

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl