S. van Breda, architect van HASKONING Architecten (1998)

Een stad waar mensen zich thuis kunnen voelen

Het gebouw Leeuwenburg heeft in een jaar tijd een indrukwekkende metamorfose ondergaan. Van een besloten computercentrum annex kantorenflat werd het getransformeerd in een open en toegankelijk onderwijscentrum met tal van openbare gebieden en niet-schoolse ruimten. "Het is een stad waar mensen zich thuis kunnen voelen," zegt Syb van Breda, architect van HASKONING Architecten in Amsterdam. Een gesprek met hem en met Roeland Brouns, projectmanager bij de renovatie namens de bouwcombinatie Dura-Hevo.

Leeuwenburg werd in de jaren zeventig gebouwd ten behoeve van de Postbank. Op de begane grond en de eerste verdieping van het gebouw werd een groot computercentrum gevestigd. Nadat de apparatuur in dit computercentrum verouderd was geraakt en het gebouw voor de Postbank minder goed bruikbaar was geworden, kwam het leeg te staan. Na enige tijd diende de Hogeschool van Amsterdam zich als koper aan, "want de hogeschool is een gebruiker die met dit soort gebouwen uit de voeten kan," zegt architect Syb van Breda. "Er zijn niet veel gebruikers die iets hebben aan een vloeroppervlak van bijna anderhalf voetbalveld met heel weinig daglicht. Maar de hogeschool wel, want die kan daar bijvoorbeeld een mediatheek en een auditorium in kwijt."

Planaanbiedingsfase

Voordat de hogeschool erin kon trekken, moest het gebouw vanzelfsprekend ingrijpend worden verbouwd en gerenoveerd. De hogeschool schreef daartoe een Europese aanbesteding uit, waarna vijf partijen werden uitgenodigd om een planaanbieding te maken. Een van deze partijen was de speciaal voor deze opdracht gevormde bouwcombinatie van aannemer Dura Bouw Amsterdam met het bouwmanagementbedrijf Hevo Bouwmanagement in 's-Hertogenbosch. De opdracht was om binnen zes à zeven weken een volledig renovatieplan aan te bieden, inclusief een prijsopgave, gebaseerd op een gedetailleerde prestatieomschrijving op het gebied van bijvoorbeeld klimaatbeheersing en afwerking. Roeland Brouns: "Dat maakte het extra complex, want je kunt een prestatie op verschillende manieren bereiken en het liefst doe je dat in nauw overleg met de opdrachtgever. Maar in zo'n planaanbiedingsfase kan dat natuurlijk niet. Je moet een plan maken op basis van uitgangspunten en proberen om zo goed mogelijk in te schatten wat goed is en wat aanspreekt." Om in de korte tijd die ervoor stond het gebouw van 65.000 m2 zo goed mogelijk te doorgronden, werd een bouwteam samengesteld met daarin ook architect Syb van Breda en verder vertegenwoordigers van een installatie-adviseur, een constructiebureau, installateurs etcetera. "We hebben echt zes weken lang dag en nacht gebuffeld!" zegt Roeland Brouns. "Op zich was het wel een bijzondere belevenis om zo te werken, met een absolute deadline voor de oplevering van een plan. Je moet dat niet te vaak doen, want het vraagt nogal wat van alle mensen die erbij betrokken zijn, maar zo intensief met elkaar samenwerken heeft zeker ook iets moois. Zeker als je uiteindelijk te horen krijgt dat je het beste plan hebt gemaakt, met de beste prijs erbij, en dat je dus het werk mag gaan maken. Dat hebben we toen natuurlijk wel even gevierd!"

Metamorfose

Voor het enorme karwei was slechts weinig tijd bemeten: een goed jaar. Meteen na de contractbesprekingen moest daarom een gigantische werkvoorbereiding op gang komen, voor duizend-en-één activiteiten, terwijl het sloopbedrijf ondertussen al moest beginnen om de tijdsplanning te kunnen halen. "Het is een erg groot gebouw," zegt Syb van Breda. "en het programma van eisen was zeer complex. Het gaat niet alleen om kantoorruimten, maar ook om collegezalen, een auditorium, een restaurant, een mediatheek, een boekwinkel, cafés en practica met alle mogelijke luchtbehandelings- en afzuigapparatuur. Het is kortom een heel ingewikkeld gebouw, zeg maar gerust een kleine stad. Op de begane grond, de eerste verdieping en het souterrain spreken we dan ook niet van een renovatie, maar van een metamorfose. In dat deel van het gebouw zijn de oude indelingen en functies helemaal verdwenen." Bepalend voor de nieuwe indeling van het gebouw was het gegeven, dat er grote aantallen mensen tegelijkertijd in het gebouw aanwezig moeten kunnen zijn. Telde het oude computercentrum slechts enkele honderden medewerkers, nu gaat het om een kleine zevenduizend studenten en zo'n zeshonderd vaste medewerkers. Zij zijn weliswaar zelden allemaal op dezelfde tijden aanwezig, maar 's morgens rond negen uur komen toch enorme aantallen mensen tegelijk het gebouw in. "We hebben ons in eerste instantie gericht op het beheersen van die grote stromen door het gebouw," zegt Syb van Breda. "Je zou kunnen zeggen dat we daar 'een stedenbouwkundig plan' voor hebben gemaakt, een stroomschema. Van de voormalige lichthof in het gebouw, die niet toegankelijk was, hebben we een knooppunt gemaakt waar iedereen juist wel komt. Vandaaruit hebben we enorme trappen gemaakt naar de drukst bezochte vloeren, de eerste verdieping en het souterrain. Dat concentreert zich allemaal in het midden van het gebouw. We hebben daar een pyramidevormig dak gemaakt, met in het midden een grote 'lichthapper', waardoor er daglicht in het hart van het gebouw komt. En daar is ook het zogenoemde studentenplein gemaakt."

Onderwijswinkelcentrum

Het studentenplein is één van de vele niet onderwijsgebonden ruimten in het gebouw. Syb van Breda heeft met zulke ruimten geprobeerd om het traditionele beeld van een schoolgebouw ("hoge lokalen langs lange gangen en een concierge bij de deur") te doorbreken. Hij zegt: "De studenten worden tegenwoordig geacht zich een groot deel van de dag in het gebouw te bevinden. Daar moeten ze dan hun eigen studiepad zoeken en worden ze veel minder aan het handje gehouden dan vroeger. Daarom is heel bewust geïnvesteerd in voorzieningen als het studentenplein, de cafés, het restaurant en ook de mediatheek, die groter is dan nodig zou zijn voor alleen de opslag van boeken. Het gebouw heeft echte verblijfsgebieden, openbare ruimten waar het aangenaam toeven is, waar mensen zich thuis kunnen voelen en ook in een semi-informele sfeer kennis kunnen opdoen. Je kunt het project wat dat betreft ook met een winkelcentrum vergelijken. Vroeger was een winkelcentrum een optelsom van aparte winkels, maar nu is het vooral de openbare ruimte die veel aandacht krijgt. Mensen gaan niet meer naar die aparte winkels, maar naar de combinatie daarvan. Dat geldt hier in Leeuwenburg ook. Leeuwenburg is een onderwijswinkelcentrum waar studenten iets in de mediatheek kunnen afnemen, een gesprek met hun mentor op de veertiende verdieping kunnen hebben en vervolgens met medestudenten in het café nog wat stukken kunnen doornemen. Dat is het idee."

Optimaal product

Voor de mensen van het bouwteam is de uitvoeringsfase van juli 1997 tot augustus 1998 buitengewoon hectisch geweest. Niet in de laatste plaats kwam dit door de vele aanpassingen van de plannen, die met het dichterbij komen van de verhuizingsdatum alsnog vanuit de diverse instituten werden gewenst. Roeland Brouns tot slot: "Een organisatie als de hogeschool staat ook niet stil en heeft veranderende inzichten. Mede daardoor zijn er tijdens de uitvoeringsfase veel veranderingen en aanvullingen ingebracht. De indeling van de hoogbouw bijvoorbeeld is ettelijke keren 'over de kop gegaan'. En de reproruimte op het souterrainnivau moest ook op een bepaald moment van de ene kant van het gebouw naar de andere kant, met alle consequenties vandien. Wat dat betreft is er natuurlijk een zekere spanning tussen wat je daarbij aankunt aan de ene kant en hoe flexibel en klantvriendelijk je wil zijn aan de andere kant. Ik meen dat wij daar heel ver in zijn meegegaan, omdat we voor de hogeschool een optimaal product wilden afleveren!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1998

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl