A.S. van Tilburg, architectenbureau Van Tilburg en Partners (1998)

Verschillende torens, maar toch een eenheid

Gemini Building, waarin het nieuwe kantoor van Progress Software is gevestigd, heet niet voor niets Gemini Building. De Progress Software-toren vertoont immers onmiskenbaar een treffende verwantschap met de Schouten-toren, die er pal naast staat. Toch hebben beide gebouwen ook duidelijk een eigen identiteit. Het opmerkelijke effect is tot stand gekomen doordat de twee kantoortorens door tweelingbroers zijn ontworpen. In eerste instantie tekende Aat van Tilburg de Schouten-toren. Nadat deze was voltooid, ontwierp zijn tweelingbroer Jan van Tilburg de Progress Software-toren. Het resultaat: Gemini Building. Een gesprek met Aat van Tilburg over deze unieke samenwerking.

Aat van Tilburg is een van de drie partners van het architectenbureau Van Tilburg en Partners in Capelle aan den IJssel. Zijn broer Jan van Tilburg werkt al sinds 1965 in Amerika en heeft sinds 1971 een eigen architectenbureau in Los Angeles. De twee werden geboren in maart 1942 in Nootdorp, waar hun vader aannemer was. "Behalve de verbouwing van de keuken bij ons thuis in Nootdorp," vertelt Aat van Tilburg, "was het Gemini Building na dertig jaar het eerste project dat we serieus samen hebben gedaan. Het was natuurlijk een interessant idee en een interessant experiment om zoiets te doen. We hebben daar van projectontwikkelaar Van Vlijmen en vervolgens van Bouwfonds Projectontwikkeling ook alle ruimte voor gekregen." Jan van Tilburg ontwierp de Progress Software-toren, maar liet de technische uitwerking ervan over aan het bureau van zijn broer. "Het ontwerp is één," zegt Aat van Tilburg, "maar alle lokale bouwvoorschriften kennen, is een tweede. Ik zou ook niet zo maar een gebouw in Los Angeles kunnen maken, want dan kloppen de traptreden al niet, de brandweeruitgangen zijn anders, de statische berekeningen zijn anders en noem maar op. Die problemen hebben we nu weten te voorkomen doordat wij hier de technische uitwerking hebben gedaan. Op dit moment is Jan aan het kijken of we ook zoiets andersom zouden kunnen doen, dus in Amerika, maar helaas duurt dat daar een beetje langer."

Nu een A1-locatie

De locatie van Gemini Building, het bedrijventerrein Rivium aan de A16 naast de Van Brienenoordbrug, mag nu met recht een A1-locatie worden genoemd. Het is zonder meer een fantastisch mooi punt in de Randstad. Lange tijd echter had het die status absoluut niet. Het gebied werd zo'n twintig jaar geleden met havenslib opgehoogd en pas later kwam men erachter dat dit slib behoorlijk was vervuild. Er waren daarom diverse maatregelen nodig om het gebied toch nog geschikt te maken om er te bouwen. Er werd een afdekkende laag overheen gelegd, het waterniveau werd 'opgetild' en voor alle zekerheid werd besloten er geen woningen op te bouwen. Voor kantoorgebouwen voldoet het gebied echter aan alle milieu-eisen. Dat het nog lange tijd braak bleef liggen, had daarom meer te maken met de slapte op de kantorenmarkt in de jaren tachtig en in het begin van de jaren negentig. Er was al wel een ontwikkeling voor op papier gezet, in de vorm van twee aan elkaar gekoppelde gebouwen, maar ook dit plan kon destijds niet van de grond komen.

Alzijdig en met een gevel

"Dat plan was eigenlijk te ingewikkeld," zegt Aat van Tilburg. "In projectontwikkeling moet je er altijd rekening mee houden dat iets maar voor de helft wordt gerealiseerd. Als in een gebied dertigduizend vierkante meter kantoorruimte mag worden gebouwd, dan begin je met vijf- of zesduizend vierkante meter. Ik moest er daarom rekening mee houden dat mijn toren het enige gebouw zou blijven en dat er geen tweede toren bij zou komen. Het gebouw moest dus ook een eindbeeld kunnen zijn en als zodanig in het geheel van de omgeving iets kunnen betekenen. Ik heb het daarom ontworpen als een alzijdig gebouw, zoals torens over het algemeen alzijdig zijn. Mijn broer echter heeft reagerend op dit gebouw een toren met een front gemaakt aan de kant van het noorden, dus waar nu heel groot Progress Software op staat. De overige drie kanten van zijn toren reageren als het ware op de mijne. In die zin is het een bijzondere toren, want een toren met een voorgevel komt niet vaak voor." De alzijdigheid van de toren van Aat van Tilburg draagt eraan bij, dat zijn gebouw door velen als meer Amerikaans wordt beoordeeld dan de creatie van zijn broer. "Dat komt ook door de 'set backs'," zegt Aat van Tilburg, "de verspringingen naar binnen waardoor het gebouw steeds dunner wordt. Bij Amerikaanse gebouwen die aan de basis vijftig bij vijftig meter zijn, kun je die gevels gemakkelijk naar binnen zetten, maar bij een gebouw dat nog niet de helft zo groot is, zou je bovenaan alleen nog maar de kern overhouden. Ik heb dat concept daarom vertaald door die happen eruit niet steeds dieper, maar steeds langer te maken."

Bijzondere funderingstechniek

Het plan van Aat van Tilburg om zijn tweelingbroer het ontwerp van de tweede toren te laten maken, vond destijds snel enthousiasme bij projectontwikkelaar Van Vlijmen. Deze kon dan ook het startsein voor de bouw geven zodra hij twee grote huurders voor het gebouw had gevonden, Progress Software en mede-ontwikkelaar/aannemer Ballast Nedam, evenals een geïnteresseerde belegger ervoor, namelijk het Duitse Degi mbH. Meer kritisch dan de commerciële kant van het verhaal was de technische kant ervan, bijvoorbeeld wat het heiwerk betreft. Aat van Tilburg: "In het stedenbouwkundig plan van Capelle aan den IJssel was aangegeven dat het gebouw hoger zou moeten zijn dan dertig meter. De maximale hoogte werd er niet bij aangegeven, the sky was the limit. Met het constructietype dat we in beide gebouwen hebben toegepast, kun je ook niet hoger dan zo'n honderd meter. Beide torens zijn nu ongeveer vijfentachtig meter hoog, de toren van Jan is net iets hoger dan de mijne. Daarom staan we met deze gebouwen ook op een diepere zandlaag in de bodem. De eerste behoorlijke zandlaag, dus waar je woonhuizen op kunt funderen, zit op een meter of twintig. De tweede zandlaag, waar deze gebouwen op staan, zit op bijna dertig meter. Daaronder zit dan op vijftig meter nog een hele dikke zandlaag, waarop bijvoorbeeld het gebouw van Nationale Nederlanden gefundeerd is. De zandlaag op dertig meter is nog net niet dik genoeg om deze gebouwen te kunnen dragen. Eerst zijn daarom buizen de grond ingebracht waar zand in geheid is om een zekere verdichting rond de palen te krijgen en vervolgens zijn daar de palen in geheid. Op zich is dat wel een bijzondere funderingstechniek."

Precieze constructie

Niet alleen de fundering van de gebouwen is bijzonder, maar ook de constructie, dus de wijze waarop ze in elkaar werden gezet. Aat van Tilburg: "Op constructief gebied zitten er in de twee torens allerlei overeenkomsten en hebben we tijdens de bouw van de tweede toren gebruik kunnen maken van de kennis die we bij de eerste hebben opgedaan. Daardoor zit de constructie van de Progress-toren weer net iets efficiënter in elkaar dan de Schouten-toren. In feite zijn de gebouwen één groot betonnen kaartenhuis, waarbij alle losse stukken beton op een efficiënte wijze aan elkaar zijn 'geknoopt', onder meer door er in horizontale zin kabels tussen te spannen die onder een zekere spanning zijn gezet. De natuurstenen bekleding en de ramen zijn al in de fabriek aan de constructie bevestigd. Het is dus een heel geprefabriceerd systeem dat op de bouwplaats alleen maar met stalen verbindingspennen in elkaar hoefde te worden gezet." Deze wijze van bouwen vergt precisiewerk: de elementen van 7.20 meter bij 3.60 meter moeten in één keer op de millimeter nauwkeurig worden opgehangen. Toen de bouwers dit procédé eenmaal goed onder de knie hadden, kon de geplande bouwtijd van vijf dagen per verdieping worden teruggebracht tot iets meer dan drie dagen per verdieping. "De verdiepingen vier tot en met zeventien stonden er zo op," zegt Aat van Tilburg. "Drie verdiepingen in twee weken, dat ging in een razend tempo. In die zin is de bouw heel goed en voorspoedig verlopen."

Letterlijk en figuurlijk er bovenuit

Tijdens de ontwikkeling ervan is de Progress Software-toren iets hoger uitgevallen dan oorspronkelijk was bedacht. Omdat bovendien de kop van deze toren 'zwaarder' is dan de toren met de set backs, heeft het gebouw 2.000 m2 meer vloeroppervlak, namelijk 10.000 m2 in plaats van 8.000 m2. "Voor de ontwikkelaar was dat natuurlijk heel aantrekkelijk," aldus Aat van Tilburg. "Toch hebben we op een gegeven moment gezegd dat het evenwicht tussen de gebouwen bewaard moest blijven. En dat is denk ik goed gelukt. Het is nooit de bedoeling geweest dat de twee torens exact hetzelfde zouden worden. Wel heeft mijn broer zich aangepast wat zijn materiaalkeuze betreft, want hij wilde het in dezelfde toon houden en het bijvoorbeeld niet een heel andere kleur geven. Natuurlijk hebben we daar samen over gediscussieerd, over hoe je twee gebouwen zo verschillend kunt maken dat het interessant is, terwijl het toch een eenheid blijft. Een typisch tweelingenprobleem!" Nog een tweelingenprobleem zit hem in de beoordeling van de twee gebouwen. Aat van Tilburg: "Tweelingen zijn vanuit hun jeugd gewend dat de eigen prestaties nooit objectief worden gemeten, maar altijd ten opzichte van de prestaties van de ander. Dat gebeurt met deze gebouwen ook. De een zegt dat hij het ene gebouw mooier vindt en de ander vindt het andere gebouw interessanter. Ik denk dat we samen een knappe prestatie hebben neergezet. We hadden een commercieel budget, een huur die niet te hoog mocht worden, en het zal ook voor leken duidelijk zijn dat zo'n gebouw goedkoper is als je het op de grond legt dan als je het in de hoogte bouwt. Je moet daarom goed weten waar je je geld aan besteedt, wat je simpel houdt en waarvan je net iets bijzonders moet maken. Gelet op het afwerkingsniveau in beide torens, vind ik dat we daar heel goed in zijn geslaagd. Het zijn twee interessante gebouwen die in het hele Rivium er letterlijk en figuurlijk bovenuit springen!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1998

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl