|
||
|
W. Bijleveld, directeur van het Scheepvaartmuseum (1998)
Opmerkelijk heiwerk: een tijdelijke werf voor een clipperSoms is heiwerk niet moeilijk, maar toch opmerkelijk. Dit is althans het geval bij de bouw van een tijdelijke scheepswerf in het Oosterdok in Amsterdam, pal naast het Nederlands Scheepvaartmuseum. De werf is bedoeld om er in 1999 en 2000 de clipper 'Stad Amsterdam' af te bouwen. Deze clipper moet een luxueus passagiersschip worden en zal in augustus 2000 een pronkstuk zijn tijdens Sail 2000 in Amsterdam. Een gesprek over deze clipper, de werf en het museum met dr. Willem Bijleveld, directeur van het Scheepvaartmuseum. De bouw van de clipper 'Stad Amsterdam' is een initiatief van de gemeente Amsterdam en de uitzendorganisatie Randstad. De twee instellingen hebben samen de Rederij Clipper 'Stad Amsterdam' opgericht. Het werk is in eerste instantie opgezet als een scholings- en werkgelegenheidsproject en moet uiteindelijk resulteren in de commerciële exploitatie van een luxueus passagiersschip waarmee de wereldzeeën kunnen worden bevaren. Met het totale project is zo'n 28 miljoen gulden gemoeid. Het Nederlands Scheepvaartmuseum is op zich geen partij in het project, maar heeft er toch vanaf het beginstadium bemoeienissen mee gehad. In eerste instantie werd vanuit het museum advies gegeven en inzage in historische documenten over clippers. In tweede instantie werd aangeboden om de clipper, als trekpleister voor het Scheepvaartmuseum en met het oog op promotie van de rederij, naast het museum af te bouwen. Het initiatief hiertoe kwam van Willem Bijleveld, nu ruim een jaar directeur van het Nederlands Scheepvaartmuseum. In de pictureBijleveld: "Het Scheepvaartmuseum wil bij zo veel mogelijk mensen belangstelling wekken voor de Nederlandse maritieme geschiedenis en cultuur. Dat doen we door de vaste collectie zo mooi mogelijk te presenteren en door tijdelijke exposities neer te zetten, maar daarnaast zoeken we altijd naar elementen die voor het publiek een grote trekkracht hebben. Naast het museum is bijvoorbeeld de 'Amsterdam' aangelegd, de replica van het oude VOC-schip. Dit schip heeft bij een algemeen publiek voor een enorme aantrekkingskracht naar het museum gezorgd. Daarom ook heb ik vorig jaar de gemeente Amsterdam laten weten dat het Scheepvaartmuseum er geïnteresseerd in was als de clipper 'Stad Amsterdam' naast het museum zou kunnen worden afgebouwd. Voor de rederij is daarvan het voordeel dat ze een opvallende, zichtbare locatie in de stad heeft en zo met de clipper duidelijk in de picture komt. Bovendien hebben wij de hele organisatie klaar staan om een behoorlijke publieksstroom op te vangen en te begeleiden. Als je die ergens anders zou willen inrichten, dan ben je wel even bezig." Stoere driemastersDe clipper 'Stad Amsterdam' wordt geen replica zoals het VOC-schip 'Amsterdam'. Het schip moet immers zeewaardig en comfortabel zijn naar de eisen van deze tijd. Wel heeft Gerard Dijkstra, zeezeiler en architect van de nieuwe clipper, zich bij zijn ontwerp laten inspireren door de oorspronkelijke clipper 'Amsterdam'. Deze werd in 1854, als derde clipper in Nederland, gebouwd aan een van de werven langs de Nieuwe Vaart in Amsterdam, op een steenworp afstand van het huidige Scheepvaartmuseum. Clippers golden in die tijd als de snelste en grootste zeilschepen die ooit hebben gevaren. De stoere driemasters met stalen romp waren oorspronkelijk van Amerikaans ontwerp en gemaakt voor de theehandel naar en van Amerika. Ze raakten in onbruik na de totstandkoming van het Suezkanaal. Stoomboten konden van de kortere route gebruikmaken en clippers, bij gebrek aan wind, niet. Niet geklonkenInmiddels is de kiel van de nieuwe clipper gelegd, bij Damen Shipyards in Amsterdam-Noord, en is men daar begonnen met het lassen van de stalen platen. Willem Bijleveld: "Anderhalve eeuw geleden waren clippers geklonken schepen. Door elkaar overlappende stalen platen werden verhitte klinknagels geslagen, waardoor die platen na afkoeling helemaal vast op elkaar werden getrokken. Maar omdat de bouw van de clipper zelf als een scholingsproject wordt gezien, en het natuurlijk geen zin heeft om tegenwoordig nog 'klinkers' op te leiden, wordt de clipper nu gelast. Die expertise is er nu en het gaat natuurlijk veel sneller. Bovendien is het absoluut niet de bedoeling, hoewel de clipper op oude tekeningen is gebaseerd, om een replica uit 1854 te bouwen. Deze clipper wordt een 'compromisschip', waarbij naar comfort is gezocht, luxe en zeewaardigheid. Het is dus zeker niet een replica, het is echt een nieuwe Dijkstra-clipper." 's Lands ZeemagazijnEind 1998, als de romp van de clipper klaar is, wordt het gevaarte van de scheepswerf in Amsterdam-Noord naar het Oosterdok overgevaren voor de afbouw van de clipper. Daar moet dan inmiddels, aan de westkant van het Scheepvaartmuseum, een nieuwe werf zijn aangelegd. Het museumgebouw zelf is aan drie kanten door water omringd. Willem Bijleveld: "In de zeventiende eeuw, toen de Marine nog niet bestond, was dit ''s Lands Zeemagazijn': het bevoorradingsgebouw van de Admiraliteit van Amsterdam. Het is helemaal ontworpen om schepen te bevoorraden met proviand, wapens, zeilen, touwwerk en ook water, vanuit de grote zoetwatertanks op de binnenplaats van het gebouw. De schepen werden bevoorraad zo ver als mogelijk was. Vervolgens moesten ze de ondiepe Zuiderzee over en bij Texel werden ze dan helemaal volgestouwd. In die tijd konden de schepen pal tegen het gebouw aanleggen en vanuit de grote laadpoorten bevoorraad worden. Maar nu is het gebouw natuurlijk niet meer geschikt om daar zo maar een clipper tegenaan te leggen." Werkplatform op pontonsVoor de gelegenheid is daarom een kleine, maar toch vrij uitgebreide werf ontworpen. Deze wordt ingericht op een werkplatform van ongeveer zestig bij vijftien meter lang, dat in z'n geheel op een aantal pontons komt te liggen. Op het werkplatform wordt een aantal werkruimten gebouwd in de stijl van min of meer historische tuighuisjes. De bezoekers van het Scheepvaartmuseum mogen vanzelfsprekend niet op het werkplatform komen, maar wel op een uitkijkplatform daarboven en via een loopbrug zelfs op een begrensd deel van de clipper zelf. Om de pontons goed vast te leggen en ook om de clipper los van het werkplatform te houden, moet een behoorlijk aantal palen in het Oosterdok worden geheid. Het heimateriaal daarvoor wordt via een hellingbaan aan de overzijde van het Oosterdok op pontons gereden en vervolgens naar de werkplek gevaren. Ten tijde van de samenstelling van dit magazine was nog niet bekend aan welke aannemer dit heiwerk was gegund. Heien en verwijderenDe clipper 'Stad Amsterdam' wordt een vrij omvangrijk schip. Op de waterlijn krijgt het een lengte van 53 meter en van het topje van de boegspriet tot aan het uiteinde wordt het schip zelfs 80 meter lang. De clipper steekt daardoor net buiten het gebouw van het Scheepvaartmuseum uit. Het schip krijgt ongeveer 1.800 m2 zeil en wordt vanzelfsprekend van een motor voorzien, omdat het anders om te beginnen al niet door het Noordzeekanaal zou kunnen uitvaren. Op de clipper komen 18 hutten voor 36 passagiers en daarnaast natuurlijk de nodige werk- en leefruimten voor de scheepsbemanning. In augustus 2000 moet het schip helemaal klaar zijn en deel kunnen nemen aan Sail 2000. Kort daarna zal de werf bij het Scheepvaartmuseum weer worden onttakeld en zullen alle palen die geheid zijn, weer verwijderd moeten worden. Niet historisch genoeg"Zo'n werf is voor ons niet historisch genoeg," legt Willem Bijleveld uit. "In het museum streven we er natuurlijk naar om echte dingen uit het verleden te laten zien. De werf die nu wordt gebouwd, wordt helemaal ingericht om de clipper af te bouwen, maar dat kun je natuurlijk geen historische scheepswerf noemen. Dus die halen we weer weg." Is de werf dan niet geschikt om er een tweede publiekstrekker af te meren à la het VOC-schip 'Amsterdam'? Bijleveld: "Zo'n schip is een duur grapje, het onderhoud kost behoorlijk wat. Wij zien het zelf veel meer als een presentatiemiddel. Het is geen historisch stuk en het staat ook niet als een collectie-onderdeel te boek. Natuurlijk is alles in het schip verantwoorde namaak en gebaseerd op historisch onderzoek en oorspronkelijke voorwerpen. Het is daarom een unieke manier om zo'n schip voor het publiek weer 'levend' te maken en dat is bij uitstek wat wij proberen." Voor de clipper 'Stad Amsterdam' zou overigens een ligplaats in het Oosterdok ook niet ideaal zijn. Om uit te kunnen varen moet een spoorbrug worden geopend en daar is alleen 's nachts gelegenheid voor. Voor de clipper wordt daarom een ligplaats gezocht in het IJ, bij het Java-eiland, waar het schip vanuit de stad nog altijd goed kan worden gezien. Eigen collectieHet Nederlands Scheepvaartmuseum heeft uiteindelijk geen nagebootste clipper nodig om historisch belangwekkend te zijn. Het museum beschikt over drie mondiaal toonaangevende deelcollecties. Allereerst is dat een collectie schilderijen van schepen, zeeslagen, havens en zeegezichten, niet alleen uit de 17e en 18e eeuw, maar ook uit de 19e en 20e eeuw. De tweede deelcollectie bestaat uit zeevaartkundige instrumenten: globes (waaronder de allereerste globes van de beroemde cartograaf Blaeu), kaarten, sextanten, scheepsklokken en alles wat te maken heeft met zeevaartkunde, plaatsbepaling en goed zeemanschap. Deze unieke collectie, die mondiaal zeer hoog staat aangeschreven, geeft een compleet overzicht van navigatie-instrumenten vanaf 1600. Speerpunt in de collectie zijn de instrumenten van Nederlands fabrikaat, maar ook de Engelsen hebben een grote bijdrage aan de kunst van het navigeren geleverd. De derde deelcollectie is die van de scheepsmodellen: geen eigentijdse modellen van historische schepen, maar originele modellen daarvan, die kort voor of na de voltooiing van deze schepen werden gebouwd. Het museum beschikt bijvoorbeeld over een model van het admiraalschip 'de Hollandia' uit de tijd dat Michiel de Ruyter het bevel over dit schip voerde. Deze modellen laten vanaf de late Middeleeuwen een volledig overzicht zien van scheepsontwikkeling en scheepsvormen. AvontuurWillem Bijleveld tot slot: "Het is onze taak om onze collectie te beheren en er mooie presentaties van te maken en niet om schepen of scheepswerven te onderhouden. Wel zullen we tijdens de bouw van de clipper, vanaf 1 juli, een speciale tentoonstelling over clippers inrichten: over de schepen zelf en over het gebruik ervan. Want het moet natuurlijk niet niks zijn geweest om met zo'n bak van zestig meter onder vol zeil te varen. En dat avontuur van de zeilvaart zullen we met die tentoonstelling proberen over te brengen." Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1998 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |