|
||
|
A.C.J. Bullens, initiatiefnemer van Micro Insurance Association Netherlands (2005)
Onderlinge microverzekeringen in het spoor van microkredietenTijdens haar werkbezoeken in Kenia en Uganda trok prinses Máxima prominente aandacht voor het verschijnsel microkredieten. Met deze hele kleine leningen kunnen mensen in ontwikkelingslanden een eigen bedrijfje opbouwen. "Echter, de grenzen van wat je met microkredieten kunt doen, komen snel in zicht als er geen microverzekeringen achter zitten," zegt Toon Bullens, initiatiefnemer van Micro Insurance Association Netherlands (MIAN). MIAN startte haar activiteiten in de loop van 2004 en bestaat nu uit een pool van circa honderd vrijwilligers. Zij werken allen bij coöperatieve verzekeringsmaatschappijen in Nederland en zetten hun kennis, kunde en tijd in voor het oprichten van coöperatieve verzekeringsfondsen in ontwikkelingslanden. Ongeveer de helft van deze honderd vrijwilligers participeert in een van de acht werkgroepen van MIAN. De andere helft bereidt zich erop voor daadwerkelijk in de projecten ter plaatse te zullen worden ingezet. Momenteel worden in Sri Lanka, de Filippijnen, Nepal en India projecten van MIAN uitgewerkt. Binnenkort starten ook projecten in Rwanda en Kenya. "In de ontwikkelingslanden tekent zich in feite dezelfde ontwikkeling af als zich hier in Nederland honderd jaar geleden heeft afgespeeld," zegt Toon Bullens. "Rond het midden van de negentiende eeuw ontstonden hier de coöperatieve banken, zo'n veertig jaar later gevolgd door het ontstaan van de coöperatieve verzekeraars. In de ontwikkelingslanden zijn nu de microkredieten in zwang, maar dat gaat goed totdat in een gemeenschap het beeld ontstaat dat je met zo'n krediet een dubbel probleem hebt zodra er iets met de kostwinner gebeurt. Want dan is het gezinsinkomen weg en staat er ook nog een schuld te betalen. Het is logisch dat op dat moment de behoefte aan verzekeringen ontstaat." ProductbehoeftenIn het verlengde van deze constatering stelt Toon Bullens vast, dat in ontwikkelingslanden momenteel de meeste behoefte bestaat aan levensverzekeringen die ervoor zorgen dat er een substituut is voor het inkomen en voor de aflossing van de aangegane lening op het moment dat de kostwinner iets overkomt. Vaak worden deze verzekeringen met een dekking bij ongevallen en langdurige ziekenhuisopnamen gecombineerd. Ten behoeve van deze levensverzekeringen - waarbij het vaak om slechts enkele tientallen euro's per jaar gaat - heeft MIAN een premiecalculatiemodel opgesteld. Dit model wordt onder meer met gegevens van de wereldgezondheidsorganisatie WHO gevoed en leidt tot een verantwoorde calculatie van premies. "De tweede behoefte die we aantreffen," vervolgt Bullens, "is een behoefte aan bescherming als er discontinuïteit in het primaire gezinsinkomen is. Doordat we ons vooralsnog op de plattelandsgebieden richten, zijn dit meestal oogstverzekeringen en veeverzekeringen. Op de derde plaats komt dan de behoefte aan de verzekering van bezittingen als boerderijtjes of huisjes, maar die behoefte zijn we niet met enige urgentie tegengekomen." WerkgroepenMIAN wordt door een bestuur van acht leden geleid. Deze bestuursleden sturen ieder een van de werkgroepen van MIAN aan. Deze werkgroepen houden zich bezig met onder meer competentie-ontwikkeling (voor de ontwikkeling van project- en productconcepten, evenals van cursussen voor lokale betrokkenen en voor vrijwilligers die zullen worden uitgezonden), human-resourcemanagement (voor het matchen van de vaardigheden van de vrijwilligers met de behoeften binnen de lokale projecten), projectmanagement (voor de begeleiding, ondersteuning en voortgangsbewaking van de projecten), financiën (voor het in kaart brengen van de financiële noden en vervolgens de financiële dekking van de projecten), ICT (voor de geautomatiseerde ondersteuning van MIAN zelf en van de projecten ter plaatse) en tot slot de administratie (van de leden van MIAN en alles wat daar annex aan is). SamenwerkingOok de vrijwilligers die de projecten gaan bezoeken, zijn in groepen verdeeld, van circa vijf personen per project. Zij hebben een onderlinge verdeling van taken op bijvoorbeeld de gebieden organisatie, competenties, commerciële activiteiten enzovoort. De projecten worden drie à vier keer bezocht, waarbij zo'n bezoek één à drie weken kan duren. Deze bezoeken worden gedetailleerd voorbereid, zodat in korte tijd veel werk kan worden verzet. "We doen dat natuurlijk niet op eigen houtje," zegt Toon Bullens. "We weten veel van verzekeren, maar niet van ontwikkelingswerk of van cultuurverschillen en hoe je die moet overbruggen. Daarom werken we samen met Nederlandse organisaties zoals Agriterra, Rabobank Foundation en Novib. Deze organisaties beschikken over lokale infrastructuren, kennen de lokale wetgeving en kennen ook de mensen die lokaal actief zijn. Zij geven ons de toegang tot de lokale organisaties die bijvoorbeeld ook de microkredieten verlenen en dus vaak de logische houdsters van de microverzekeringsorganisaties zijn. Deze lokale ngo's hebben het vertrouwen van de doelgroep en kunnen de consumenten bereiken. Op deze manier kunnen wij ons beperken tot het verder ontwikkelen van de competentie en het helpen opzetten van de onderlinge verzekeringsstructuren." Motor van de economieDe genoemde Nederlandse organisaties nemen ook de kosten van MIAN voor hun rekening, bijvoorbeeld van de bezoeken aan de projecten ter plaatse. In het algemeen wordt tijdens het eerste bezoek de aard van de behoeften en de kwaliteit van de lokale ngo in kaart gebracht. Het tweede bezoek is erop gericht afspraken te maken over de feitelijke uitvoering van het project, inclusief taakverdeling, opleiding, materiële uitrusting en fasering. Tijdens het derde bezoek wordt doorgaans de externe communicatie voorbereid, dus de manier waarop toekomstige verzekerden over het fenomeen verzekeren en over de nieuwe coöperatieve verzekeringsmaatschappij worden geïnformeerd. "Op dat moment staat er een verzekeringsmaatschappij met alles erop en eraan," aldus Toon Bullens, "een organisatie met mensen die het vak kennen, met een businessplan, een commercieel plan, een ICT-structuur en, voorzover het nodig is, een begeleiding die vooral op afstand plaatsvindt. Zo helpen we mee de motor van de economie in de ontwikkelingslanden goed op gang te krijgen, omdat mensen nu eenmaal meer durven te investeren als zij zich kunnen beschermen tegen de risico's die daarmee samenhangen." Kadertekst: Vrijwilligers welkomVoor haar huidige en toekomstige activiteiten kan MIAN, Micro Insurance Association Netherlands, nog een grote groep vrijwilligers gebruiken. Deze vrijwilligers kunnen in een van de werkgroepen van MIAN meewerken, maar ook de projecten in de ontwikkelingslanden bezoeken. De inzet die van de vrijwilligers wordt verwacht, varieert per werkgroep en per project. Gemiddeld hebben de werkgroepen een maandelijkse bijeenkomst. Tussendoor verrichten de leden individuele werkzaamheden. De projecten worden drie of vier keer bezocht, gedurende één à drie weken. Initiatiefnemer van MIAN Toon Bullens zegt: "Ik hoop dat we op enige ondersteuning van verzekeraars kunnen rekenen, bijvoorbeeld door medewerkers die een deel van hun vrije tijd hieraan besteden, een aantal extra vakantiedagen te geven." Wie in het werk van MIAN geïnteresseerd is en wellicht ook vrijwilligerswerk wil doen, doet er goed aan de MIAN-site te bezoeken ( www.mian.nl) of contact met Toon Bullens op te nemen ( abullens@home.nl). Verschenen in: de Onderlinge (2005) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |