|
||
|
G.J.H.C.M. Peeters, voorzitter van de Raad van Bestuur Maastricht UMC+ (2008)
Kosten? Opbrengsten!Guy Peeters heeft er schoon genoeg van. Telkens weer worden de kosten van de gezondheidszorg benadrukt en blijven de opbrengsten buiten beschouwing. De bestuursvoorzitter van het Maastricht UMC+ vraagt daarom overheden, patiënten en overige betrokkenen om onze gezondheidszorg meer uitgebalanceerd te beoordelen. "Wat is een mensenleven waard? En wat is de bijdrage van de gezondheidszorg aan de productiviteit in de samenleving? Daar zijn wel macro-economische verkenningen naar gedaan, maar de artikelen die daarover zijn geschreven, zijn redelijk abstract en niet aansprekend. Omdat echter meestal alleen maar over de kosten van de gezondheidszorg wordt gesproken, is het wel eens goed om daar tegenover te stellen dat er ook heel veel opbrengsten zijn!" Guy Peeters zal natuurlijk niet ontkennen, dat onze gezondheidszorg het nodige moet kosten. Hij verwacht zelfs dat de kosten nog aanmerkelijk zullen stijgen, maar op den duur zullen er extra opbrengsten zijn. Hij legt uit dat we daartoe van de huidige symptomatische behandelingstechnieken, waarbij patiënten symptomen van een probleem vertonen en daarom worden behandeld, veel meer naar preventieve behandelingstechnieken zullen gaan. Daarbij wordt voorspeld of patiënten klachten zullen krijgen en op grond daarvan worden ze dan behandeld. Peeters: "Dat betekent dat de gezondheidszorg er dan niet meer is voor de paar miljoen mensen die klachten hebben, maar voor alle zestien miljoen Nederlanders die vragen hebben. Omdat beide behandelingsmodellen, de symptomatische en de preventieve, gedurende een aantal jaren naast elkaar zullen blijven bestaan, zal de vraag naar zorg enorm toenemen. Bedenk daarbij dat mensen naarmate ze langer leven meer ziektes ontwikkelen, vaak verschillende ziektes naast elkaar. We kunnen dus niet anders dan concluderen dat de kosten in de gezondheidszorg nog explosief zullen stijgen." Peeters ziet nu al diverse sprekende voorbeelden van die ontwikkeling naar een meer preventieve gezondheidszorg. "Nu al is redelijk te voorspellen hoeveel kans iemand heeft om een hartinfarct te krijgen. Op basis daarvan kunnen we patiënten goede preventieadviezen geven, zodat ze de kans op een hartinfarct kunnen verkleinen. Ook zullen we in de toekomst bijvoorbeeld veel beter kunnen voorzien welke vormen van aderverkalking een probleem zullen zijn. Het is dan nog maar een kleine stap naar de preventieve behandeling daarvan. Daarnaast zullen we op grond van onderzoek naar genenafwijkingen categorieën mensen preventief kunnen adviseren of behandelen. Verder ben ik ervan overtuigd, dat we door een veel meer moleculaire benadering nieuwe ziektes gaan ontdekken en zullen kunnen behandelen en dat we ook met robottechnologie steeds verfijnder worden in wat we als ziekte kwalificeren en in de behandeling daarvan. Ook dat moeten we in onze waardering van de gezondheidszorg meenemen. Niet elke ontwikkeling zal meteen voor ons tot resultaten leiden, maar wel voor de kinderen van onze kinderen. Zij gaan dat volop meemaken. Wij hebben nu de verantwoordelijkheid om dat serieus op waarde te kunnen schatten en om een langetermijnbeleid in termen van verandering in te zetten." Omdat preventieve gezondheidszorg niet alleen een toename van de kwaliteit van leven en levensverlenging betekent, maar op den duur ook een fikse kostenbesparing oplevert, zou je preventieve gezondheidszorg als een investering kunnen zien. Peeters houdt er niet van om in boekhoudkundige termen over de gezondheidszorg te praten, maar gaat in de vergelijking mee. Hij zegt: "Investeren in preventieve gezondheidszorg leidt uiteindelijk tot rendement voor elke individuele burger en op termijn ook tot rendement voor de samenleving als geheel. Nogmaals, omdat dergelijke ontwikkelingen heel geleidelijk gaan, mag je niet verwachten dat je al binnen enkele jaren rendement kunt meten. Maar stel nu dat we de gezondheidszorg niet verder zouden willen ontwikkelen. Stel dat we de kosten zouden willen laten zoals die nu zijn en de burgers in de samenleving niet extra voor gezondheidszorg zouden laten betalen. Wat zou dat voor onze economie betekenen? Wat zou dat in termen van ziektes en invaliditeit betekenen? Het zou best eens zo kunnen zijn, dat de huidige kosten een schijntje zijn vergeleken met de potentiële opbrengsten. De gezondheidszorg hebben we daarom heel erg nodig, maar als we er nu geen dubbeltje te veel aan willen uitgeven, komen we in een geweldig knellende jas te zitten en die jas zal in de toekomst alleen nog maar meer gaan knellen." "Kijk dus ook naar de opbrengsten," vervolgt hij. "En onderken dat de gezondheidszorg fantastisch goede dingen doet. Ik vind het verschrikkelijk dat we het alleen maar over geld hebben. Wanneer we zo ongelofelijk op geld gefixeerd blijven, zullen we in de gezondheidszorg tegen een niet meer verzekerbare solidariteit aan lopen. Die solidariteit moet juist inhouden, dat we met elkaar bereid zijn om meer geld voor onze zorg uit te geven, om zo noodzakelijke ontwikkelingen in de zorg mogelijk te maken." Peeters benadrukt dat die solidariteit erop gericht moet zijn, de gezondheidszorg voor iedereen beschikbaar te houden. 'Amerikaanse toestanden' beoordeelt hij in dat verband als uiterst verwerpelijk. Maar hij zegt er meteen bij, dat solidariteit meer is dan alleen met elkaar afspreken dat de gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk moet zijn, tegen zo laag mogelijke kosten. "Solidariteit betekent ook dat we daar als samenleving meer voor over moeten hebben. Dat vraagt offers van twee kanten, in die zin dat je de aanbieders van zorg, dus de ziekenhuizen in Nederland en Europa en de mensen die daarin werken, niet kunt blijven uitpersen." In hetzelfde licht beziet Guy Peeters de marktwerking in de gezondheidszorg. Hij zegt: "Ook marktwerking in de zorg moet zodanig plaatsvinden, dat de toegankelijkheid overeind blijft. Dat marktwerking aan de ziekenhuizen meer eisen stelt in termen van kwaliteit, vind ik alleen maar een goede zaak. Maar daar hoort wel bij dat iedere patiënt, iedere burger in Nederland, beseft dat gezondheidszorg niet alleen maar geld kost, maar ook heel veel opbrengt. Op het moment dat je die zorg nodig hebt, krijg je die gewoon, ook al kost het tonnen. Ik vind dat daar best wel iets van je netto besteedbaar inkomen tegenover mag staan." "De gezondheidszorg levert dus fantastisch veel op," besluit Guy Peeters. "Wij leveren een geweldige bijdrage aan de gezondheid en aan de productiviteit van onze samenleving. En omdat wij een academische functie hebben, dragen wij met ons onderzoek bij aan preventieve gezondheidszorg en aan een verkorting van de tijd tussen fundamenteel onderzoek en de feitelijke toepassingen. Dat is lastig te waarderen, omdat je dan alles weer in dat vreselijke geld moet uitdrukken, maar het is wel onze maatschappelijke relevantie. Ik richt me daarom tot de landelijke overheid, die hier veel meer in termen van het langetermijnbeleid aan moet denken, maar ook tot de lokale overheden, die goed moeten beseffen dat de gezondheidszorg in het algemeen en het UMC in het bijzonder in potentie voor gigantisch veel extra werkgelegenheid kan zorgen. Ik richt me ook tot onze patiënten. Zij moeten beseffen dat premiestijgingen met enorme ontwikkelingen hebben te maken en dat ze eens zullen moeten kiezen tussen een tweede auto en een aanvullende ziektekostenverzekering, maar tegelijkertijd moeten ze niet steeds in kostentermen blijven denken. Ik richt me ook tot de werknemers van het UMC. Zij leveren fantastische bijdragen en moeten beseffen dat ze niet in een bedrijf werken dat alleen maar geld opslokt, maar dat daadwerkelijk een maatschappelijke relevantie heeft. Ze mogen er vreselijk trots op zijn dat ze hier werken. Ik verwacht ook dat ze dat zijn en dat ze van daaruit hun inzet plegen en gemotiveerd blijven. Wij zijn hier met dingen bezig die er werkelijk toe doen. En daarom moeten we niet elke keer van buitenaf te horen krijgen dat het allemaal zo duur is!" Baten versus lastenVoor wat betreft de opbrengsten van gezondheidszorg gaf hoogleraar Gezondheidseconomie Wim Groot in het februarinummer van SUMMUM een toelichting bij het begrip qaly ('quality adjusted life years'). Eén qaly is in feite hetzelfde als één levensjaar in goede gezondheid. Volgens Wim Groot is het realistisch om ervan uit te gaan, dat een qaly ongeveer 50.000 euro waard is. Op basis van dit bedrag hebben Groot en zijn collega's berekend, dat alleen al de welvaartswinst van innovatieve geneesmiddelen zo'n 1,7 miljard euro per jaar bedraagt. Door nieuwe geneesmiddelen sneller beschikbaar te stellen, kan Nederland jaarlijks nog een extra welvaartswinst van zo'n 980 miljoen euro boeken. Interessant is ook het rapport 'Hoe gezond zijn de zorguitgaven' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dit rapport maakt deel uit van een serie, waarin wordt aangegeven waaraan het geld voor de gezondheidszorg in Nederland werd uitgegeven, hoeveel gezondheid we daarvoor hebben teruggekregen en ook hoe de zorguitgaven zich in de toekomst zullen ontwikkelen. In het rapport worden de volksgezondheid en de gezondheidszorg in 2003 vergeleken met een situatie waarin er geen gezondheidszorg zou zijn geweest. Op die wijze is gekeken naar de effecten van medische zorg bij infectieziekten, kankers en hart- en vaatziekten. Aangetoond wordt dat de levensverwachting door verbeteringen in de gezondheidszorg aanzienlijk is toegenomen. Gelet op de kosten van de medische en preventieve zorg die daarvoor nodig was, zijn er sterke aanwijzingen dat de zorguitgaven gezond zijn. Daarnaast signaleren de hoogleraren Ruud Lapré en Frans Rutten in het boek 'Algemene economie van de gezondheidszorg' dat de gezondheidszorg, naast de beoogde effecten in termen van verbetering van de gezondheidstoestand, ook nog andere effecten genereert. Een verbetering van de gezondheidstoestand leidt immers tot een afname van de indirecte kosten van ziekte ten gevolge van verbeterde arbeidsproductiviteit, verminderd ziekteverzuim en geringere arbeidsongeschiktheid. Daarnaast bestaan er relaties tussen de gezondheidszorg en andere bedrijfstakken in de Nederlandse economie. Deze andere bedrijfstakken kunnen goederen en diensten aan de gezondheidszorg leveren. Voorts heeft de omvang van de gezondheidszorgsector een positief effect op de economie door onder andere de toename van de werkgelegenheid en de daaruit voortvloeiende groei van de bestedingen. Tegenover de miljarden aan opbrengsten staan natuurlijk ook miljarden aan kosten, maar met man en macht wordt geprobeerd deze in de hand te houden. Begin dit jaar werd berekend, dat de jaarlijkse kosten van de ziekenhuiszorg in acht jaar tijd met 8 miljard euro zijn gestegen. In 1998 kostte de ziekenhuiszorg 10 miljard euro en in 2006 ruim 18 miljard euro per jaar. Men zou in dit verband van een uitgavenexplosie kunnen spreken, maar doordat de financiering van de ziekenhuiszorg zo ingewikkeld is, zijn de oorzaken ervan niet te achterhalen. Van belang is de ontwikkeling van de kosten in de komende jaren. Sinds twee jaar mogen zorgverzekeraars met ziekenhuizen over de prijs van bepaalde behandelingen onderhandelen. In 2006 mocht dat voor 10 procent van de behandelingen en in 2007 voor 20 procent. In de komende vier jaar wordt het percentage naar 60 tot 70 procent verruimd. Ook de marktwerking in de gezondheidszorg kan een gunstige invloed op de kosten ervan hebben. Onlangs stemde de ministerraad in met toezending aan de Tweede Kamer van het onderzoek Effecten marktwerkingsbeleid. In dit onderzoek is gekeken naar de ontwikkeling in elf sectoren na de invoering van marktwerking. Dit betrof de sectoren luchtvaart, telecom, post, energie, spoorgoederenvervoer, decentraal openbaar vervoer, curatieve zorg, re-integratiediensten, kinderopvang, taxivervoer en notariaat. Uit het onderzoek blijkt dat de consument (patiënt) meer keuzevrijheid heeft gekregen, dat de doelmatigheid is gestegen en dat de toegankelijkheid gelijk is gebleven. Voor de toekomst geldt dat marktwerking een nuttig instrument is om doelmatiger te werken. Voorwaarde is wel dat het niveau van kwaliteit en toegankelijkheid wordt gewaarborgd. Verschenen in: SUMMUM (2008) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |