|
||
|
J.G. Wesselink, directeur van de Stichting Meld Misdaad Anoniem (2008)
Veel waardering voor de successen van Aanpak Voertuigcriminaliteit en Meld Misdaad AnoniemOp drie avonden in maart en april vonden dit jaar de voorjaarsbijeenkomsten plaats van de afdelingen Brand-Regionaal van de FOV. Gastspreker was Guus Wesselink, oprichter en directeur van zowel de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit als de Stichting Meld Misdaad Anoniem. Door de klinkende resultaten ervan hebben beide organisaties hun bestaansrecht inmiddels overtuigend bewezen. Wesselink gaf zijn toehoorders een kijkje achter de schermen. De voorgeschiedenis van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit begon in de eerste helft van de jaren negentig. De schadelast voor verzekeraars door autodiefstallen bedroeg destijds zo'n 500 miljoen gulden per jaar, maar voor de politie was dat geen reden om er serieus iets aan te doen. Guus Wesselink, die eerder een loopbaan bij de politie had ingewisseld voor de functie hoofd risicomanagement en schade-expertise bij de divisie bedrijvenverzekeringen van Centraal Beheer, bracht daar door middel van de Stichting VAR, Vermiste Auto Register, verandering in. In deze stichting, waarvan de operatie bij de VHD werd ondergebracht, gingen verzekeraars, politie en particuliere recherchebureaus samenwerken bij het opsporen van gestolen auto's. Wesselink was vijf jaar directeur van deze stichting, tot hij in 1997 directeur werd van de door hem geïnitieerde Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit. Deze stichting regelt de publiekprivate samenwerking tussen tien organisaties: de ministeries van Justitie en Verkeer en Waterstaat, RDW, de Raad van Hoofdcommissarissen, Transport en Logistiek Nederland, het Openbaar Ministerie, het Verbond van Verzekeraars, de ANWB, de RAI-Vereniging en de BOVAG. Deze organisaties zijn op het niveau van directeur of voorzitter in het bestuur van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit vertegenwoordigd, waardoor het viermaandelijks bestuursoverleg zo effectief mogelijk is. De stichting beschikt over een programmabureau en gaat te werk volgens driejarenprogramma's, waarin projecten zijn gedefinieerd. De stichting werkt nauw samen met het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV) en het Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit (VBV, voorheen VAR). Resultaten van AVcDe werkzaamheden van VAR en vervolgens AVc zijn niet zonder resultaat gebleven. Werden in 1995 nog 26.438 personenauto's gestolen, in 2007 waren dat er 11.891, hetgeen een daling met 55 procent betekent. In het eerste kwartaal van 2008 hield deze daling aan, met ruim 6 procent ten opzichte van 2007. Iets minder spectaculair, maar toch nog van belang, was de afname van diefstal van lichte bedrijfsvoertuigen (van 2.809 in 1995 naar 2.173 in 2007), van zware bedrijfsvoertuigen (van 308 in 1995 naar 274 in 2007) en van aanhangers en opleggers (van 1.543 in 1995 naar 987 in 2007). Alleen het aantal gestolen motorrijwielen is niet noemenswaardig afgenomen (van 1.704 in 1995 naar 1.676 in 2007). Guus Wesselink wijt dit laatste aan een zekere desinteresse bij alle betrokken partijen en aan de onmacht om er effectief tegen op te treden. Veel gestolen motoren worden immers in 'no time' ontmanteld, waarna de onderdelen wereldwijd worden verspreid. Niet alleen de aantallen gestolen voertuigen zijn interessant, maar natuurlijk ook de percentages teruggevonden voertuigen. Voor wat betreft personenvoertuigen en bedrijfsvoertuigen daalde dit percentage gestaag in de loop der jaren. Guus Wesselink schrijft dit toe aan het feit dat auto's die in het verleden door baldadige jongeren voor joyriding werden gestolen, vaker werden teruggevonden dan de auto's die tegenwoordig door georganiseerde criminelen worden gestolen en binnen enkele uren de grens over zijn op weg naar Oost-Europa, het Midden-Oosten of Afrika. Overigens zei hij te verwachten, dat het dieptepunt in de terugvindpercentages was bereikt, want de cijfers lieten in 2007 weer een stijging zien. De terugvindpercentages voor wat betreft aanhangers, opleggers en motorrijwielen laten vooralsnog minder duidelijk een trend zien. Wesselink besprak tot slot van het eerste deel van zijn inleiding de diefstal van fietsen (want de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit houdt zich met alle voertuigen bezig, waaronder ook vaartuigen). Fietsdiefstal is al teruggebracht van 1 miljoen exemplaren in 2002 naar zo'n 763.000 fietsen in 2007, maar zal in de komende periode nog behoorlijk extra aandacht krijgen. "Het wordt menens," aldus Wesselink, "de pakkans zal flink toenemen!" Stichting M.Na de pauze tijdens de avondbijeenkomsten besprak Guus Wesselink de Stichting Meld Misdaad Anoniem. Deze stichting werd in 2002 opgericht, nadat Wesselink in Engeland met de organisatie Crimestoppers en de verbluffende resultaten daarvan had kennisgemaakt. De Stichting M. (over enige tijd moet de naam M. de langere versie 'Meld Misdaad Anoniem' volledig hebben vervangen) exploiteert de anonieme meldlijn 0800-7000 en adviseert andere organisaties bij de aanpak van criminaliteit. Het bestuur bestaat uit vier leden, te weten vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Raad van Hoofdcommissarissen en het Verbond van Verzekeraars. Namens het Verbond zit de oud-directeur van Delta Lloyd, Rob Crommelin, in het stichtingsbestuur. De drie eerstgenoemde organisaties die in het bestuur zijn vertegenwoordigd, dragen jaarlijks elk 340.000 euro bij en het Verbond betaalt 140.000 euro per jaar. Daarnaast ontvangt de stichting nog 325.000 euro per jaar van instanties die waardevolle tips hebben gekregen (bijvoorbeeld de Belastingdienst) en 87.000 euro voor gegeven adviezen en ondersteuning. Het zo gevormde jaarbudget van 1.572.000 euro wordt uitgegeven aan communicatie, het callcenter en het bureau van M. In zekere zin zijn met deze drie posten ook de kernactiviteiten van M. aangegeven, namelijk ervoor zorgen dat zo veel mogelijk Nederlanders het telefoonnummer 0800-7000 kennen (communicatie), dat er 16 uur per dag, 7 dagen per week, naar M. kan worden gebeld (callcenter) en dat de anonimiteit van de bellers te allen tijde wordt gewaarborgd (organisatie, procedures). Anonimiteit in het gedingDit laatste nu, het waarborgen van de anonimiteit, is niet altijd een eenvoudige opgave. Procedureel is in ieder geval geregeld, dat het nummer van de beller niet wordt weergegeven, dat het gesprek niet op band wordt opgenomen, dat niet wordt vastgelegd hoe laat het gesprek werd gevoerd (wel op welke dag), dat niet naar gegevens over de beller wordt gevraagd en dat evenmin gegevens worden bewaard over de medewerker van het callcenter die het gesprek heeft gevoerd. Degenen die bij M. de gesprekken voeren, kunnen dus niet als getuigen in een rechtszaak worden opgeroepen. Niettemin hebben advocaten en rechters-commissarissen diverse keren de medewerking van M. gevorderd. Inmiddels zijn tien zaken in dat verband in jurisprudentie geëindigd en zijn er drie voor de Hoge Raad gebracht. Daarbij zijn arresten gewezen die alle gunstig voor M. waren: de procedures die M. hanteert, zijn toegestaan en de anonieme tip is in het opsporingsonderzoek toegelaten. Wel kan het OM, wanneer er sprake is van onmiddellijk levensgevaar, bij KPN opvragen vanaf welke toestelnummers gedurende een bepaalde dag naar M. is gebeld (en dat zijn er momenteel zo'n 600 per dag), maar dat is in vijf jaar tijd vijf keer voorgekomen en alle keren werd het verzoek afgewezen. De anonimiteit werd met andere woorden nog nooit opgeheven. Resultaten van M.In de eerste vijf jaar werd circa 260.000 keer naar M. gebeld. Dit leverde 49.726 meldingen op, waarvan 69 procent bruikbaar was. Uitgaande van 50 procent terugkoppeling vanuit de politiekorpsen, resulteerde dit in 4.507 aanhoudingen, 3.136 opgeloste zaken en de inbeslagneming van 8 miljoen euro. Van de meldingen had 30 procent met wietplantages te maken, 14 procent met harddrugs, 8 procent met geweld, eveneens 8 procent met diefstal, 4 procent met wapens, 5 procent met de opsporing van personen en 31 procent met overige zaken. Per week werd 3.130 euro aan boetes opgelegd en voor 3.090 euro aan fraude opgespoord. Eveneens per week werden 5.200 hennepplanten, 8 kg harddrugs, 9.000 euro aan contanten en 6.600 euro aan goederen in beslag genomen. In het algemeen werd één op de twee meldingen in onderzoeken gebruikt, leidde één op de twaalf meldingen tot een aanhouding en werd één op de vijftien zaken opgelost. Om dergelijke scores te behalen, is en blijft communicatie de kernactiviteit van M. Het telefoonnummer wordt dan ook frequent genoemd in Opsporing Verzocht (de AVRO zit zelfs in de Raad van Advies van M.), in regionale opsporingsprogramma's, opsporingsberichten van de politie, lokale, regionale en landelijke kranten, op internet en op posters en flyers. CampagnesIn het laatste deel van zijn presentatie ging Wesselink in op de tweede activiteit van M., namelijk het betrekken van mensen en organisaties bij de aanpak van criminaliteit. Daartoe adviseren en coachen medewerkers van M. de politie, landelijke en lokale overheden en het bedrijfsleven en worden samen met M. landelijke, regionale en lokale campagnes opgezet. Nationale voorbeelden zijn de campagnes tegen gedwongen prostitutie (in opdracht van het Ministerie van Justitie), agressie tegen hulpdiensten (in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en illegale, vervuilde grondtransporten (in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer). Lokale campagnes werden onder meer georganiseerd op Schiphol (tegen criminaliteit onder het eigen personeel), in Charlois (auto-inbraken), Dordrecht (vandalisme) en Westerhoven (brandstichting). De laatstgenoemde campagne werd door Interpolis geïnitieerd. In opdracht van het Verbond van Verzekeraars is een campagne tegen verzekeringsfraude in voorbereiding. In deze campagnes biedt M. begeleiding, coaching en advies aan degenen die de campagne organiseren, een op maat uitgewerkt actieplan, het ontwerp en het drukklaar maken van actiemiddelen en de briefing aan de callcenter-medewerkers van M. De prijs hiervan bedraagt slechts 2.000 euro. Doorgaans zijn de effecten hiervan positief. Het aantal anonieme meldingen is vaak niet erg groot, maar burgers krijgen weer vertrouwen in de politie en zien dat er aan hun specifieke probleem iets wordt gedaan. Vaak gaat er een stevige preventieve werking van dergelijke campagnes uit. Guus Wesselink riep de aanwezigen dan ook op om over mogelijke lokale campagnes na te denken. Onderlingen kunnen zich daarmee voor relatief weinig geld heel goed profileren en aan de oplossing van specifieke problemen in de eigen plaats of regio bijdragen. Geïnteresseerden in de activiteiten van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit kunnen zich oriënteren op de website www.stavc.nl. De websites van de Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit zijn www.stichtingvbv.nl en www.isgestolen.nl. De website van de Stichting Meld Misdaad Anoniem is www.meldmisdaadanoniem.nl. Verschenen in: de Onderlinge (2008) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |