|
||
|
W.J.B.M. van Elk, burgemeester van Helmond (2001)
Helmond: groter en grootserDertig jaar geleden bevond de stad Helmond zich in een diep dal. Gelukkig hebben achtereenvolgende beleidsplannen als Groeistad, Vinex, het Grotestedenbeleid èn het kwaliteitsstreven van de gemeente zelf hun uitwerking niet gemist. De stad is er weer helemaal bovenop. Een gesprek daarover met W.J.B.M. van Elk, burgemeester van Helmond. Helmond, 'versterkte plaats in laaggelegen gebied', kreeg in 1232 stadsrechten. Rond de oude burcht en het kasteel dat daar in de veertiende eeuw voor in de plaats kwam, ontstond een bloeiende bedrijvigheid. In 1376 kreeg de stad marktrechten, waardoor drie keer per jaar een grote jaarmarkt en elke week een weekmarkt mocht worden gehouden. In 1389 werden in Helmond zeven gilden officieel erkend, waarvan vier op het gebied van de textielnijverheid. Pas vierhonderd jaar later zouden deze gilden worden afgeschaft. Toen bracht de Franse revolutie nieuwe structuren, minder feodaal, met nieuwe mogelijkheden voor Helmond op economisch gebied. Ondernemers als Raymakers, Ramaer, Diddens en Fentener van Vlissingen vestigden zich er in die tijd. Op basis van de eeuwenoude textieltraditie van Helmond stichtten ze er grote nieuwe textielbedrijven. In 1826 nam Koning Willem I een belangrijke beslissing. Hij gaf het startsein voor de aanleg van de Zuid-Willemsvaart, die voor de Helmondse economie van cruciaal belang zou blijken. Niet alleen de textielindustrie kon zich verder ontwikkelen, maar ook andere industrieën kwamen zich in Helmond vestigen, zoals de metaalnijverheid (Begemann en Van Thiel) en de voedingsindustrie (EDAH). Hierdoor kon Helmond zich ontwikkelen tot een centrumstad met voorzieningen die voor een handelscentrum nodig zijn. Daar hoorde ook een station bij, aan de spoorlijn Eindhoven, Helmond, Venlo, die in 1866 werd aangelegd. De crisis in de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog lieten de economie diep duikelen, maar na de oorlog kon Helmond uit het dal kruipen. In de jaren zestig echter kreeg zowel de textielindustrie als de metaalindustrie nog eens zware klappen. "De economische basis van Helmond bestond toen bijna uitsluitend uit textiel en metalen," aldus burgemeester Van Elk. "In beide sectoren hebben geweldige saneringen plaatsgevonden, waarna Helmond echt in de versukkeling is geraakt. Op een bepaald moment was zelfs achtentwintig procent van de beroepsbevolking werkloos. Veel inwoners vertrokken uit de stad naar elders, waardoor ook de gemeente minder inkomsten had en zij bijvoorbeeld de stedebouwkundige veroudering van de stad niet meer kon stoppen. Kortom, een negatieve spiraal." GroeistadVan Elk werd burgemeester van Helmond in 1986. Eerder was hij advocaat in zijn geboortestad Eindhoven geweest, van 1968 tot 1977 wethouder en loco-burgemeester van deze stad en daarna voorzitter van het Openbaar Lichaam agglomeratie Eindhoven. Net als Rijnmond had dit gewest een eigen wet, als voorlopers van de provincie nieuwe stijl, maar in 1986 werd de wettelijke basis van deze agglomeraties weer ingetrokken. In die tijd was Helmond aangewezen als een zogenoemde Groeistad. Eind jaren zeventig had een rijkscommissie onder leiding van oud-minister van economische zaken Langman aanbevolen om de toename van de populatie in Zuidoost-Brabant voor een groot deel in Helmond op te vangen. "Door te groeien moest Helmond uit de problemen raken," aldus Van Elk. "Bij de Groeistad hoorden allerlei begeleidende maatregelen en voorwaarden, zoals een zwaar gesubsidieerd woningbouwprogramma, een investeringspremieregeling voor het aantrekken van bedrijvigheid en subsidies om de infrastructuur en de stedebouwkundige verbetering van Helmond te kunnen garanderen. Die Groeistadperiode heeft zich afgespeeld tussen 1980 en 1990, dus tien jaar. We moesten per jaar gemiddeld duizend woningen bouwen, met alle voorzieningen die daarbij horen zoals infrastructurele werken en ook voorzieningen in de sfeer van welzijn en scholen. De start van die Groeistadperiode was zeer moeizaam. Het was een periode van overheidsbezuinigingen, 'Bestek 81', en economisch gezien geen beste tijd. Bij de bouw van onze eerste Groeistadwijk, Rijpelberg, was bijvoorbeeld voorzien dat daar een behoorlijke portie vrijesectorwoningen zou worden gebouwd, om daar qua inkomensopbouw een gemêleerde wijk te krijgen, maar door de economische recessie werden die woningen niet verkocht en moest het programma worden bijgesteld." Niettemin kon de Groeistadperiode in 1990 met het behalen van alle doelstellingen worden afgesloten. Het leverde Helmond een 'premie' op, in die zin dat de oplevering van de zesmiljoenste naoorlogse woning in Nederland, en het bezoek daaraan van Koningin Beatrix, in Helmond mocht plaatsvinden. "Het was een erkenning dat het hier goed was gegaan," aldus Van Elk. "Helmond stond ineens heel anders op de kaart. De Groeistadperiode heeft een geweldige impuls aan de stad gegeven, vooral ook in infrastructurele zin en, dankzij de investeringspremieregeling, voor wat betreft het aantrekken van meer gedifferentieerde bedrijvigheid." Kwaliteit in plaats van kwantiteit"Na de afsluiting van de Groeistadperiode," vervolgt Van Elk, "hebben we nog eens goed geanalyseerd of we er nu in alle opzichten op waren vooruitgegaan. Eén aspect viel toen toch wel tegen. Er was wel een stijging van het gemiddelde inkomen per inwoner, maar toch niet in de mate waarop wij eigenlijk hadden gehoopt. Omdat we toen niet meer aan de kwantiteit van gemiddeld duizend woningen per jaar vastzaten, hebben we besloten om vanaf dat moment uitsluitend nog voor kwaliteit in plaats van kwantiteit te gaan. Bij nieuwe projecten wilden we alleen nog het beste hebben en precies dat waarvan wij vonden dat de stad het nodig had. Als daar van de zijde van beleggers geen belangstelling voor was, dan zouden we zo'n project maar eens even laten liggen en het zeker niet op een kwalitatief mindere manier gaan invullen." De gemeente besloot ten aanzien van het kwaliteitsstreven zelf het goede voorbeeld te geven. Aan de oostzijde van de stad was destijds een nieuw uitbreidingsplan aan de orde, Dierdonk, waar - in de stijl van de jaren dertig - uitsluitend woningen voor de vrije sector zouden worden gebouwd. De gemeente deed tal van voorinvesteringen in het gebied, nog voor er grond was uitgegeven, om de openbare ruimte voor potentiële kopers zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Het renteverlies door deze voorinvesteringen werd voor lief genomen. "Dat was natuurlijk een gok," zegt Van Elk, "maar die gok is buitengewoon goed uitgevallen. We zijn daar in een publiek-private samenwerking met Bouwfonds aan begonnen en dat ging zo goed dat we vier jaar eerder dan geprognostiseerd alle grond daar hadden uitgegeven. Daardoor maakten we het renteverlies door de voorinvesteringen weer helemaal goed en is Dierdonk uiteindelijk ook uit exploitatie-overwegingen een goede greep geweest." Het kwaliteitsstreven werd nadien nog in extenso bij de bouw van de Vinex-locatie Brandevoort doorgevoerd. Deze uitbreiding aan de westzijde van Helmond wordt momenteel gerealiseerd en krijgt de uitstraling van een klassiek Brabants dorp. Het stedebouwkundig concept dat eraan ten grondslag ligt, heeft nationaal en internationaal veel belangstelling. "Het succes van Brandevoort is geweldig," zegt Van Elk. "Op dit moment staan er zo'n vijfduizend mensen voor ingeschreven. Om elke woning wordt als het ware gevochten. Toen staatssecretaris Remkes het Informatiecentrum Brandevoort opende, stelde hij de wijk als voorbeeld van hoe de eenheidsworst in de woningbouw in Nederland kan worden doorbroken." Volgens Van Elk is met name het uitbreidingsplan Dierdonk cruciaal voor de ontwikkeling van Helmond geweest. Niet alleen kregen beleggers in het verlengde ervan ook interesse voor andere projecten in Helmond, waardoor kwalitatieve woon-, werk- en/of uitgaanscomplexen als Boscotondo, Parc Bruxelles, Kasteel-Noord en 't Cour in de binnenstad konden worden gebouwd, maar ook - wat de primaire doelstelling van het kwaliteitsstreven was - steeg het gemiddelde inkomen van de inwoners van Helmond. Van Elk: "En daar plukken we nu de vruchten van. De gemeente heeft aan de ene kant een verbeterde inkomensstructuur en aan de andere kant heeft de stad een veel beter imago dan in het verleden. Niet voor niets komt zeventig à tachtig procent van de nieuwe inwoners in Brandevoort van buiten Helmond. Dat doet een stad geweldig veel goed. Nu zien we ineens het zelfgenererende vermogen van zo'n stad. Doordat er dingen gebeuren met uitstraling of aantrekkingskracht, vinden elders als vanzelf weer nieuwe activiteiten plaats. Zoals we dertig jaar geleden in een negatieve spiraal zaten, zitten we nu in een positieve spiraal." CultuurbeleidHet sterk gestegen inwonertal - van nog geen 60.000 inwoners in 1980 naar ruim 80.000 inwoners in 2000 - en de daardoor toegenomen middelen van de gemeente, scheppen de plicht om deze (nieuwe) inwoners een zo goed mogelijk voorzieningenniveau te bieden. Dit geldt met name ook op cultureel gebied, niet in de laatste plaats doordat de 'Hellemonders' in het verleden altijd met sobere voorzieningen genoegen hebben genomen. "Vroeger was het aan de rand van de Peel armoe troef," zegt Van Elk. "De cultuur in dit gebied heeft zich daardoor op een volkse manier ontwikkeld. Omdat de mensen hun leven toch wat vrolijkheid wilden geven, is hier een diepgewortelde volkse cultuur van muziek en zang ontstaan. We hebben daardoor heel veel muziekcorpsen, harmoniegezelschappen, dansgroepen en koren van hoge kwaliteit. Ook de beste 'tonpraters' in de regio zijn vaak mensen uit Helmond, omdat amateurcabaret hier ruim wordt beoefend. Meestal hebben ze een humor vol zelfspot, waarbij ze zichzelf als het ware te grazen nemen. Dergelijke cultuuruitingen hebben de mensen zelf ontwikkeld om in moeilijke tijden het leven toch enigszins draagbaar te maken. Nu ervaren we die eigenlijk als een geweldige rijkdom en geven we er als gemeente ook de nodige subsidies aan." Het culturele-voorzieningenniveau in Helmond is bovendien redelijk bescheiden gebleven, doordat het hart van de stad op slechts twaalf kilometer van het centrum van Eindhoven ligt. Met het culturele aanbod daar valt voor Helmond niet te concurreren en daarom ook zijn met Eindhoven onderlinge afspraken gemaakt om tot een zekere complementariteit te komen. Van Elk: "In 't Speelhuis, een klein theater dat we in de Groeistadperiode hebben gebouwd, zullen we zeker niet de producties hebben die ook in Eindhoven spelen. Ook zijn we in de slechte periode al onze bioscopen kwijtgeraakt, door de concurrentie van Eindhoven. Nu hebben we gelukkig in het Boscotondo-complex weer een bioscoop, en wel een hele mooie, maar dat spanningsveld met Eindhoven zal er natuurlijk altijd blijven." Desondanks, en vanwege de opwaartse spiraal in Helmond, zal het voorzieningenniveau en de cultuurbeleving die daarmee samenhangt, in de komende jaren nog aanmerkelijk kunnen worden versterkt. Er zijn bijvoorbeeld plannen om in het centrum van de stad een multifunctioneel zalencentrum voor onder meer culturele evenementen te bouwen. Eerder nog zal de Kunsthal in Boscotondo in gebruik worden genomen. Deze hal is voor internationale exposities bedoeld en zal daarnaast permanente expositieruimte bieden aan een omvangrijke collectie moderne kunst, met name van de Cobra-groep, die door de oud-bestuursvoorzitter van textielgigant Gamma Holding in Helmond en zijn echtgenote, het echtpaar Roef-Meelker, aan de gemeente Helmond is geschonken. "Zo krijgt alles zijn eigen dynamiek," zegt Van Elk. "Omdat we de Kunsthal bouwen, krijgen we die collectie aangeboden. Het is een direct gevolg van dat kwaliteitsdenken. Twintig jaar geleden was zo'n verzameling kunstwerken waarschijnlijk niet aan de gemeente geschonken, maar nu past dat helemaal in de tijd en bij de ontwikkeling van Helmond." Helmond behoort nu tot de vijfentwintig steden in het zogenoemde Grotestedenbeleid. In dat kader heeft de gemeente een integrale stadsvisie tot 2010 opgesteld. Tegen die tijd zal het grondgebied van Helmond met dat van de gemeente Mierlo en delen van de gemeenten Asten en Someren zijn uitgebreid en zal het inwonertal tot 100.000 à 120.000 zijn gestegen. "Kortom, Helmond is nog lang niet af!" aldus Van Elk. Verschenen in: ABP Wereld, 2001 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |