J.C.J. Lammers, Commissaris van de Koningin in Flevoland (1995)

"Bescherm het ontwerp dat oorspronkelijk is gemaakt"

Hij was landdrost van de drostenij Oostelijk en Zuidelijk Flevoland, burgemeester van de stad Almere en is nu Commissaris van de Koningin van de provincie Flevoland. In 1996 wordt Han Lammers 65 jaar en zal hij als bestuurder afscheid moeten nemen van het gebied waarin hij dan twintig jaar 'aan de macht' is geweest. Een terugblik op die periode ligt voor de hand, maar we vroegen hem vooruit te kijken. Welke toekomst wenst Lammers Flevoland toe?

Voor het ruimtelijke Flevoland zijn tal van toekomstscenario's denkbaar: verdergaande verstedelijking door de bouw van tien- of zelfs honderdduizenden woningen, intensivering van toerisme door de aanleg van hotelaccommodaties en jachthavens aan de randen van de provincie, toeneming van de bedrijvigheid - wellicht rond een nieuwe nationale luchthaven in de Markerwaard, om enkele scenario's te noemen. "Ik hoop," zegt Lammers, "dat men zo verstandig zal zijn om dit gebied niet teveel te belasten. Dat men het ruimtelijke element dat zich hier aan het manifesteren is, het element van natuurlijke schoonheid, de volle kans zal geven."

Volle wasdom

"Het is een fantastisch gebied," vervolgt Lammers. "Vooral de laatste jaren merk ik dat het hier heel mooi wordt. Het gebied is overtuigend. Er is wel geen wildgroei bij, het is allemaal keurig ontworpen, maar het begint nu tot volle wasdom te komen en z'n eigen chaos te krijgen. Het is uniek om in het midden van je land zo'n groot stuk ruimte te hebben. Het ontwerp van Flevoland omvat onder andere een sterke bebossing. Waar je hier ook bent, je ziet bossen. Dat is heel bewust zo gedaan, men heeft dat zo gewild. Laat dat daarom zo. Ga ook niet te wild om met de randen. Die zijn natuurlijk ook heel prachtig, maar je kunt ze zo verpesten met allerlei privébouw. Laat die randen aan het algemeen gebruik over. Het gaat mij ook om de gebieden waar nu boeren aan de slag zijn. Boederijen zijn voor mij ook natuur en boeren hebben hier zeker ook hun bestaansrecht. De waardering voor de boeren gaat in Nederland periodiek op en neer, maar ik heb in de oorlog nog een hongertocht meegemaakt en ik weet dus exact hoe belangrijk een boer dan is. Het is hoogmoed om te denken dat we nooit meer problemen krijgen met ons voedsel. Je moet daarom altijd zorgen dat je een forse voorraad grond overhoudt om te kunnen verbouwen, voor je export en je eigen behoefte."

Bescherm het ontwerp

Het toekomstscenario zoals Lammers dat schetst, vraagt om grenzen aan de verstedelijking van Flevoland. Nu wonen er zo'n 275.000 inwoners in de provincie, waarvan ruim 100.000 in Almere en ruim 60.000 in Lelystad. Op termijn ziet Lammers mogelijkheden voor een verdubbeling van het aantal, maar dan houdt het wat hem betreft op. Hij zegt: "Wij zijn in dit opzicht natuurlijk aangewezen op goed overleg met onze buurprovincies. In het begin kregen we vooral mensen uit Amsterdam en het Gooi, maar nu hebben Almere en wij ook een overeenkomst gesloten met de provincie Utrecht: wij zullen de overloop bevorderen vanuit Utrecht naar ons gebied. Zo kun je je ook voorstellen dat er bepaalde wensen gaan leven aan de kant van Gelderland. Toch geloof ik dat Flevoland niet meer dan 500.000 inwoners moet hebben, hooguit 550.000. In Almere heb je dan 300.000 inwoners en elders nog zo'n 200.000 bij elkaar. Ik verwacht dat er aan de kant van Utrecht nog wel wat gebouwd gaat worden en ook in Dronten en de Noordoostpolder. Maar dan is het vol, of laten we zeggen: als je meer wilt, moet je de gebieden met hun eigen waarde gaan insnoeren en dus het oorspronkelijke ontwerp aantasten. We moeten natuurlijk in de gaten houden dat de Randstad dit gebied nodig heeft als een 'expansievat'. Toch pleit ik er voor om behoedzaam met de ruimte om te gaan en om de uitgifte van de grond niet te overhaasten. Dan heeft iedereen het langst er wat aan. Het gaat om het hooghouden van de kwaliteit van de landinrichting."

Bedrijvigheid

Vraagt Lammers' toekomstscenario ook om een rem op de bedrijvigheid in Flevoland? "Nee," zegt hij: "we zijn hier nog lang niet uitgebouwd, dus meer bedrijvigheid kan best. Er is nog voldoende ruimte voor bedrijven: bij Almere, bij het vliegveld van Lelystad en in de Noordoostpolder. Ik pleit ook niet voor stilstand en er kan best een hoog tempo zijn. Maar overhaast, graaien en schrokken, dat kon weleens dwars gaan zitten. Een nationale luchthaven kan gewoon niet bij Lelystad, dat is uitgesloten. Schiphol is nu al voor met name Almere een forse belasting, qua geluidsoverlast en dergelijke, dus je kunt nagaan wat er gebeurt als die vliegtuigen ook nog eens vlakbij gaan starten en landen. Een business-airport, dat kan wel hier. Als we een nationale luchthaven erbij willen hebben, een aanvulling op Schiphol, en als we dat in deze contreien willen doen, dan moet men eerst de Markerwaard maken. Leg die polder maar aan, daar heb je nationaal verschrikkelijk veel aan. Nederland zal het in de wereld toch vooral moeten hebben van de kwaliteit van de landbouw en daar kan zo'n gebied prima aan bijdragen. Het kan ook een unieke ruimte zijn om er hele mooie natuurgebieden aan te leggen, als je dat zou willen, die rijker geschakeerd zijn dan wat er nu is. Met de plannen voor de Markerwaard gebeurt op het ogenblik helemaal niets, iedereen zit op iedereen te wachten, maar die Markerwaard komt er. Ik ben ervan overtuigd dat mijn opvolger volop te maken krijgt met de aanleg ervan."

Jubileum

De provincie Flevoland viert in 1996 haar tweede lustrum. Wie mag er nu worden gefeliciteerd? Lammers: "Ik wil de bevolking feliciteren. Bestuurders kunnen er hooguit voor zorgen dat obstakels geslecht en goede ontwikkelingen begunstigd worden, maar de bevolking moet het zelf doen. De provincie is er ook pas als laatste ingestapt. Eerst was het rijk er met de drostenij, toen kwamen de gemeenten en op het moment dat de zaak in volle ontwikkeling was, kwam ook nog eens de provincie omdat, heel simpel, de grondwet provincies kent. Zo'n provincie doet er dan goed aan om zich bescheiden op te stellen. Niet angstvallig, dat hoeft helemaal niet, maar bescheiden. We hebben de zaken rustig bekeken en zo is dat, met vallen en opstaan, goed gelukt. Nu beschouw ik dit gebied als één werkgemeenschap en daarvan maakt een aantal instanties deel uit. Onder bepaalde omstandigheden heeft de ene instantie het voor het zeggen, dan de andere weer. Daarbij speelt de provincie een rol als het hele gebied moet worden vertegenwoordigd, daar is hier geen discussie over. De commissaris wordt hier zeker niet gezien als een rijkskruier die overal buiten moet worden gehouden en maar moet zien dat hij zich redt. Nee, de commissaris is hier een wezenlijk onderdeel van het bestuur. Hij kan ook initiatieven nemen - daar wordt niemand zenuwachtig van. Er is hier gewoon een hele goede sfeer, waarin iedereen zich kan ontplooien. Dat is ook makkelijk, want we zijn een kleine provincie en uit dat kleine halen we het voordeel dat erin zit: we kunnen veel dingen zelf doen, we kunnen de zaken snel overzien en we hebben hier, vanuit bestuurlijk oogpunt, een maximale arbeidsvrijheid."

De trein en de carillons

Han Lammers is in zijn twintigjarige bestuursperiode in Flevoland ten volle betrokken geweest bij de ontwikkeling van het gebied, in grote lijnen en tot in de details. Hij heeft de stad Almere helpen bouwen, de gemeenteverordeningen van Almere, Lelystad en Zeewolde opgesteld en ook de diverse gemeentelijke politiekorpsen in het gebied samengesteld. "Soms moest je ook met de kleinste kleinigheden uit de voeten zien te komen," vertelt hij. "Dan waren er geen mensen die je konden bijstaan en moest je het zelf bedenken. Ik herinner me bijvoorbeeld dat we aan de keukentafel straatnamen zaten in te vullen. Ook kreeg je bijvoorbeeld vragen op je af hoe vrij iemand is in het oprichten van een gedenksteen op een graf: moet dat typisch Nederlands traditioneel zijn of mag het daarvan afwijken?" Op de vraag of hij in die twintig jaar een stempel op het gebied heeft gezet, antwoordt hij, na enig nadenken: "De mensen zeggen het, maar ik zou niet weten wat. Bepaalde dingen heb ik voor elkaar gebracht. De trein naar Lelystad bijvoorbeeld, en het tempo waarin dat is gebeurd. Ook de carillons hier in de steden, die heb ik geëntameerd. Maar dat was meer omdat ik het een leuke traditie van de landdrosten vond, want ook in de Noordoostpolder zijn de klokken door de landdrost opgericht." Tot slot: welke ambities resten hem nog? Lammers: "Ambities met Flevoland heb ik niet meer, want er komt straks een opvolger en die moet ik niet gaan zitten hinderen, dan ben ik weg. Bovendien gaat het hier goed, naar omstandigheden redelijk wel. We maken niet de makkelijkste tijd door, maar toch gaat het hier perfect. En persoonlijke ambities? Natuurlijk moet ik me überhaupt gaan heroriënteren op wat ik nu ga doen. Bij de Partij van de Arbeid begint de neiging te ontstaan om weer eens wat naar links op te schuiven. Daar doe ik graag aan mee."

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl