|
||
|
L.G. van der Tas, hoogleraar Bedrijfskunde Erasmus Universiteit Rotterdam (2004)
IAS en IFRS komen eraan!Tijdens twee studiebijeenkomsten over de International Financial Reporting Standards (IFRS), op woensdag 3 maart in Hotel Heidepark in Bilthoven en op dinsdag 6 april in Partycentrum Coelenhage in Wezep, kregen de deelnemers pittige kost voorgeschoteld. Onder leiding van dagvoorzitters J.H. Warringa (in Bilthoven) en mr. C.J. Ensing (in Wezep) volgden zij college in accountancy, verzorgd door Ernst & Young Accountants, in de personen van prof. dr. L.G. van der Tas RA, R.H. Gaillard RA en drs. J. Niewold RA. Professor Van der Tas, deeltijdhoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, nam het ochtendgedeelte van de studiebijeenkomst voor zijn rekening. Leo van der Tas is één van de slechts twee Nederlanders die bij de totstandkoming van de IFRS betrokken zijn. De ander is Cor Herkströter, voormalig topman van Shell. In eerste instantie werden de standaarden IAS genoemd (International Accounting Standards) en genummerd IAS 1 tot en met IAS 41. Nieuwe standaarden, evenals het hele bouwwerk, worden nu IFRS genoemd (International Financial Reporting Standards). De nummering van nieuwe standaarden is weer bij 1 begonnen. Een IAS is dus een onderdeel van IFRS, maar IAS 1 is een andere standaard dan IFRS 1. Europese strategieNadat Van der Tas zijn gehoor een kijkje in de keuken van de IASB had gegeven, behandelde hij de strategie die de EU tot nu toe met betrekking tot de standaarden van de IASB heeft gevolgd. De EU heeft in juli 2002 de IAS-verordening aangenomen. Hierin is gesteld dat de standaarden die door de EU zijn goedgekeurd, vanaf 2005 voor alle beursgenoteerde ondernemingen in de geconsolideerde jaarrekening verplicht zijn. In september 2003 heeft de EU alle standaarden goedgekeurd, behalve (onder meer onder druk van president Chirac en de Franse banken) de IAS 39 en IAS 32. De laatstgenoemde standaarden betreffen de waardering van financiële instrumenten (aandelen, leningen, obligaties, schulden etcetera) en de presentatie daarvan. Het is de verwachting dat nog dit voorjaar knopen worden doorgehakt: of de IASB doet concessies en de EU keurt de standaarden goed of de IASB houdt voet bij stuk en dan volgt die goedkeuring niet. Dit laatste zou een uiterst lastige situatie opleveren. Impact in NederlandDe IFRS hebben consequenties voor de jaarverslaggeving in Nederland, zowel direct als via de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Het is het beleid van de Raad om de IFRS één op één in de Richtlijnen over te nemen. Momenteel ligt er een wetsontwerp om bedrijven vanaf 2005 te verplichten om te melden of zij aan de Richtlijnen voldoen. Minister van Financiën Zalm wilde de IFRS vanaf 2005 verplichten voor alle Nederlandse banken en verzekeringsmaatschappijen, maar op 23 maart 2004, dus precies tussen de twee FOV-bijeenkomsten in, heeft het kabinet aan de Tweede Kamer laten weten dat de verplichting alleen voor beursgenoteerde ondernemingen zal gaan gelden. Uit de brief van minister Donner blijkt, dat hij van plan is eventueel aanvullende regelgeving te introduceren om voor verzekeringsmaatschappijen (waaronder onderlingen) die geen IFRS toepassen, de vergelijkbaarheid met verzekeraars die dat wel doen, te verbeteren. In het vervolg van dit artikel is uitgegaan van de situatie waarin een onderneming wel op de internationale standaarden overgaat. Verzekeraars zijn overigens nog steeds aan het lobbyen tegen bepaalde standaards. Zij vinden het met name een groot probleem dat de reële waarde ('fair value') te fluctuerende resultaten zal laten zien, hetgeen het vertrouwen van beleggers en klanten zal schaden. Eerste toepassingHet uitgangspunt bij de eerste toepassing van de IFRS zal zijn dat de jaarrekening moet worden opgesteld alsof de nieuwe standaarden altijd al zijn gehanteerd. Om de overgang niet te moeilijk te maken, zijn enkele belangrijke vrijstellingen en uitzonderingen geformuleerd. Deze betreffen vroegere overnames en fusies, materiële vaste activa (zoals gebouwen en computers) en pensioenen. Van der Tas ging dieper in op deze vrijstellingen en uitzonderingen. Met betrekking tot fusies en overnames gaf hij aan dat er in de IFRS eigenlijk geen fusies meer bestaan. In principe moet bij elke fusie of overname een overnemende partij worden geïdentificeerd. Voor coöperatieve organisaties en ook onderlinge verzekeringsmaatschappijen zal echter een uitzondering gelden. Fusies zullen als zodanig mogen worden verwerkt en dus zullen de cijfers van de verschillende partijen gewoon bij elkaar kunnen worden opgeteld. Wat de immateriële vaste activa betreft, zal de standaard zijn dat deze altijd tegen kostprijs op de balans moet worden opgenomen, tenzij er een liquide tweedehandsmarkt voor is. Dan mag, bij wijze van uitzondering, ook de reële waarde op de balans worden vermeld. Voor terreinen en gebouwen is de situatie verschillend wanneer die voor handel in onroerend goed, voor eigen gebruik of als onroerendgoedbelegging worden gehouden. Bovendien zullen nog specifieke IFRS-regels gaan gelden voor het splitsen van grond en pand (op grond wordt niet afgeschreven), het afschrijven volgens de componentenbenadering (het dak bijvoorbeeld gaat korter mee dan het casco) en het op de balans opvoeren van groot onderhoud (waarvoor geen voorziening meer mag worden gevormd). Ledenkapitaal en pensioenenVoor onderlingen die nog over een ledenkapitaal beschikken, is natuurlijk van belang of dit als eigen vermogen of als vreemd vermogen moet worden gepresenteerd. Van der Tas gaf aan dat het als vreemd vermogen moet worden gepresenteerd als leden onvoorwaardelijk terugbetaling kunnen vorderen, bijvoorbeeld na opzegging van de polis. Indien dit niet mogelijk is, dus indien de onderlinge daar controle over heeft omdat bijvoorbeeld goedkeuring van de algemene ledenvergadering of het bestuur nodig is, mag het als eigen vermogen worden gepresenteerd. Een gevoelig onderwerp is nog de pensioenen. In de IFRS wordt onderscheid gemaakt tussen de beschikbare-bijdrageregeling en de beschikbaar-pensioenregeling. Er is sprake van een beschikbare-bijdrageregeling indien de werkgever geen enkel risico meer loopt, ook niet in de vorm van hogere toekomstige premies, over verstrekte rechten aan de werknemer. De premie wordt in dat geval, heel simpel, als last verantwoord. De zaak ligt ingewikkelder bij een beschikbaar-pensioenregeling, bijvoorbeeld de eindloonregeling of de middelloonregeling, waarbij het onder IFRS niet uitmaakt waar die regeling is ondergebracht (ondernemingspensioenfonds, bedrijfstakpensioenfonds of verzekeringsmaatschappij). In de IFRS wordt voorgeschreven, overigens tot grote woede van VNO-NCW, dat de werkgever in dit geval de reële waarde van verstrekte pensioenrechten actuarieel moet berekenen. Het saldo van deze waarde enerzijds en de pensioenbeleggingen anderzijds, dus het tekort of het overschot, komt op de balans tot uitdrukking. In de praktijkIn het middagdeel van de studiebijeenkomst, vanzelfsprekend na een goed verzorgde lunch, plaatsten R.H. Gaillard RA en drs. J. Niewold RA de door prof. Van der Tas gepresenteerde theorie in de verzekeringspraktijk. Zij deden dit aan de hand van de balans van OBM Zevenwouden in Heerenveen en lieten de verschillen zien tussen de situatie nu en de situatie straks ten aanzien van de software, de terreinen en gebouwen die in eigen gebruik zijn en de beleggingen. De standaarden ten aanzien van de beleggingen zijn, zoals eerder aangegeven, nog niet door de EU geaccordeerd, "maar er is een goede kans dat dit alsnog gebeurt," aldus Gaillard, die uitgebreid stil stond bij de waardering van aandelen, obligaties, leningen op schuldbekentenis en hypotheken. Een hoofdstuk apart betreft de waardering van de verzekeringscontracten. "Een tweeslachtig verhaal," noemde Niewold het. Hij legde uit dat deze materie complex is en dat meer tijd nodig is voor de ontwikkeling van wereldwijde standaarden, maar dat de IASB toch in ieder geval een standaard over verzekeringscontracten wilde neerleggen. Deze standaard IFRS 4 is op 31 maart 2004 verschenen, dus eveneens tussen de twee FOV-bijeenkomsten in. De standaard geldt voor levens- en schadeverzekering. "Velen denken dat schade eenvoudiger is dan leven," aldus Niewold, "maar dat lijkt maar zo!" In de IFRS zijn ook veel woorden aan herverzekering gewijd. Sommige 'financiële' contracten zullen niet als herverzekering worden beschouwd, maar als deposito-bewegingen tussen ondernemingen. Zogenoemde 'captives', die uitsluitend één onderneming verzekeren, zullen niet meer als verzekeraar worden beschouwd. Jezelf verzekeren is geen verzekeren, vindt de IASB. De presentatie werd afgesloten met nog eens een blik op de balans van OBM Zevenwouden, met name ook wanneer alle voornemens van de IASB in door de EU geaccordeerde standaarden zullen zijn neergelegd. Voorwaar, een pittige studiebijeenkomst! Verschenen in: de Onderlinge (2004) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |