F.H.M. van Vrouwerff, directeur van OVM 'De Onze' (2009)

"We hebben volume nodig om kennis in huis te kunnen halen"

Het is zeer waarschijnlijk, dat schaalvergroting in de onderlinge wereld in de komende jaren aan de orde van de dag zal blijven. Kleine onderlingen hebben onmiskenbaar bestaansrecht, maar zullen steeds moeilijker aan alle wettelijke vereisten en overige regelingen kunnen voldoen. Een gesprek hierover met Frans van Vrouwerff, directeur, en John van Schaik, voorzitter van het bestuur van OVM 'De Onze', het resultaat van een fusie per 1 januari 2009.

Het samengaan van de onderlingen Benschop / IJsselstein en IJsselstroom was een geolied proces. Slechts ruim een jaar voor de uiteindelijke fusiedatum vonden schoorvoetend de eerste verkennende gesprekken plaats over de toegevoegde waarde van een eventuele fusie. Kort daarna werd een fusiecommissie samengesteld, bestaande uit Frans van Vrouwerff en drie leden van beide besturen. Na een achttal bijeenkomsten van deze commissie, waarin lopende zaken werden besproken en de boeken werden ingezien, kon een definitief voorstel aan de leden worden voorgelegd. Eind 2008 werd in een gelijktijdige algemene vergadering van beide onderlingen unaniem met de fusie ingestemd. Na een bezoek aan de notaris op 31 december kon de zaak worden beklonken. De fusie kon vooral soepel tot stand worden gebracht, omdat de voordelen ervan voor iedereen duidelijk waren. De onderlinge in Benschop heeft veel 'know how' in huis en draait heel goed, terwijl de onderlinge in Linschoten een krappe personele bezetting had en daardoor slechts met moeite aan alle wet- en regelgeving kon voldoen. Het vinden van een nieuwe naam bleek nog wel een van de moeilijkste aspecten in het hele fusietraject. Uiteindelijk kwam het reclamebureau met 'De Onze', een naam met de associatie van de maatschappij die van ons is en met de betekenis van de Onderlinge Zekerheid.

In beweging

"Een voorwaarde was, dat het een niet-regiogebonden naam zou zijn", vertelt Frans van Vrouwerff. "We willen ook met een eventuele toekomstige fusiepartner met deze naam door kunnen, zonder dat we weer een nieuw logo en nieuw briefpapier moeten laten ontwerpen en drukken. Hopelijk kunnen we hier nog jaren mee vooruit." Volgens Van Vrouwerff is momenteel geen sprake van nieuwe fusieplannen, maar de onderlinge in Benschop staat er wel voor open en sluit op dat vlak niets uit. "Er is op het ogenblik veel angst, zorg en onrust in de sector", aldus Van Vrouwerff. "De wet- en regelgeving verplicht financiële dienstverleners veel kennis in huis te hebben: kennis van pensioenen, belastingen, hypotheken en noem maar op. Dat deed je er vroeger allemaal bij, maar dat kan niet meer, dat is verleden tijd. Schaalvergroting is nu meer dan ooit noodzakelijk en daarom sluit ik ook voor ons een verdere schaalvergroting niet uit. Je hebt volume nodig, wil je kennis in huis kunnen halen." Op de vraag of er in de omgeving van de onderlinge nog mogelijkheden voor samenwerking zijn, antwoordt Frans van Vrouwerff: "De hele verzekeringswereld is in beweging. Ik zie tussenpersonen omvallen, verzekeraars in de problemen komen en financiële adviseurs die niet aan de wetgeving voldoen. Ik zie de Autoriteit Financiële Markten ingrijpen, vergunningen worden ingetrokken en boetes worden opgelegd. De markt staat op zijn kop! Ook in SSO-verband (SOBH, SOM, OASE - red.) praten we erover hoe we de problemen het hoofd kunnen bieden. Als ik dan alle meningen hoor en proef, dan staat er nog wel het een en ander te gebeuren."

Veel extra werk

Na de fusie bleef John van Schaik, oud-voorzitter van Benschop / IJsselstein, voorzitter van het bestuur van 'De Onze'. Van Schaik is al lange tijd aan de onderlinge verbonden. Zijn vader was administrateur van de onderlinge in IJsselstein en in de jaren tachtig ging die functie van vader op zoon over. Na de fusie met Benschop werd hij eerst bestuurslid en al kort daarna voorzitter van het bestuur. In het nieuwe bestuur van 'De Onze' zitten vijf oud-bestuursleden van Benschop / IJsselstein en drie van IJsselstroom. Het feit dat dit geen recht doet aan de verhoudingen wat de omvang van de onderlingen betreft - Benschop /IJsselstein was in alle kengetallen vier keer zo groot als IJsselstroom - tekent de plezierige wijze waarop de fusie in het vat kon worden gegoten. Geen enkele partij stelde voorwaarden vooraf of ging op zijn strepen staan. Ook de medewerkers van beide onderlingen gingen er graag in mee, hoewel sinds de fusie wel enig gemopper is te horen over de hoeveelheid extra werk. Van Schaik: "Dat heeft met onze organisatie te maken. Alle verzekerden van Benschop / IJsselstein kunnen met een inlogcode op onze website hun eigen dossier inzien, dus alle polissen, alle betalingen, alle schades enzovoort. Ze hebben dat thuis ook wel op papier, maar wij hebben in de afgelopen jaren alles ingescand en, als service naar de leden, op internet gezet. IJsselstroom had dat niet. Daar staan nog grote archiefkasten vol dossiers, zoals wij die in het verleden ook hadden. Dat moet nu allemaal gescand worden. Daarnaast moeten alle achthonderd leden in Linschoten en Montfoort binnenkort door onze buitendienstmedewerkers worden bezocht. Dat alles bij elkaar geeft een behoorlijke druk op onze binnen- en buitendienst."

Meestal een succesverhaal

De onderlinge Benschop / IJsselstein heeft de afgelopen jaren bovengemiddeld goed gedraaid. Met het flinke eigen vermogen kon het bestuur erop vertrouwen, dat de extra kosten die een fusie doorgaans met zich meebrengt, konden worden gedragen. Bovendien had IJsselstroom in de loop der jaren eveneens een behoorlijke reserve opgebouwd en ook daardoor vielen de kostenafwegingen voordelig uit. John van Schaik: "Nogal eens hoor ik dat onderlingen terugdeinzen zodra het woord fusie valt. Ik kan die onderlingen alleen maar aanraden om eens met een fusieonderlinge te gaan praten. Ik denk dat de meeste alleen maar succesverhalen kunnen vertellen." Frans van Vrouwerff: "Belangrijk is dat een fusieproces in goede harmonie verloopt. Zien beide besturen de noodzaak van het fuseren in, dan is de vraag niet meer: wel of niet fuseren, maar: wanneer en hoe fuseren."

Kadertekst: (1+1)+(1+1)

In 1990 fuseerden de onderlingen in Benschop en IJsselstein, met als resultaat de OVM Benschop / IJsselstein. In 1995 fuseerden de onderlingen in Linschoten en Montfoort, met als resultaat de OVM IJsselstroom. Op 1 januari 2009 fuseerden de onderlingen Benschop / IJsselstein en IJsselstroom, met als resultaat OVM 'De Onze'. Aldus kan de fusiegeschiedenis van 'De Onze' in drie zinnen worden samengevat. Het (voorlopige) eindresultaat is een onderlinge met ruim 4.000 klanten, van wie er ruim 3.000 lid zijn. Het premie-inkomen brand bedraagt 1,9 miljoen euro en het verzekerd kapitaal 1,1 miljard euro. Bij 'De Onze' zijn momenteel vijftien medewerkers op 11 fte's in dienst, van wie drie medewerkers in de buitendienst werken. 'De Onze' is gevestigd in Benschop en heeft een nevenvestiging in Linschoten. Al sinds lange tijd heeft de Benschopse onderlinge ook een behoorlijke portefeuille in het zuidoosten van Noord-Brabant. In Asten, tussen Eindhoven en Venlo, kon jaren geleden zaken met de lokale bank worden gedaan, waardoor de onderlinge de verzekering van een groot aantal duurdere panden in de omgeving kon overnemen.

Verschenen in: de Onderlinge (2009)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl