|
||
|
P.S. Procee, directeur van De Letselschade Raad (2009)
Een leerzame dag over de kneepjes van het vakConferentieoord Kontakt der Kontinenten in Soesterberg was op 26 maart 2009 de plaats van handeling van de jaarlijkse FOV-studiedag aansprakelijkheid. Met drie presentaties in de ochtend en vijf workshops in de middag kon van een goed gevulde dag worden gesproken. Circa zeventig deelnemers leerden er 'de kneepjes van het vak', zoals dit jaar het thema van de studiedag luidde. De eerste presentatie werd door mr. P.S. Procee verzorgd. Paul Procee werd in april 2008 tot directeur van het Nationaal Platform Personenschade benoemd, dat een half jaar later, tijdens het congres ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het NPP, werd omgedoopt tot De Letselschade Raad. Deze nieuwe naam werd officieel per 1 januari 2009. Paul Procee behandelde in zijn presentatie de nieuwe organisatie, de ambities, de structuur, de doelgroepen en de producten van De Letselschade Raad. Een belangrijk verschil tussen het NPP en De Letselschade Raad betreft de oriëntatie van de organisatie. Het NPP was intern gericht, terwijl De Letselschade Raad juist extern gericht wil zijn, om zo een sleutelpositie in de letselschadepraktijk te kunnen verwerven. De Letselschade Raad heeft wat dat betreft de ambitie om de prestaties in de letselschadepraktijk te verbeteren, daarbij voortbouwend op de Gedragscode Behandeling Letselschade. Het uitrollen van deze code werd in 2006 aan het NPP opgedragen, maar op dat vlak kan nog veel worden bereikt, aldus Paul Procee, want de spontane bekendheid van de gedragscode is bij marktpartijen erg laag en bij consumenten zelfs nagenoeg nul. Voordat hij hierop inging, besprak hij de organisatie van De Letselschade Raad. Deze bestaat uit een platform van verschillende maatschappelijke en private organisaties, een bestuur, een bureau met vier medewerkers en, niet in de laatste plaats, een projectorganisatie. Hierin zijn ongeveer 125 personen werkzaam, voor het merendeel medewerkers van de platformorganisaties. Zij werken enerzijds aan procesnormen. De Gedragscode Behandeling Letselschade is zo'n norm en in ontwikkeling zijn een Gedragscode Medische Aansprakelijkheid en een Medische Paragraaf, welke in de Gedragscode Behandeling Letselschade zal worden opgenomen. De projectorganisatie werkt anderzijds aan materiële normen, die de vorm van richtlijnen hebben. Gepubliceerd zijn richtlijnen voor de vergoeding van huishoudelijke hulp in de eerste zes weken na een ongeval, van reiskosten en van ziekenhuis- en revalidatiedaggeld, evenals richtlijnen ten aanzien van licht letsel, het medisch traject, studievertraging, termijnen voor geneeskundig onderzoek en het verlies van zelfwerkzaamheid. In voorbereiding zijn richtlijnen voor de vergoeding van langdurige huishoudelijke hulp en ten aanzien van economische kwetsbaarheid en licht letsel inclusief smartengeld. Naar richtlijnen voor de berekening van overlijdensschade en van rekenrente wordt vooronderzoek gedaan. Overige producten van De Letselschade Raad zijn het bemiddelingsloket voor met name conflictanalyse en conflictdiagnose en het register van alle marktpartijen die de gedragscode toepassen. Klik & RegelDe tweede presentatie werd verzorgd door mr. M. van Dijk, mededirecteur van Korevaar van Dijk Letselschade. Mark van Dijk introduceerde op aansprekende wijze een digitaal systeem, webbased, voor onderhandelingen en behandelplannen in letselschadezaken. Het systeem is Klik & Regel genoemd en Van Dijk is er mede-initiatiefnemer van. Het systeem kan als een uitvloeisel van de Gedragscode Behandeling Letselschade worden gezien. Het beoogt letselschadezaken te versnellen en transparant en efficiënt te maken, door eindeloos lang onderhandelen uit te sluiten. Klik & Regel bestaat uit een onderhandelingsmodule en een module om een gezamenlijk behandelplan op te stellen. De onderhandelingsmodule wordt in werking gezet wanneer bijvoorbeeld een verzekeraar een bod voor een schadevergoeding uitbrengt, voor de totale schade of voor onderdelen daarvan. De wederpartij krijgt vervolgens een e-mail toegestuurd, waarin wordt aangegeven voor welke schadeposten een vergoeding is geboden, zonder daar bedragen bij te noemen. Nadat de wederpartij vervolgens ook bedragen heeft ingevoerd, geeft het systeem aan of er wel of niet of bijna een match is. Het voordeel van deze wijze van bieden is, volgens Van Dijk, dat partijen hun uitgangspositie in het biedingsproces niet meteen hoeven los te laten en dat ze geen trucs hoeven toe te passen in de zin van overvragen en onderbieden. Daarnaast geeft het systeem een positieve 'drive' in het onderhandelingsproces. In een pilot die momenteel draait, blijkt dat partijen ondanks mismatches toch bereid zijn om met elkaar in gesprek te gaan. Nog een voordeel is, dat deelposten gemakkelijk kunnen worden afgewikkeld. Het tweede onderdeel van Klik & Regel, het gezamenlijk behandelplan, is gericht op het maken van afspraken, het bijhouden van een agenda en een toetsing van het behandelproces aan de termijnen die in de Gedragscode Behandeling Letselschade zijn vastgesteld. De genoemde pilot duurt tot 1 mei aanstaande. Daarna start de contractperiode, waarin een vergoeding wordt gevraagd voor de ontwikkeling van het systeem en applicatie-uitbreidingen. Hierbij wordt gedacht aan een onderhandelingsassistent (om op grond van informatie over elkaars biedingen eerder tot een match te kunnen komen), inzagemogelijkheden voor de cliënt in het desbetreffende behandelproces en toepassingen in andere branches (bijvoorbeeld in ontslagprocedures). Digitale communicatieDe derde presentatie ging over de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden van digitale communicatie. De inleider, mr. P.E.F.M. de Bont, hoofd juridisch advies bij Interpolis Schade, had daartoe alle actuele en toekomstige wettelijke bepalingen op een rijtje gezet. Peter de Bont presenteerde zijn materie als een bord spaghetti: een kluwen van regelingen die zich slechts moeizaam laat ontwarren. Digitale communicatie doet zich onder andere voor bij de verkoop van producten of het verschaffen van informatie via een website. De spelregels daarvoor staan in verschillende wetten, met name de Wet op het Financieel Toezicht, de Pensioenwet, het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dat maakt het lastig om met alle toepasselijke regels rekening te houden. Van belang zijn in ieder geval het besluit van 8 februari 2008 (een Algemene Maatregel van Bestuur van het Ministerie van Justitie) en het wetsvoorstel dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt. Het besluit geeft aan, dat verzekeraars mededelingen in het kader van een verzekeringsovereenkomst anders dan langs schriftelijke weg kunnen verzenden, digitaal dus, maar onder bepaalde voorwaarden. De mededelingen moeten op zodanige wijze worden verzonden, dat ze op een duurzame drager kunnen worden opgeslagen. Een duurzame drager is ieder hulpmiddel waarop informatie kan worden opgeslagen en vervolgens kan worden gereproduceerd. De geadresseerde moet uitdrukkelijk met verzending langs elektronische weg hebben ingestemd, bijvoorbeeld door een hokje op de website aan te vinken. De geadresseerde kan die instemming te allen tijde herroepen, hetgeen betekent dat de verzekeraar altijd nog een papieren dossier klaar moet hebben liggen om zo nodig alsnog weer om te schakelen. De ontvangst van de elektronische mededeling moet aan de verzekeraar worden bevestigd, maar het bericht hoeft niet daadwerkelijk door de ontvanger geopend te zijn. Het wetsvoorstel dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt, houdt de wijziging in van bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De wijziging is bedoeld om naast de traditionele vereisten van schriftelijkheid ruimte te bieden aan de ontwikkelingen op het gebied van elektronisch verkeer. Peter de Bont sloot zijn presentatie af met een aantal voorbeeldsituaties waarin van de wet werd afgeweken. De Bont gaf aan wat daar dan de gevolgen van waren. WorkshopsNa de lunch werd de studiedag voortgezet met een vijftal workshops. De deelnemers konden aan drie daarvan deelnemen. E.J. Goetheer van ZLM Verzekeringen besprak de aansprakelijkheid van de wegbeheerder en J.H.L. Fonk van Interpolis/Avéro de aansprakelijkheid in de voedselproductieketen. Mr. L.G. Stiekema van TVM Verzekeringen ging in op het relatieregres. De vraag was welke regeling het Burgerlijk Wetboek geeft voor het verhalen van uitkeringen die een verzekeraar heeft gedaan als de schade door bijvoorbeeld een familielid of een collega is veroorzaakt. Mr. H.G.H. Jansen van de Stichting Achmea Rechtsbijstand ging in op werkgeversaansprakelijkheid en mr. P.E.F.M. de Bont van Interpolis Schade besprak tot slot een fraudecasus. Verschenen in: 'de Onderlinge' (2009) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|