H. de Jong, directeur van EFO Paardenverzekering (2009)

Over de rationele verzekering van een emotionele waarde

In de geschiedenis van ruim honderd jaar paarden verzekeren is de bedrijfsfilosofie van de 'Eerste Friesche' niet wezenlijk veranderd. Met respect voor de liefde van de eigenaar voor zijn paarden krijgen de leden van de onderlinge nog steeds een zeer persoonlijke behandeling en advisering. De medewerkers onderscheiden zich door de aandacht die zij hebben voor de emoties die horen bij de schade aan een paard. Een gesprek hierover met Henk de Jong, directeur van EFO Paardenverzekering.

EFO Paardenverzekering is in feite de grootste paardenverzekeraar in Nederland. Een andere partij is weliswaar groter, maar is een volmachtbedrijf en geen verzekeraar. Daarnaast is nog een groot aantal onderlinge paardenfondsen actief, maar die zijn vrij klein. Sommige hebben niet meer dan vijftig paarden in hun bestand. Veel van deze fondsen hebben het niet gemakkelijk. Doordat nieuwe aanwas nogal eens ontbreekt, vergrijst het bestand. De nog resterende paarden naderen het moment dat ze worden afgekeurd, waarna een uitkering zal volgen. EFO Paardenverzekering wordt geregeld benaderd met het verzoek zo'n onderling fonds over te nemen, "maar dat is lastig", zegt Henk de Jong, "want meestal hebben die fondsen een soort van omslagstelsel en geen reserves. Met een kleine groep verzekerden gaat dat natuurlijk op een gegeven ogenblik knellen."

Soorten verzekeringen

EFO Paardenverzekering biedt haar leden diverse verzekeringen. Deze dekken een of meer verschillende schadesoorten. De belangrijkste zijn de dood, een noodzakelijke levensbeëindiging of blijvende ongeschiktheid van het paard na een ongeval of een ziekte. Daarnaast biedt de EFO een veulenverzekering, een crematieverzekering, een collectieve verzekering (voor handelaren en fokkers) en een ziektekostenverzekering (in verschillende vormen). Ten aanzien van de verzekering van zeer waardevolle paarden, die bijvoorbeeld meer dan 100.000 euro waard zijn, is de onderlinge terughoudend, maar dankzij goede afspraken met de herverzekeraar is het niet onmogelijk. (De EFO heeft via Aon Benfield een herverzekeringscontract met de agrarische poot van de Franse herverzekeraar SCOR.) Paarden van 16 jaar of ouder kunnen in de verzekering blijven, maar worden niet nieuw geaccepteerd. Blijvend ongeschikte paarden waarvoor de eigenaar een uitkering krijgt, worden in principe het eigendom van de EFO. Er zijn dan drie mogelijkheden: het paard wordt geslacht, het paard wordt geëuthanaseerd en afgevoerd of het paard blijft tegen een vergoeding en onder voorwaarden bij de eigenaar.

Afscheid van het paard

"Vroeger had de onderlinge nog een eigen stal en paardenwei", vertelt De Jong. "Ingenomen paarden werden op rust gezet, knapten soms zienderogen op en werden vervolgens weer door de maatschappij verkocht. Sommige paardenfondsen doen dat nog, maar wij doen dat heel bewust niet. Wij willen niet dat afgekeurde paarden weer in een mogelijk dubieus circuit terechtkomen en dat iemand dus de ellende van een ander koopt. We hebben daarom al heel lang geen eigen stal meer. Toch mis ik die wel eens, als een eigenaar afstand doet van een redelijk goed paard omdat het mogelijk herstel voor hem te lang duurt. Wij kiezen echter voor zekerheid. Ook als de eigenaar het paard wil houden, komt het voor ons in een grijs gebied, want wat gaat er dan met het paard gebeuren? We laten die eigenaar daarom een terugkoopverklaring ondertekenen, waarna hij nog maar een beperkt aantal dingen met het paard mag doen. We zijn op dit moment bezig in de branche om dat te registreren en op elkaar af te stemmen, zodat zo'n paard niet opnieuw in het handelscircuit of in de verzekering komt. Als de eigenaar het paard niet wil houden, kan het worden geslacht, maar dat komt steeds minder vaak voor. Sommige eigenaren laten in het paardenpaspoort opnemen dat ze dat niet willen en soms ook is het paard door medicijngebruik ongeschikt voor consumptie. We hebben met een paar slagers goede, contractuele afspraken. Vroeger gebeurde het nogal eens, dat een paard voor de deur van de slager linksaf ging en alsnog werd verkocht en dat willen we natuurlijk niet. Voor een geslacht paard krijgen we een kiloprijs uitgekeerd en dat zijn dan inkomsten voor ons. De laatste mogelijkheid is, dat het paard wordt geëuthanaseerd. Euthanasie vindt meestal in een dierenkliniek plaats, waarna het kadaver door het bedrijf Rendac worden afgevoerd."

Toegenomen regeldruk

Henk de Jong is zelf geen 'paardenman'. De vijf inspecteurs in de buitendienst zijn dat allemaal wel. Zij hebben zelf paarden en weten dus van de hoed en de rand. De Jong is, anders ook dan zijn voorgangers, een verzekeringsman. Vijfentwintig jaar geleden begon hij als schadecorrespondent bij Woudsend Verzekeringen. Daar heeft hij twintig jaar gewerkt, op het laatst als adjunct-directeur binnendienst, tot de fusie met Fortis. Bij Fortis ASR in Utrecht werd hij adjunct-directeur schade zakelijk. In januari 2007 vertrok hij bij Fortis ASR en daarna kon hij bij de EFO aan de slag. In de binnendienst in Heerenveen werken zeven medewerkers. "Waar we tegenwoordig mee zitten", aldus De Jong, "is de toegenomen regeldruk. Daar hebben we veel last van. Het toezicht van De Nederlandsche Bank weegt zwaar. Door mijn komst hier, met mijn verzekeringsachtergrond, is er al het nodige veranderd. Ik ben gewend om met regeltjes om te gaan. In dit bedrijf lag de nadruk altijd op de paarden, de acceptatie en de schadebehandeling en al het andere werd als ballast ervaren. Maar nu moeten we daar anders mee omgaan. Omdat onze voorzitter begin augustus is overleden, zijn we bezig met de benoeming van een nieuwe voorzitter. De Nederlandsche Bank heeft aangegeven dat we eigenlijk iemand moeten aanstellen die verzekeringstechnisch en financieel goed onderlegd is, zodat binnen het bestuur een nog betere mix in de deskundigheid ontstaat. Ik denk dat we de juiste kandidaat inmiddels hebben gevonden. Net in deze periode, met tegenvallende beleggingsresultaten, ontvingen we van DNB het bericht dat in verband met het overschrijden van een premiegrens onze solvabiliteitsnorm omhoog gaat. We hebben nu een premievolume van zo'n 3,7 miljoen euro en inclusief de marge die DNB hanteert, moesten we naar een solvabiliteit van 3,3 miljoen. Ga er maar aan staan, dat zijn voor ons natuurlijk hele bedragen. Gelukkig zijn we een gezond bedrijf en kunnen we ook aan deze verplichting voldoen."

In de paardenwereld zegt geld lang niet alles. De waarde van een paard is vaak veel meer een emotionele dan een materiële waarde. "Paardenmensen zijn emotionele mensen", zegt Henk de Jong tot slot. "Dat merken wij in de schadebehandeling. Wat dat betreft mogen wij niet altijd in de rationele stand blijven zitten, hoe rationeel het verzekeren van paarden ook is."

[Kadertekst]

12.000 paarden

Op 7 januari 1905 werd in Hotel Groen in Heerenveen de Eerste Friesche Onderlinge Paarden Verzekeringsmaatschappij opgericht. Tijdens en na de vergadering werden al 148 paarden ingeschreven. De oprichters van de onderlinge en de eerste verzekeringnemers waren allemaal landbouwers. Zij wilden zich ervan verzekeren dat ze een nieuw werkpaard konden kopen zodra het verzekerde paard niet meer voldeed. Dokters, stalhouders en melkrijders waren aanvankelijk van verzekering uitgesloten. Verzekerden die een vergoeding voor een gestorven paard claimden, hadden de lugubere verplichting om het hoofd van het paard ter inspectie aan te bieden op het kantoor in Heerenveen. Begin jaren vijftig werd het de leden van de onderlinge mogelijk om ook hun rundvee bij de EFO te verzekeren. Mechanisatie en schaalvergroting in de decennia daarna leidden echter tot grote veranderingen. De onderlinge richt zich nu nog hoofdzakelijk op het verzekeren van recreatief gebruikte paarden. Met zo'n 12.000 paarden in het bestand, van circa 6.700 leden, is de EFO de op één na grootste partij op het gebied van paardenverzekering in Nederland.

Verschenen in: 'de Onderlinge' (2009)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl