F.G.M. van Ekert, wethouder in Gemert-Bakel (2002)

De reconstructie van de zandgronden in relatie tot nieuwe werklandschappen

Bij landschapsinrichting grijpen veel zaken - vaak ingrijpend - op elkaar in. Spannende raakpunten zijn er bijvoorbeeld tussen enerzijds de reconstructie van de zandgronden en anderzijds de aanleg van werklandschappen. In de gemeente Gemert-Bakel heeft het eerste fenomeen twee gevolgen voor het tweede. De reconstructie van de zandgronden vraagt aan de ene kant een adequate waterhuishouding op het bedrijventerrein in ontwikkeling Bedrijvenpark Wolfsveld en leidt aan de andere kant tot een geheel nieuw type bedrijvigheid op het eveneens in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein De Fuik. De relatie wordt toegelicht door ir. F.G.M. van Ekert, wethouder Ruimtelijke ontwikkeling en Volkshuisvesting van de gemeente Gemert-Bakel.

Ruim twee jaar geleden bleek uit een inventariserende studie dat in Gemert-Bakel behoefte bestond aan zeker 22 hectare nieuw bedrijvengebied. Sindsdien zijn vijf gebieden in de gemeente voor deze bestemming geschikt bevonden, waarvan de gemeente er inmiddels vier heeft aangekocht. Gelijktijdig echter werd voor het uitgangspunt van zuinig ruimtegebruik gekozen en daarom werd besloten eerst Bedrijvenpark Wolfsveld in ontwikkeling te brengen, een open gebied tussen het bestaande bedrijventerrein en de bebouwde kom van Gemert. Onlangs werden daar de eerste vijf hectare grond uitgegeven. Van Ekert: "Dit gebied was gemeente-eigendom, maar toen het huidige college drie jaar geleden aantrad, was daar geen enkele planologische voorbereiding voor getroffen. Het leek er ook op dat het niet tot bedrijventerrein moest worden verklaard, omdat het als een soort milieubuffer tussen het bestaande bedrijventerrein en de woningbebouwing werd beschouwd. Die buffer betekende echter niet veel meer dan pure afstand, in de vorm van een boomgaard en een kale wei met heel veel meters niets erin. Vanuit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik geredeneerd, was dat natuurlijk niet verstandig. We hebben daarom een planologisch concept durven ontwikkelen waarbij afstand door inrichting werd vervangen en waarbij de inrichting de mogelijkheden geeft om dichterbij woningbebouwing te komen."

Parkachtig

Het is de opzet om in Bedrijvenpark Wolfsveld, op grond van een beeldkwaliteitsplan en door middel van een selectie op omgevingseffecten van typen bedrijven, een parkachtige rand met een representatieve uitstraling te creëren. Daarbij werd van een nood een deugd gemaakt. Van Ekert: "Water gaat in Wolfsveld een hele belangrijke rol spelen. Wij zitten hier met de kom van Gemert bovenop de Peelrandbreuk. Kenmerkend voor het hogere gedeelte van het Peelplateau is, dat het water er heel slecht wegloopt, doordat doorlatende en niet-doorlatende lagen ten opzichte van elkaar zijn verschoven en tegenover elkaar zijn komen te liggen. Daardoor zijn de hoogstgelegen delen, waaronder Gemert zelf, altijd kleddernat. Dat betekent dus ook dat onze bebouwingsinspanningen, op bedrijventerreinen en in woonwijken, waardoor we steeds meer oppervlakteverharding hebben gekregen en dus steeds minder infiltratie, hoe langer hoe meer wateroverlast opleveren - zeker nu de regenbuien alsmaar langduriger en heftiger lijken te worden. We proberen daarom nu door een parkachtige inrichting van Bedrijvenpark Wolfsveld het aantal keren dat we water in de woonwijken of op de bedrijventerreinen hebben, drastisch te beperken. En dat waterpartijen een afwisselende en boeiende inrichting mogelijk maken, dat hoef ik natuurlijk niet uit te leggen."

Gezamenlijk waterplan

Bedrijvenpark Wolfsveld zal op de beschreven wijze een goede ecologische bijdrage kunnen leveren aan de verbindingszone tussen de bebouwde kom en het buitengebied van Gemert. Frans van Ekert, die tevens voorzitter is van de 'pilot' reconstructie zandgronden in het gebied, zegt hierover: "Wat wij in de bebouwde kom belijden, vloeit voort uit het beleid dat vanuit het buitengebied is aangestuurd. Al het water dat in het buitengebied verzameld en afgevoerd wordt, komt hier door de kom heen. Je moet daarom je opvattingen over het benutten van de beekdalen als verbindingszone, in de kom consequent volhouden, anders krijg je natuurlijk rare toestanden. De filosofie die in het buitengebied geldt, hebben wij daarom in de stedelijke omgeving ook serieus in de praktijk gebracht." Gemert-Bakel voert inmiddels overleg met Deurne aan de bovenstroom en Veghel aan de onderstroom van het Aa-beekdal over een gezamenlijk waterplan. Daarop vooruitlopend zal in het reconstructieplan en in de structuurvisie van de gemeente de hele westflank richting de gemeente Laarbeek tot natte zone worden ontwikkeld. "Als ik straks mijn collega in Laarbeek wil ontmoeten, zal ik met de roeiboot moeten gaan!" zegt Van Ekert. "Waarmee ik maar even wil aangeven welke structurele veranderingen je moet doorvoeren als je het hele beekdallandschap weer wilt laten doen wat het vroeger ook deed, namelijk water opvangen en bufferen."

De Fuik

Ruimte voor het opvangen van water in het gebied ontstaat door het gebruik ervan met de rundveehouderij te delen. In Gemert-Bakel heeft dat indirect gevolgen voor een ander bedrijventerrein in ontwikkeling, namelijk De Fuik. Deze gevolgen betreffen dan niet in de eerste plaats de landschappelijke inrichting van het terrein, maar wel de bedrijven die zich daar zullen mogen vestigen. Van Ekert: "In het kader van de reconstructie hebben wij een groeigebied voor de intensieve veehouderij - maar dan heel anders dan in het verleden. We hebben het nu over duurzame landbouw en verwachten daarom dat er nogal wat technologie aan ten grondslag komt te liggen. Daarnaast zal er in ketenbenadering worden geïnvesteerd, met het oog op een regionale coördinatie van vraag en aanbod, en zal er bijvoorbeeld ook veel energie worden gestoken in de verwerking van reststoffen en afvalstoffen vanuit de landbouw. We hebben nu samen met de provincie kans gezien om deze 'high tec' landbouwkundige bedrijven in een soort 'carte-blanche'-situatie te faciliteren met een nieuw bedrijventerrein, De Fuik. Dat is natuurlijk een planning met een open einde. Maar als je ziet hoe wij in Nederland de massaproductie laten varen en ons primair gaan richten op kwaliteit, kennis en organisatie, dan lijkt mij dat een goede keuze. We hebben nu een voortrekkersrol in Oost-Brabant, we hebben een terrein waarop het mag én we zullen initiatiefnemers via een hele korte procedure aan een bouwvergunning helpen!"

De projecten 'Architectuur en Bedrijventerreinen' en 'Reconstructie van de zandgronden' zijn beide in de Architectuurnota als een 'groot project' gedefinieerd. Bij aanvragen van stimuleringspremies voor de landschapsinrichting van werklandschappen is zo'n relatie met een van de negen andere grote projecten een criterium bij de beoordeling. Zie ook www.werklandschappen.info.

Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2002

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl