|
||
|
J.P.J. Lagrand, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland (1997)
De provincie in de projectenIn de provincie Noord-Holland worden diverse projecten Werk in Bewaking ontwikkeld of al uitgevoerd: onder meer in Hoorn, Haarlem, Beverwijk, Heerhugowaard, Amstelveen en Amsterdam. In sommige van deze en vergelijkbare projecten speelde het provinciaal bestuur van Noord-Holland een initiërende rol of geeft het financiële en ambtelijke ondersteuning. Reden voor een gesprek met J.P.J. Lagrand, lid van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, over het werkgelegenheidsbeleid van de provincie. "De provincie is natuurlijk geen RBA of CBA," stelt Lagrand voorop. "Wel proberen we zoveel mogelijk de economie in de provincie goed te laten draaien en zijn we er natuurlijk allemaal bij gebaat dat we zoveel mogelijk mensen aan het werk hebben!" Lagrand geeft aan dat dit in Noord-Holland geen gemakkelijke opdracht is. Hij zegt: "Ik hoef niets te vertellen over wat er met de werkgelegenheid is gebeurd bij Hoogovens, Fokker, KLM - we hebben nogal wat klappen gehad. De economie trekt wel wat bij, maar het is toch allemaal niet zo rooskleurig geweest. De tijd is voorbij dat het vanzelfsprekend was dat als vader op de Hoogovens werkte, de zoon en de kleinzoon dat ook zouden kunnen. We moeten er gewoon rekening mee houden dat Hoogovens nooit meer tienduizenden werknemers zal hebben. Toch moeten die mensen werken en je moet dus kijken naar nieuwe mogelijkheden." Midden- en kleinbedrijfLagrand legt uit dat het werkgelegenheidsbeleid van de provincie vooral is gericht op mensen met een achterstandspositie op de arbeidsmarkt, met name vrouwen, jongeren, allochtonen en gehandicapten. Voor deze doelgroepen worden jaarlijks streefcijfers ten aanzien van arbeidsplaatsen vastgesteld. Deze worden vooral gezocht in nieuwe technische beroepen -in de IJmond en in Alkmaar zijn technologische centra in ontwikkeling- èn in het midden- en kleinbedrijf. Lagrand is vijfentwintig jaar waarnemend voorzitter van het KNOV is geweest en heeft het midden- en kleinbedrijf altijd een goed hart toegedragen. Hij zegt: "Het is een illusie om te denken dat wij Philips vanuit Eindhoven naar hier kunnen krijgen, dus moeten we het vinden in het midden- en kleinbedrijf. Kijk ook in mijn eigen mooie Volendam waar een aannemer met achthonderd man personeel werkt. Stel je nou eens voor dat er met zo'n bedrijf wat gebeurt. Voor een plaats van twintigduizend inwoners is dat een hele wankele basis. Daar zet ik dus liever twintig kleine bedrijfjes bij, schilders, loodgieters, met tien tot dertig man personeel. Dan heb ik een basis waar ik vanuit kan gaan." Sociale opdrachtPlannen die aansluiten bij het werkgelegenheidsbeleid van de provincie kunnen financieel worden ondersteund. Zo werd aan het project Werk in Bewaking Beverwijkse Bazaar -waarbij het om tien arbeidsplaatsen gaat, waarvan vijf voor allochtonen- naast ambtelijke ondersteuning een subsidie van 40.000 gulden toegekend. In totaal is voor de ondersteuning van werkgelegenheidsprojecten in de provincie Noord-Holland een budget van ruim 1 miljoen gulden beschikbaar. Kortom, initiëren, stimuleren, ondersteunen "en dan zijn wij als provincie eigenlijk wel uitgepraat," zegt Lagrand. "We kunnen ondernemers niet iets gaan opleggen - daar ben ik principieel een tegenstander van. Ik denk dat de taak van de provincie niet verder gaat dan telkens maar weer herhalen: denk erom dat jullie bij het in dienst nemen van mensen niet alleen een economische opdracht hebben, maar ook een sociale opdracht. Ik ben een politicus van het consensusmodel: praten en niet dwingend opleggen, coördineren maar niet verplichtstellen. Met praten heb ik veel meer succes dan met eisen stellen. Wij moeten als provincie geen eisen stellen. Wij zijn als provincie coördinerend en stimulerend. Bovendien kunnen wij wel een hele grote mond hebben tegenover het bedrijfsleven, maar dan moeten we ook eens kijken hoeveel allochtonen wij hier zelf in dienst hebben. Want dan zit ik ònder mijn streefcijfers!" AanvullendJan Lagrand: "Je moet er natuurlijk ook goed op letten dat je als overheid geen taken gaat overnemen ten koste van het particuliere bedrijfsleven. Toezichthouders erin en particuliere beveiligingsbeambten eruit - dat is de bedoeling natuurlijk niet. Of als Schiphol mensen op straat moet zetten om een aantal allochtonen in dienst te kunnen nemen, dan zijn we natuurlijk verkeerd bezig. Het moet aanvullend zijn, werk dat er op het ogenblik niet is. Waar een gat op de markt is moeten we dat opvullen. En we moeten natuurlijk niet het ene gat met het andere vullen. In de projecten van Werk in Bewaking gebeurt dat ook niet en komen er juist arbeidsplaatsen bij. Want de mensen komen niet op arbeidsplaatsen van een ander, het zijn extra arbeidsplaatsen!" FinancieringDe vraag is wel waar die arbeidsplaatsen het meest structureel zullen zijn, met andere woorden, het meest zeker van voortgezette financiering: bij de politie, een particulier bedrijf of in nog een andere constructie? Voor de beantwoording van deze vraag zet Lagrand een andere pet op: die van voorzitter van de eredivisie-voetbalclub Volendam. Hij zegt: "De discussie over de betaling van politiediensten hebben wij al gehad. Als een voetbalclub apart moet gaan betalen omdat de politie extra diensten doet, dan kan ik het ook omdraaien. Dan moet de overheid aan Volendam betalen, omdat wij iedere keer in binnen- en buitenland in de picture zijn: een plaatsje met twintigduizend inwoners, waarin eredivisie wordt gevoetbald met maar liefst zes jongens die ook nog in de bouw werken... Ik zeg: we moeten allemaal onze belastingen opbrengen en dus hebben we allemaal recht op een veilig leven. Het is de taak van de overheid om ons die veiligheid te kunnen garanderen!" Moet daarom ook nieuwe werkgelegenheid op het gebied van bewaking en beveiliging zoveel mogelijk bij de overheid worden ondergebracht? "Vroeger zou ik zeggen: ja," aldus Lagrand tot slot. "Want zo was het toen nog. Tegen mijn kinderen zei ik: je moet ambtenaar worden, want dan zit je je leven veilig. Maar is dat tegenwoordig nog zo? Kijk naar de jongens bij de marechaussee, kijk naar de douane, allemaal betrekkingen waar je vroeger van je twintigste tot je pensioen geborgen was. Maar zo is dat niet meer natuurlijk. Degene die het beste deze diensten doet, tegen een prijs die aantrekkelijk is, is mijn partner. En dat hoeft voor mij niet altijd de politie te zijn. Want moet de overheid zich ermee bemoeien als de markt het beter kan?" Verschenen in: Projectbericht Werk in Bewaking, 1997 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |