|
||
|
E.R. de Vos, directeur van Amaris Gooizicht (2011)
De feitenWat: acht weken dood in een woning Waar: Hilversum Wanneer: mei-juli 2010 Geleerde les: zorgaanbieders moeten meer alert zijn Is een zorgmijder zorg op te dringen?De politie vindt op 9 juli 2010 een vrouw dood in haar woning. Een arts stelt vast dat ze ongeveer acht weken eerder door een natuurlijke doodsoorzaak is overleden. De vrouw was een zorgmijder, maar wat kunnen zorgaanbieders dan toch doen? Twee ongetrouwde zussen belanden eind 2009 na valpartijen in het ziekenhuis en revalideren in verpleeghuis Amaris Gooizicht. De oudste zus overlijdt daar aan een hersenbloeding. De jongste zus kan tot begin maart in het verpleeghuis blijven en gaat dan naar huis. Zij overlijdt twee maanden later en wordt pas na acht weken gevonden. Intensiever samenwerken"Is zo'n situatie te voorkomen?" aldus Eric de Vos, directeur van Amaris Gooizicht. "Die vraag is lastig te beantwoorden. Wij richten ons op de zorgvraag, namelijk herstellen na een orthopedische ingreep. Na de behandeling en hopelijk het herstel volgt ontslag. Wel kan een herindicatie worden overwogen, bijvoorbeeld als terugkeer naar huis niet wenselijk of verantwoord is. In dit geval wilde de cliënt na het beëindigen van de revalidatie en na een verlengd verblijf zelf naar huis en er was geen gevaarcriterium aanwezig. Uiteraard was wel nazorg geregeld, bij de thuiszorg, de RIBW en de huisarts. Bovendien was vooraf advies door een GGZ-instelling gegeven. Toch ging het mis en dat is natuurlijk meer dan verdrietig. Het is voor zorgverleners vooral lastig als van de aangeboden zorg geen gebruik wordt gemaakt. Voor de mantelzorg is altijd een belangrijke rol weggelegd en het is extra triest als die er niet is. Voor ons is het een uitdaging om samen met andere zorgaanbieders naar een intensievere samenwerking te blijven zoeken om zulke incidenten te voorkomen." Geen wachtlijst meerRob Joosten is directeur van de Regionale Instelling voor Begeleid Wonen (RIBW) Gooi & Vechtstreek. Hij vertelt dat de RIBW op 29 april 2010 van het CIZ een zorgaanvraag ontving. Pas in juni kwam een begeleider beschikbaar, maar het lukte niet om contact met de cliënt te krijgen. Toen later ook de huishoudelijke zorg geen toegang tot de woning kreeg, forceerde de politie op verzoek van buren de toegang. "We hebben verschillende lessen geleerd", aldus Joosten. "Om te beginnen was de verwijzing niet volledig. We wisten niet dat mevrouw een zorgmijder was en dat er spoed bij was. Wij hadden daar ook zelf nadrukkelijk naar moeten vragen. Daarnaast hebben we geconstateerd dat zaken te lang duren. We hebben in dit geval de zogenoemde Treeknorm van zes weken overschreden, maar hebben nu besloten dat er altijd binnen veertien dagen een eerste huisbezoek moet plaatsvinden. Ons beleid is nu ook dat we voor ambulante zorg geen wachtlijst meer willen hebben. Tot slot hebben we onze procedure voor het contact leggen met zorgmijders aangescherpt en opnieuw onder de aandacht van onze ambulante begeleiders gebracht. Overigens blijft het de vraag of we er op tijd hadden kunnen zijn." De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft de zaak nog in behandeling. Verschenen in: Skipr (2011) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|