M.J.H.M. Jacobs, directeur-bestuurder RVE Hart en Vaten Maastricht UMC+ (2008)

Op de grens

Het Maastricht UMC+ en Universitätsklinikum Aachen willen samen een Europees universiteitsziekenhuis bouwen. De beoogde locatie is het technologiepark Avantis, precies op de grens tussen Duitsland en Nederland ten oosten van Heerlen. Als eerste, zo is het plan, zal een nieuw hart- en vaatcentrum worden gerealiseerd. Een gesprek hierover met prof. Dr. Michael Jacobs, directeur-bestuurder van de resultaatverantwoordelijke eenheid Hart en Vaten van het Maastricht UMC+ en tevens hoofd van de 'Klinik für Gefäßchirurgie' van Universitätsklinikum Aachen.

"Een dergelijke grensoverschrijdende samenwerking tussen twee universitaire ziekenhuizen is uniek in de wereld," zegt Michael Jacobs. "Mensen oriënteren zich doorgaans op hun eigen omgeving, in hun eigen land, met hun eigen wetgeving, traditie en geloof. Het is dan ook volstrekt geen logische stap om over de grens te gaan en een samenwerking op te zetten tussen twee instellingen die een eigen cultuur en eigen gewoontes hebben en waarvoor verschillende wetten en financiële systemen gelden. Toch willen wij die stap gaan zetten."

De vergaande samenwerking tussen de twee universiteitsziekenhuizen wordt al geruime tijd onderzocht. In juli werd het plan naar buiten gebracht, nadat een studie van adviesbureau KPMG de juridische en economische haalbaarheid had aangetoond. Michael Jacobs: "Uit de KPMG-studie blijkt dat het theoretisch mogelijk is om de twee ziekenhuizen samen te voegen, maar dat het beste met een hart- en vaatcentrum kan worden begonnen, omdat de haalbaarheid daarvan het grootst is. Dat komt doordat de participatie van verschillende vakgroepen binnen een hart- en vaatcentrum overzichtelijk is. We hebben het alleen over cardiologen, hartchirurgen, vaatchirurgen, radiologen, vasculaire internisten en vaatneurologen, terwijl in bijvoorbeeld een kankercentrum veel meer participanten van verschillende specialismen werken: een uroloog, een gynaecoloog, een oncoloog enzovoort. Daarnaast hebben wij met onze hart- en vaatactiviteiten in Maastricht en Aken in de afgelopen vijf jaar al veel werk verzet. We hebben inzicht in de problematiek gekregen, we weten welke partners er zijn, hoe het financieel in elkaar zit, welke omzet we draaien, welke markten we kunnen bereiken enzovoort. Bovendien is het belangrijk dat beide ziekenhuizen over een sterke cardiovasculaire research beschikken. In Maastricht gebeurt dat binnen het CARIM, het Cardiovasculair Research Instituut Maastricht, en in Aken is dat de RWTH, de Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule. De research die in deze instituten op hart-vatengebied plaatsvindt, kunnen we in het nieuwe gebouw op Avantis translationeel gaan toepassen, dus in de zorg voor onze patiënten."

De studie van KPMG heeft laten zien, dat eventuele belemmeringen op weg naar vergaande samenwerking kunnen worden overbrugd. Wel zullen daar nog de nodige onderhandelingen en overeenkomsten voor nodig zijn. "We moeten nog veel huiswerk doen, voordat de finale beslissing kan worden genomen," aldus Michael Jacobs. "Om te beginnen gaat het om de financiën. Van de Nederlandse overheid hoeven we niets te verwachten. Die gaat er vanuit dat ook nieuw te bouwen ziekenhuizen helemaal vanuit de DBC's, de diagnosebehandelingcombinaties, worden gefinancierd. Daar zit immers ook een deel exploitatie en afschrijving in. We moeten daarom op pad om drie- à vierhonderd miljoen euro bij elkaar te zoeken. Die liggen niet op straat en we zitten in een ongunstige economische situatie. Toch zijn we ervan overtuigd dat we dat geld bij elkaar zullen vinden, bij financiële instellingen als banken, industriële partners die we bij de bouw van het ziekenhuis zullen betrekken, misschien ziektekostenverzekeraars, suikeromen enzovoort. Die financiële onderbouwing moet in de komende maanden nog helemaal worden uitgezocht, voordat tot groen of rood licht wordt besloten."

Daarnaast moeten verschillende juridische aangelegenheden worden geregeld. Michael Jacobs: "Kijk bijvoorbeeld naar de wet BIG, Beroepen in de individuele gezondheidszorg, die in Nederland de rechten en plichten bij alle banen in de gezondheidszorg beschrijft. Dat is een totaal andere beschrijving dan die in Duitsland voor de dokters en verpleegkundigen geldt. Toch staan die Nederlandse en Duitse dokters en verpleegkundigen straks aan hetzelfde bed van dezelfde patiënt, dus die rechten en plichten moeten op elkaar worden afgestemd. Ook de arbeidsvoorwaarden lopen uiteen. De arbeidstijden zijn wel min of meer door Europese wetgeving afgedekt, maar de betalingen zijn fors verschillend. Het volgende hoofdstuk betreft de terugbetalingen. In Nederland en Duitsland bestaan daar verschillende systemen voor. Ook daar zullen we een mouw aan moeten passen. Vervolgens is een triviaal, maar wel belangrijk aspect, de cultuur. Welke taal gaan we spreken? Gaan we Duitsers en Nederlanders volledig integreren of houden we hen gescheiden? Het gebouw komt exact op de grens te staan, dus er loopt bij wijze van spreken een rode streep door, met Duitsland aan de ene kant en Nederland aan de andere kant. Dat zijn allemaal uitdagende vragen die we nog moeten oplossen."

"Gelukkig hebben we vanuit de politiek de wind in de rug," vervolgt Michael Jacobs. "Vanuit de verschillende ministeries, of het nu Volksgezondheid of Binnenlandse Zaken is en zowel in Duitsland als in Nederland, wordt dit project omarmd als een voorbeeld van euregionale profilering. Er wordt enorm veel over euregio's gepraat, maar effectief gebeurt er niet zo veel. Ons project is er nu een grootschalig voorbeeld van en daarom krijgen we op lokaal, nationaal en internationaal niveau, dus ook vanuit Brussel, veel steun. Het project kan straks een voorbeeldfunctie krijgen, niet alleen voor ziekenhuizen in grensstreken, maar voor alle vormen van grensoverschrijdende samenwerking. Je ziet hier heel duidelijk: waar een wil is, is een weg. Politici zouden ons vijf jaar geleden, als we dit toen hadden voorgesteld, raar hebben aangekeken, maar nu heb ik van verschillende ministers gehoord, dat ze maximale medewerking zullen verlenen om dit project te laten slagen."

Michael Jacobs wil graag nog toelichten wat het belang van de beoogde samenwerking is. "Het project is echt uit noodzaak geboren," zegt hij. "We denken in Aken en Maastricht dat we in deze competitieve wereld, gezien onze geografische situatie en onze financiële resources, het over tien jaar niet meer redden. Beide ziekenhuizen zijn middelmatig groot en daarom zullen we binnen de universitaire Europese wereld echt een 'struggle for life' moeten voeren om ons hoofd boven water te houden. We denken daarom dat het noodzakelijk is om ons nationaal en internationaal te profileren en dat we dat kunnen doen door onze krachten te bundelen. In de 'slipstream' daarvan levert dat meteen diverse voordelen op. Patiënten zullen het interessant vinden om naar zo'n topcentrum te komen, huisartsen zullen het ook interessant vinden om hun patiënten ernaartoe te sturen, we zullen nationaal en internationaal de beste dokters en verpleegkundigen kunnen aantrekken en studenten zullen graag onderzoek willen doen of willen promoveren in een kweekvijver die hoog staat aangeschreven. We zullen ook een duidelijke expertise kunnen neerzetten, niet over de volle breedte maar binnen onze niches, en we zullen die expertise wereldwijd kunnen vermarkten, dus tot in het Midden-Oosten en Azië toe. Dat is in Nederland nog nooit gedaan, maar het past wel degelijk in dit proces."

"Onze hoop is," aldus Michael Jacobs tot slot, "dat we in januari 2013 het lint kunnen doorknippen en dat dan de patiënten naar binnen kunnen. Maar dat is optimistisch. We hebben dan, afgezien van de komende maanden van rekenen, praten en onderhandelen, nog vier jaar voor de aankoop van de grond, het opstellen van een architectenplan, het bestellen van de bakstenen, de aanschaf van alle apparatuur enzovoort. Ik ben ervan overtuigd, dat het een prachtig proces wordt."

[Kadertekst]

De beoogde bouw van een nieuw hart- en vatencentrum en mogelijk ook een centrum voor ionentherapie (een nieuwe vorm van behandeling van kanker) op technologiepark Avantis kan het begin zijn van een vergaande intensivering van de bestaande samenwerking tussen het Maastricht UMC+ en Universitätsklinikum Aachen. Daardoor kan de kwaliteit en de internationale concurrentiepositie van beide klinieken op het gebied van patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs verder worden versterkt. "We streven naar een afgestemde, strategische aanpak in de verdere ontwikkeling van onze zorg en onderzoek en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de onderneming. Dat betekent voor de toekomst een gemeenschappelijk bestuur en een gezamenlijk platform voor IT en financiën," aldus de voorzitter van de Raad van Bestuur van het academisch ziekenhuis van Aken, prof. Henning Saß. Op geselecteerde en zeer gespecialiseerde domeinen, waarin zowel het Maastricht UMC+ als Universitätsklinikum Aachen ook nu al over uitstekende mogelijkheden beschikken, zullen beide ziekenhuizen zich als een Europees topcentrum presenteren. "Met een excellent cardiovasculair centrum kunnen het Maastricht UMC+ en Universitätsklinikum Aachen hun krachten bundelen en hun zichtbaarheid op de nationale en internationale markten vergroten," benadrukt Guy Peeters, voorzitter van de Raad van Bestuur van het Maastricht UMC+. "Wij gaan ervan uit dat een dergelijk centrum ook op internationale patiënten en onderzoekers een grote aantrekkingskracht zal uitoefenen." De raden van toezicht van de twee academische ziekenhuizen hebben de besturen opdracht gegeven om voor 1 januari 2009 de samenwerking nader uit te werken.

[Einde kadertekst]

Verschenen in: SUMMUM+ (2008)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl