Caesar gaat de beurs voorbij (2000)

De tien ICT-ondernemingen van de Caesar Groep worden samen op zo'n 30 miljoen gulden gewaardeerd. Oprichter Hans van der Kooij bezit ruim zeventig procent van de aandelen in de groep. Kortgeleden nam hij afscheid als directeur. Gaat hij nu spoedig 'cashen'?

Tekst

De Caesar Groep, sinds kort in Maarssen gevestigd, werd in 1993 door de Rotterdammer Hans van der Kooij opgericht. Nu omvat de groep in totaal tien ICT-ondernemingen op het gebied van trainingen, infrastructuursoftware, softwareontwikkeling met Microsoft, met Oracle en met Progress, kantoorautomatisering, applicatiebeheer en stafdiensten. In 1999 realiseerde de groep een nettobedrijfsresultaat van bijna 3,5 miljoen gulden, bij een omzet (exclusief uitbesteed werk) van 39 miljoen gulden. Na een emissie binnenkort van 86.000 aandelen komen in totaal 931.000 aandelen van 1 gulden uit te staan. De koers daarvan is op basis van een discounted cashflowmethode op 31,50 gulden bepaald. De aandeelhouders zijn medewerkers (ongeveer 165 van de 360 medewerkers hebben aandelen), ex-medewerkers en directieleden. Oprichter Hans van der Kooij, onlangs nog tot manager van het jaar 1999 verkozen, beschikt over circa 72% van de aandelen. Doet hij er verstandig aan om daarmee naar de beurs te gaan? Sebastiaan Schreijen, analist bij Meespierson Securities: "Een belangrijke reden om níet naar de beurs te komen, is heel simpel dat je het geld niet nodig hebt. Als de Caesar Groep denkt de doelstellingen met organische groei en eigen middelen te kunnen halen, waarom zou je daar dan een pot met geld neerzetten? Voor investeerders zou dat niet duidelijk zijn."

Buitenlands avontuur

Hoe de grootaandeelhouder er zelf over denkt, is moeilijk na te gaan. Van der Kooij heeft dit voorjaar zijn positie van directeur opgegeven en zwerft nu rond in de VS. Aad Vanca, minderheidsaandeelhouder, is hem opgevolgd. "Mijn collega is wat onze filosofie betreft nog sterker dan ik," zegt Vanca. "Hij is veel meer geïnteresseerd in een leuke, gezonde onderneming dan in puur cashen. Zo zit Hans niet in elkaar." Ook Aad Vanca ziet zelf vooralsnog geen enkele reden om een beursgang te overwegen. "We willen uiteindelijk de beste werkgever van Nederland zijn en daarbij past het om de onderneming voor een groot deel bij de werknemers te krijgen. Als ik morgen naar de beurs ga, dan kunnen daar twee mensen gigantisch veel voordeel van hebben, Hans en ik, maar voor onze medewerkers zou het veel minder aantrekkelijk worden om aandelen te kopen. Voor ons is dat een hele belangrijke reden om dus niet naar de beurs te gaan." Aad Vanca rekent op een groei van het bedrijf van 30 à 50% per jaar, onder meer door buiten de landsgrenzen te gaan kijken. Naar verwachting zal Van der Kooij na zijn 'sabbatical year' met ideeën daaromtrent komen. Zal voor zo'n buitenlands avontuur geen extra kapitaal nodig zijn? Volgens Vanca beschikt de organisatie zelf over voldoende middelen om daar de nodige investeringen voor te doen. "Bovendien gaat het erom," zegt hij, "op welke wijze je naar het buitenland wilt. Wij hebben daar een bepaald idee over. Wij willen dat doen op basis van cultuurovereenkomsten. Nederland heeft bijvoorbeeld een feminine cultuur en daarom willen wij onze eerste schreden in een land zetten met ook een feminine cultuur. Dat zou wellicht een Skandinavisch land kunnen zijn. We willen proberen om met niet al te grote investeringen daar een aantal business units van de grond te trekken en dan maar kijken hoe dat gaat."

In gesprek

Desondanks, zo vindt ook Aad Vanca, moet de groep een beetje open blijven staan voor financiële injecties van buitenaf. Hij zegt: "Het zou bijvoorbeeld wel prettig zijn als een grote investeerder, misschien een pensioenverzekeraar, in de onderneming zou willen deelnemen. Want daarmee straal je dan een stuk vertrouwen uit, ook naar de medewerkers, dat de onderneming niet alleen van de grootaandeelhouder afhankelijk is." En als er zich een partij aandient die voor een aantrekkelijke prijs de hele groep wil overnemen? Vanca: "Die partijen zijn er al - op een gegeven moment zijn we natuurlijk gaan opvallen - en daar praten we ook mee. Zo lang we onze eigen strategie, filosofie en identiteit kunnen behouden, is het in het bedrijfsbelang dat we met die partijen in ieder geval in gesprek gaan."

Verschenen in: Automatisering Gids (2000)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl