|
||
|
L. van Vliet, Integraal Veiligheidsbeleid, ministerie van Binnenlandse Zaken (1996)
Veiligheidsbeleid op lokaal niveau staat nog in de kinderschoenen"In publiek-private samenwerkingsverbanden zijn gemeenten soms een blok aan het been," zegt projectcoördinator Mar Burdorf elders in dit projectbericht. Toch heeft Werk in Bewaking ook de gemeenten nodig, omdat de lokale overheden de regisseurs van het integraal veiligheidsbeleid zijn. Dit dilemma werd voorgelegd aan Lodewijk van Vliet, projectleider Integraal Veiligheidsbeleid bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. "De ene gemeente doet het anders dan de andere," zegt Van Vliet, "en dat is denk ik ook de aardigheid van het decentrale bestel in Nederland." Hij wijst erop, dat lokale problemen eerst op lokaal niveau moeten worden opgelost. Lukt dat niet, dan kan worden bekeken wat de rijksoverheid of ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten eraan kan doen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als de regelgeving belemmerend werkt. Cultuurverandering"Wat mij opvalt," zo vervolgt Van Vliet, "is dat het veiligheidsbeleid op lokaal niveau nog in de kinderschoenen staat. Lokale bestuurders, ambtenaren en ook maatschappelijke organisaties zullen samen met burgers invulling aan dit beleid moeten geven. Ik schat in dat dit jaar en volgend jaar overal op lokaal niveau het veiligheidsbeleid in het normale ambtelijke werk van de gemeenten zal worden ingebed. Het zal dan vanzelfsprekend zijn om bij alle voorstellen van het gemeentebestuur niet alleen naar bijvoorbeeld de financiële aspecten te kijken, maar ook naar de veiligheidseffecten ervan. Maar dat vraagt een omslag in het denken, een cultuurverandering, en dat kost tijd." Gezamenlijke oplossingenVan Vliet pleit voor een onbaatzuchtige samenwerking bij de uitvoering van het veiligheidsbeleid, ook door gemeenten. Hij zegt: "Iedereen is gewend om allereerst in de eigen sector resultaten te behalen. De kunst van het veiligheidsbeleid is echter - net zoals dat het geval was bij sociale vernieuwing, het stadsvernieuwingsbeleid en het integraal jeugdbeleid - om met partijen rond de tafel te komen en om gezamenlijk oplossingen aan te dragen. Dat is vaak lastig. Men kan dan niet meer zeggen: dat is mijn resultaat. Nee, het is gezamenlijk tot stand gebracht en ik denk dat dat juist ook de lol en de kunst is. In ieder geval interesseert het de burger niet hoe het is georganiseerd of door wie het is gedaan. Het gaat erom dat het veiliger is geworden." Reguliere middelenNiet zelden vormen financiële perikelen de splijtzwam in publiek-private samenwerkingsverbanden. Van Vliet vindt dit onnodig. Hij wijst bijvoorbeeld op het geld dat in het kader van het grote-stedenbeleid beschikbaar is gesteld. "Bovendien moeten we niet vergeten," zo zegt hij, "dat in de reguliere middelen heel veel geld zit dat ten gunste van veiligheid kan worden aangewend. Het hoeft niet allemaal extra geld te kosten. Het is de kunst om met het bestaande geld de veiligheidsaspecten mee te nemen. Misschien wordt het beheer van plantsoenen en stadswijken wel goedkoper als over veiligheid is nagedacht. Nu moeten daar vaak extra kosten voor worden gemaakt, omdat niemand zich voor een bepaalde plek verantwoordelijk voelt. Als de burgers daar weer een belangrijke rol in hebben, dan kan dat zelfs besparend werken. We moeten dus niet te snel zeggen dat het weer allemaal extra geld kost." RaakvlakkenVan Vliet ziet diverse raakvlakken tussen het project Integraal Veiligheidsbeleid en het project Werk in Bewaking. In beide projecten worden bijvoorbeeld toezichthoudende functies gecreëerd (respectievelijk in de publieke en in de particuliere sector), in beide projecten wordt ook aan een veiligheidskeurmerk gewerkt (respectievelijk voor veilig wonen en voor de beveiliging van bedrijventerreinen) en niet in de laatste plaats werkt in beide projecten een klein projectteam enthousiast aan een grote zaak. "Ik vind het bijzondere van Werk in Bewaking," aldus Van Vliet, "dat de deelnemers in de projecten echt zicht hebben op een vaste betrekking. Ook toezichthouders in Melkert-banen hebben zicht op een structurele baan, waardoor ook zij weer een volwaardige plaats in de maatschappij krijgen. Omdat er zoveel raakvlakken zijn hebben we afgesproken dat we in ieder geval elkaar blijven informeren. Ook zullen we bekijken of wij bijvoorbeeld kunnen bemiddelen als Werk in Bewaking problemen in de uitvoering of de organisatie ziet. Die problemen kunnen we samen bespreken en we kunnen dan zien of er oplossingen mogelijk zijn." "Werk in Bewaking past heel goed bij datgene wat door het kabinet wordt gewenst," zegt Lodewijk van Vliet tot slot. "Bedrijven nemen hun eigen verantwoordelijkheid en het overheidsingrijpen kan daardoor zo gering mogelijk blijven!" Verschenen in: Projectbericht Werk in Bewaking, 1996 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |