|
||
|
A.A. Westerlaken, voorzitter van de CNV (1996)
2000 manjaren aan werk in preventie"Ik doe een dringend beroep op de CAO-onderhandelaars in de verzekeringsbranche om de smaak van succes vast te houden en om een vervolg aan Werk in Bewaking te geven. Zij kunnen opnieuw laten zien, om het in vakbondstaal te zeggen, dat ze hiervoor het lef in hun bast hebben. Ik zeg: begin met een project Werk in Preventie. Op dat gebied kun je zo over tweeduizend manjaren werk praten in preventie-adviezen en kleine bouwkundige aanpassingen." Aldus CNV-voorzitter Anton Westerlaken. Hij pleit ervoor met de huidige projectorganisatie door te gaan. Nog eens kunnen honderden langdurig werklozen uit hun inactiviteit worden gehaald, opnieuw kan een bijdrage aan de veiligheid in de samenleving worden gegeven. "Ik vind Werk in Bewaking een knappe benadering," aldus Westerlaken. "Gewoon omdat een absoluut maatschappelijk relevant project bij de kop is genomen: werkgelegenheid voor langdurig werklozen, veiligheid in de maatschappij en op den duur ook nog minder schadelast voor de verzekeringssector." DraagvlakWerkgelegenheid 'buiten de poort', zoals in de beveiligingssector in plaats van in het verzekeringswezen zelf, is veelal niet de eerste insteek van CAO-onderhandelaars. Zij zullen zich allereerst om de werkgelegenheid in de eigen sector bekommeren. Westerlaken wijst erop dat dit voor het draagvlak van de afspraken ook belangrijk kan zijn. Hij hoort zijn leden te vaak opmerken: loonmatiging is leuk en aardig, maar het levert geen banen op. Voor Westerlaken echter is juist een project als Werk in Bewaking daar een tegenvoorbeeld van. Hij zegt: "De bereidheid onder CNV-leden om iets aan werkgelegenheid te doen is hoog, als men maar ziet waar die werkgelegenheid wordt gerealiseerd. Wat mij betreft had op de jasjes van de deelnemers in Werk in Bewaking best mogen staan: 'gesponsord door werkgevers en werknemers in de verzekeringsbranche'. Dan maak je bijna fysiek zichtbaar dat er iets wordt gedaan. Zeker als je buiten de sector aan de slag gaat, moet je het zo organiseren dat de mensen het kunnen volgen. En dan is dit een model waarvan ik zeg: ja, dat kan, en er zouden meer van zulke projecten moeten zijn." Geen schijnfunctiesWesterlaken noemt nog een belangrijk punt als het gaat om werkgelegenheid buiten de poort. Daar immers kan werkgelegenheid worden gecreëerd voor een kansarme groep, de langdurig werklozen. Hij zegt: "Er zit een enorm gat tussen de kennis en ervaring die in de verzekeringssector wordt gevraagd, een sector die nog steeds verder gaat met technologische vernieuwingen, en de werkervaring en het opleidingsniveau van mensen die langdurig werkloos zijn. Je moet daarom als het ware schijnfuncties gaan maken om langdurig werklozen in de sector zelf aan het werk te krijgen. Natuurlijk moet je de serieuze afweging maken of er in de eigen sector, al dan niet via opleidingstrajecten, substantieel werk voor deze doelgroep is. Maar je moet niet zover gaan dat je iemand naast de volautomatische slagboom van het bedrijf zet om die open en dicht te doen. Voor wie serieus wat aan de langdurige werkloosheid wil doen, het echt grote probleem in onze samenleving, is een project als Werk in Bewaking een uitstekende constructie." LefWerk in Bewaking is voor Westerlaken om verschillende redenen een zeer geslaagd project. Natuurlijk telt allereerst het resultaat. De 500 banen die nu zijn gerealiseerd noemt hij zonder meer substantieel en hij is ervan overtuigd dat de doelstelling van 650 kan worden gehaald. Maar het project heeft daarnaast nog andere verdiensten. Westerlaken prijst om te beginnen de CAO-onderhandelaars, die tegen de stroom inroeiend met Werk in Bewaking een creatieve keuze hebben durven te maken. Hij vindt dat daar een signaal naar collega-onderhandelaars van moet uitgaan. Vervolgens is het niet bij een theoretische werkgelegenheidsafspraak gebleven, maar is daar door een gemotiveerde projectorganisatie echt praktisch werk van gemaakt. "Het lef van de onderhandelaars heeft men in de uitvoering vast kunnen houden," zegt Westerlaken. LeerpuntenOp het project terugziend zijn volgens hem drie leerpunten belangrijk. Het eerste is dat werkgelegenheidsprojecten moeten inspelen op ontwikkelingen in de samenleving en de markt, zoals Werk in Bewaking inspeelt op een groeiende behoefte aan toezicht en schadepreventie. Dit is belangrijk omdat degenen die het werk doen, daardoor de arbeidsvreugde hebben van een zinvolle bezigheid. Bovendien heeft het gecreëerde werk daardoor een economische basis. Het tweede leerpunt is dat concrete CAO-afspraken moeten worden gemaakt, waar concreet uitvoering aan wordt gegeven. Voor een breed draagvlak moeten de resultaten zichtbaar zijn: de mensen moeten kunnen zien wat er via hun arbeidsvoorwaarden tot stand is gekomen. Het project moet daarom ook niet branchevreemd of brancheconcurrerend zijn. "In Werk in Bewaking zitten de verzekeraars bijvoorbeeld met het toezicht op bedrijventerreinen heel dicht bij hun directe claimresultaten," zegt Westerlaken. Het derde leerpunt is dat een overzichtelijke, kleinschalige aanpak de voorkeur verdient boven grootschaligheid. "Anders kunnen we ook een algehele loonsomheffing invoeren en dat afstorten bij Arbeidsvoorziening of de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid," aldus Westerlaken. 2000 manjaarWerk in Bewaking en de lering uit het project leiden wat Westerlaken betreft tot een vervolg: Werk in Preventie. Hij schat dat zeker tweeduizend manjaar werk in preventie-adviezen en kleine bouwkundige aanpassingen zit. Hij zegt: "Inhoudelijk is dit een pakket dat redelijk dichtbij de doelgroep van langdurig werklozen zit. Het speelt in op de ontwikkeling van vergrijzing en vereenzaming, vooral in achterstandswijken. De mensen daar zijn heel blij met een beetje extra aandacht en met iemand die voor hen eenvoudige, inbraakwerende verbeteringen in huis aanbrengt. Nu geeft de politie in een aantal gebieden preventie-adviezen, maar meestal heeft dat 'prioriteit veertien' en het is bovendien de vraag of de politie daarvoor is opgeleid. Het is mijn stellige overtuiging dat mensen vanuit de doelgroep van langdurig werklozen met een beetje begeleiding hiervoor heel goed inzetbaar zijn. Bovendien blijft dit opnieuw dichtbij de kerntaken van de verzekeringsmaatschappijen. Als het aantal woninginbraken daalt en de leefbaarheid in de wijk stijgt, dan heeft dat effect op datgene wat de verzekeringsmaatschappijen tot hun zorg moeten rekenen." FinancieringOver de financiering van Werk in Preventie zegt Westerlaken: "Allereerst is er de basisinsteek vanuit de CAO-afspraak. De financiële cijfers in de verzekeringsbranche zijn, heel voorzichtig uitgedrukt, niet slecht. De branche kan daarom laten zien dat de maatschappelijke ontwikkelingen haar nog steeds zorgen baren en dat zij daar niet alleen op reageert door mensen mooie schaatspakken te geven, maar daarnaast door - overigens ook uit welbegrepen eigenbelang - een minder direct zichtbare bijdrage te leveren aan maatschappelijke verbetering. Vervolgens kunnen ook andere partijen worden uitgenodigd om daaraan mee te doen, waaronder met name Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik zou het een goede zaak vinden als de Melkert-gelden als het ware niet per kop worden weggetikt uitsluitend via gemeentelijke kanalen. Het is veel verstandiger en waarschijnlijk ook veel effectiever en goedkoper als voor de doelstelling van Melkert, waar ik het van harte mee eens ben, een bestaande succesvolle infrastructuur wordt gebruikt zoals de projectorganisatie van Werk in Bewaking." Niet te benauwdEen belangrijk verschil tussen Werk in Bewaking en een eventuele voortzetting daarvan in Werk in Preventie zou zijn, dat het eerste project op 650 structurele arbeidsplaatsen is gericht en het tweede op de uitvoering van 2000 manjaar werk. Hierover zegt Anton Westerlaken tot slot: "Werk in Preventie is niet gelijk structureel, maar kan wel weer een nieuwe groep mensen aanboren en kan daarnaast die hele wezenlijke verbindingen met de samenleving bij de kop pakken. Structureel-niet structureel is ook het spanningsveld waar wij als vakbeweging in zitten. Lang is er een angst geweest om nieuwe werkconstructies en nieuwe modellen te maken. Ik ben daar echter niet zo benauwd om. Natuurlijk moeten dit soort projecten ergens toe leiden, je moet iets doen aan de ontwikkeling en de scholing van de mensen en hen een perspectief bieden op mogelijkheden. Dus je moet kritisch blijven, maar niet te benauwd zijn als het gaat om het oppakken van nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. Want de kale, simpele doelstelling blijft natuurlijk, dat zoveel mogelijk mensen uit de inactiviteit worden gehaald." Verschenen in: Projectbericht Werk in Bewaking, 1996 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |