|
||
|
P.F. Noordervliet, algemeen directeur van de VNCI (2002)
Schone handen in de chemieDe chemische industrie staat net als de verzekeringsindustrie al jaren onder grote druk om in het ondernemen uiterst maatschappelijk verantwoord te werk te gaan. Beide sectoren zijn dan ook al ver in de ontwikkeling en invoering van regels en programma's die een verantwoorde bedrijfsvoering moeten bevorderen en misstanden, in welke vorm dan ook, moeten voorkomen. Drs. P.F. Noordervliet, algemeen directeur van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), legt uit hoe in de chemie de zaken branchebreed zijn aangepakt. Dr. ir. A.L.C. Smit, hoofd Social Investment van Shell Nederland, geeft aan hoe indringend binnen deze onderneming in het bijzonder met de 'business principles' wordt omgegaan. In de chemische industrie is maatschappelijk verantwoord ondernemen, gelet op de aard van de activiteiten in de chemie, in de eerste plaats een zaak van verantwoord en zorgvuldig handelen ten aanzien van veiligheid, gezondheid en milieu. De afspraken hierover zijn in het wereldwijd toegepaste programma 'Responsible Care' vastgelegd. Dit programma werd in de jaren tachtig in Canada ontwikkeld en werd daarna eerst door bedrijven in de Verenigde Staten en vervolgens door bedrijven in inmiddels meer dan vijftig overige landen in de wereld overgenomen. Het programma moet tot een continue verbetering leiden van de prestaties op de genoemde gebieden, evenals van de communicatie daarover met de maatschappij. "'Responsible Care' is het antwoord geweest op het slechte imago dat de chemische industrie had," zegt Peter Noordervliet, "en eigenlijk nog steeds heeft." 'Responsible Care' is in sommige landen verplicht, dat wil zeggen noodzakelijk om lid van de landelijke branchevereniging te kunnen zijn, en in andere landen vrijwillig. Nederland kende tot voor kort een tussenweg: met name de milieurichtlijnen en communicatiebepalingen in het programma waren verplicht, terwijl de overige onderdelen, gericht op veiligheid en gezondheid, vrijwillig waren. In de jaarvergadering van de VNCI in mei 2002 is echter besloten om het totale programma voor het lidmaatschap van de vereniging verplicht te stellen. De VNCI propageert 'Responsible Care' sinds 1993 en wist in de afgelopen tien jaar 60 à 70 procent van de aangesloten bedrijven te bewegen om vrijwillig op het programma in te tekenen. "Je kunt dus wel stellen dat dit proces ons de nodige moeite heeft gekost," aldus Noordervliet. BeperkingenChemische bedrijven die niet vrijwillig aan 'Responsible Care' hebben meegedaan, kunnen daar uiteenlopende redenen voor hebben gehad. Sommige kleinere bedrijven geven aan voor een volledige uitvoering van het programma niet de personele capaciteit te hebben - hetgeen overigens niet hoeft te betekenen, zo benadrukt Noordervliet, dat deze bedrijven minder zorgvuldig zouden werken. Ook zijn er bedrijven die wel aan alle bepalingen voldoen, maar daarmee niet te koop willen lopen en zich dus niet met het stempel 'Responsible Care' willen sieren. Deze bedrijven willen liever met bijvoorbeeld de voedingsmiddelenindustrie dan met de chemische industrie worden geassocieerd. Nog een reden is dat sommige richtlijnen voor bepaalde bedrijven niet relevant zijn. Bijvoorbeeld communicatie met betrokkenen in de directe omgeving van het bedrijf, een verplichting in 'Responsible Care', is lastig te realiseren in een gebied waar geen naaste buren zijn (Europoort, Maasvlakte). Soms ook is die communicatie niet erg zinvol, bijvoorbeeld in het geval onschuldige producten worden gemaakt waarover aan de buren weinig valt te vertellen. In het algemeen echter mag de langdurige en toch enigszins aarzelende gang van zaken bij de implementatie van 'Responsible Care' in de Nederlandse chemische industrie worden gezien als het gevolg van de restricties die uit het programma voortvloeien. "Het programma houdt beperkingen in," zegt Noordervliet. "'Responsible Care' betekent dat sommige producten onaanvaardbaar zijn, gelet op de milieubelasting bij de productie of in de fase van afval. En bedrijven zijn natuurlijk altijd terughoudend om zichzelf beperkingen op te leggen." Toezicht en sanctiesAarzelingen en omtrekkende bewegingen in de chemische industrie moeten tot het verleden gaan behoren, nu 'Responsible Care' voor leden van de VNCI verplicht is gesteld. Ook de chemische industrie, net als de verzekeringssector, heeft wat dat betreft de voorkeur aan tijdige zelfregulering gegeven, boven eventuele wettelijke verplichtingen, die er bij gebleken onzorgvuldigheid zeker zouden zijn gekomen. Bij een programma als 'Responsible Care' hoort, zeker nu het verplicht is gesteld, een vorm van toezicht en handhaving, met sancties daarbij voor bedrijven die zich niet aan de regels houden. Het toezicht, dat wil zeggen de controle op de prestatiegegevens die de bedrijven zelf opleveren, vindt plaats door middel van 'peer reviews' door collegabedrijven en de VNCI. Het toezicht op de verplichtingen die in convenanten met de overheid zijn overeengekomen, gebeurt vanzelfsprekend door de vergunningverleners (gemeenten en provincies). Het programma 'Responsible Care' dekt deze wettelijke eisen volledig en loopt er in sommige opzichten zelfs op vooruit. De VNCI geeft elk jaar het 'Responsible Care'-rapport uit, een jaarverslag waarin de geaggregeerde prestatiecijfers van de chemische industrie in Nederland staan. Wat de sancties betreft, staat voor de VNCI uiteindelijk maar één mogelijkheid open en dat is hardnekkige zondaars ten langen leste het lidmaatschap van de vereniging weigeren of opzeggen. Noordervliet: "Ik kan op dit moment geen enkel bedrijf indenken dat voor sancties in aanmerking komt. Ik denk dat bijna alle bedrijven, ondanks het feit dat eenderde in het verleden het programma niet vrijwillig onderschreef, conform een maatschappelijke verantwoordelijkheid opereren. De chemische industrie is wat dat betreft uitzonderlijk en dat is natuurlijk niet vanzelf gekomen. Dat is gekomen doordat we in de afgelopen twintig jaar geweldig onder druk hebben gestaan. En onder druk wordt alles vloeibaar - ook in de chemische industrie." People, planet, profits'Responsible Care' betreft veiligheid, gezondheid, milieu en de communicatie daarover. Minder expliciet nog gaat het om de basiswaarden die in de Gedragscode Verzekeraars aan de orde zijn, dat wil zeggen betrouwbaarheid, professionaliteit, solidariteit, maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie. Peter Noordervliet: "Die ontwikkeling vindt ook in de chemische industrie plaats - een aantal grote bedrijven is daar al heel ver mee. Ik heb de indruk dat 'Responsible Care' op den duur in een breder 'duurzaam ondernemen' zal opgaan: 'triple p: people, planet, profits', waarbij ook gedragscodes en de sociale component veel sterker naar voren komen. Daar zullen we ons in de toekomst naar toe moeten bewegen, maar dat is nog een hele weg te gaan. 'Planet' is bij ons het 'Responsible Care'-deel en 'profits' hoef je het bedrijfsleven niet zo erg duidelijk te maken, maar het 'people'-deel, dat is in de chemische industrie nog niet erg ontwikkeld. Het is ook een hele moeilijke component om te ontwikkelen. Daar zitten zaken in als kinderarbeid, corruptie en een check of je grondstoffen niet onder onacceptabele arbeidsomstandigheden zijn gemaakt. Binnen de bedrijven zelf is dat in het algemeen niet zo moeilijk, maar 'up stream' vanuit toeleveranciers en 'down stream' naar afnemers wel. Als wij iets kopen in Saudi-Arabië of verkopen in Senegal, dan weten we niet of het volgens de sociale regelen der kunst tot stand is gekomen of zal worden gebruikt. We moeten daarom oppassen dat we niet een verantwoordelijkheid op ons gaan nemen die buiten onze directe invloedssfeer ligt." DNA van het bedrijfDe Koninklijke/Shell Groep is een van de ondernemingen die op het gebied van ecologische, economische en nadrukkelijk ook maatschappelijke ontwikkelingen al langere tijd tal van (bekroonde) programma's uitvoert en die daarbij expliciete gedragsregels hanteert. Deze regels staan in de 'Verklaring van Algemene Beleidsuitgangspunten', een verklaring die voor het eerst al in 1976 werd gepubliceerd en voor het laatst in maart 1997 werd geactualiseerd. De verklaring omvat - op niet meer dan twee A4-tjes, dus kort maar krachtig - de doelstellingen van het bedrijf, de verantwoordelijkheden jegens aandeelhouders, klanten, medewerkers, zakenpartners en de samenleving, de economische stelregels, de regels omtrent gezondheid, veiligheid en milieu en de opvattingen over integriteit in zaken doen, politieke activiteiten, economische mededinging en communicatie. Hoofd Social Investment André Smit stelt, dat alle medewerkers van de maatschappijen van de Koninklijke/Shell Groep over de Algemene Beleidsuitgangspunten zin geïnformeerd. Recent onderzoek door de TU Twente bevestigt zijn stelling. In dit onderzoek scoorde Shell gemiddeld negen op tien voor wat betreft het coderen, internaliseren, reflecteren, monitoren en verantwoorden van gedragingen en de regels daaromtrent. "Zo'n verklaring maken is natuurlijk heel simpel," zegt Smit, "dat kan iedereen. Maar hoe leg je het vast in alle lagen van je bedrijf? Shell heeft 90.000 werknemers in ongeveer 130 landen! Om op dit gebied iets te kunnen borgen, dus om die regels en normen de DNA van je bedrijf te laten zijn, moet je het systematisch aanpakken." Een geschenk weigeren?De systematische aanpak van Shell begint bij helderheid over de 'business principles' zoals die in de Verklaring zijn vastgelegd. Smit: "Shell zegt heel duidelijk: wij doen niet mee aan omkoping en corruptie. Als een douane-employé zegt dat het normaal zes weken kost om bepaalde apparatuur in te voeren en dat het maar één week duurt als je hem een bepaalde som geld geeft, dan doen wij daar niet aan mee. Daar is gewoon geen discussie over mogelijk. Wij zullen als Shell ook nooit geld aan politiek of religie geven, we zijn daar heel zorgvuldig in." Soms echter is de praktijk minder rechtlijnig en moet het gewenste gedrag van geval tot geval worden vastgesteld. Smit: "Wat doe je bijvoorbeeld als je namens Shell een aankoop doet en de leverancier is een familielid? Of als je ergens een presentatie geeft en je krijgt niet een cadeaubon van tien euro, want daar liggen we niet wakker van, maar een cadeaubon van vijfhonderd euro? In bepaalde culturen kun je grote geschenken krijgen en is het soms gevaarlijk om die te weigeren. Wat doe je dan? De kern daarbij is, dat we naar openheid streven en zaken zichtbaar en bespreekbaar willen maken. Geschenken kun je accepteren 'on behalf of the company' en vervolgens bijvoorbeeld aan een goed doel geven of op het kantoor in de vitrine zetten. Maar stop het nooit in je eigen zak en laat bijvoorbeeld ook nooit iets op je huisadres bezorgen. Je moet je altijd afvragen: durf ik het aan mijn familie te vertellen, wat vinden mijn collega's ervan en wat zou er gebeuren als bijvoorbeeld een krant het zou oppikken?" Systematische borgingShell-medewerkers overal in de wereld worden op verschillende manieren zo goed mogelijk van de algemene beleidsuitgangspunten doordrongen. Voor inmiddels meer dan duizend managers in dertig landen is een workshop over de praktische uitwerking van de richtlijnen verzorgd en voor alle medewerkers is er een speciale website, met onder meer 'good practices' en een discussieforum. Voor de systematische borging van het geheel, waar Smit eerder op doelde, kent de onderneming het SGBP-(Shell Group Business Principles-)proces. In de herfst van elk jaar vragen de 'Country Chairmen' aan al hun lokale directeuren wat er op het gebied van 'people, planet and profits' is voorgevallen en wat er is bereikt: is er meer of minder energie verbruikt, hoeveel is er aan 'social investment' uitgegeven, is de uitstoot van CO2 gereduceerd, zijn er gevallen van corruptie geweest, is het aantal ongevallen in het bedrijf afgenomen enzovoort. Deze informatie wordt per land in een brief samengevat, die de 'Country Chairmen' in januari naar het Committee of Managing Directors sturen, waarna met een van de vijf leden van het CMD een gesprek over problemen en resultaten en ook over doelstellingen voor het komende jaar volgt. Nadat nog ten aanzien van tal van uitkomsten een externe audit heeft plaatsgevonden, wordt alle informatie samengevat in 'The Shell Report', een jaarlijkse opgave van de milieuresultaten en de economische en maatschappelijke resultaten van de onderneming. Een toonvoorbeeld van transparantie? Tot op zekere hoogte"Shell is enorm transparant geworden," zegt André Smit. "Transparantie, openheid, een platte organisatie - Shell is wat dat betreft de afgelopen jaren heel erg veranderd. En transparantie ìs natuurlijk heel belangrijk, maar niet ten koste van alles. Je bent altijd transparant tot op zekere hoogte. We gaan bijvoorbeeld, om commerciële redenen, niet vertellen wat onze omzet per benzinestation is. En we zijn ook wel eens vanwege onze 'business principles' uit bepaalde contractonderhandelingen of landen weggegaan, maar we zeggen nooit welke landen. We zijn daarom heel transparant, maar over bepaalde dingen niet. Dat is een voortdurend dilemma. Transparantie heeft ook het nadeel dat sommige dingen tegen je kunnen worden gebruikt. Als wij bijvoorbeeld in 'The Shell Report' over corruptiegevallen rapporteren en aangeven dat er daarom mensen zijn ontslagen, want dat is de sanctie, dan wordt dat soms breed in de pers uitgemeten alsof er bij Shell van alles aan de hand is. Dat geeft dan natuurlijk geen gebalanceerd beeld van de werkelijkheid." Een en ander is voor Shell geen reden om een andere weg in te slaan. Wie vooroploopt, moet niet gaan dwalen. "In feite moet elk bedrijf zelf bepalen welke 'business principles' het hanteert," aldus André Smit tot slot. "Het is daarom de vraag of het wel mogelijk is om een gedragscode voor een hele sector vast te stellen, zoals nu voor de verzekeringsmaatschappijen. Het zou een soort minimale basiscode kunnen zijn, minder mag niet, maar elk bedrijf kan natuurlijk meer doen. Met een rapport als 'The Shell Report' zouden ook verzekeringsmaatschappijen zich van andere bedrijven kunnen onderscheiden!" Verschenen in: Welwezen, Verbond van Verzekeraars, 2002 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |