J. Spier, hoogleraar Aansprakelijkheidsverzekering Universiteit Maastricht (2002)

Het aansprakelijkheidsrecht is dringend aan een herijking toe

Op 1 februari 2002 aanvaardde mr. J. Spier het ambt van onderzoekshoogleraar aansprakelijkheidsverzekering in vergelijkend perspectief aan de Universiteit van Maastricht. Zijn rede ter gelegenheid daarvan ging over rampscenario's en had als ondertitel: de prijs van de onzekerheid na de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001. "Meer dan ooit bestaat er aanleiding voor een integrale herijkingsoperatie van het aansprakelijkheidsrecht en alles wat daarmee verband houdt," aldus Spier. "Het is zeer dringend gewenst dat dit thema spoedig in internationaal verband ter hand wordt genomen."

In zijn rede behandelde Spier verschillende aanleidingen om het aansprakelijkheidsrecht te herzien, zoals de dreiging van 'onbetaalbare' natuurrampen en het veranderd claimgedrag (afwentelen waar dat maar mogelijk is), maar stond hij vooral ook stil bij de aan terrorisme gerelateerde risico's. "Rampzalige gebeurtenissen als die in New York van 11 september 2001 hebben allerlei nare consequenties," zo zei hij. "Naast de enorme menselijke ellende was een van die consequenties, het kon niet uitblijven, de ineenstorting van de toch al wankele effectenbeurzen. Dat heeft - onder veel meer - repercussies voor (her)verzekeraars, de (her)financiering van tegen torenhoge koersen aangekochte bedrijven, daarmee ook het bankwezen en de positie van pensioenfondsen en de eventuele aansprakelijkheid voor tekorten. Erger is de onzekerheid over hetgeen ons nog te wachten staat. Denkbaar is dat we verder verschoond zullen blijven van catastrofes zoals die in New York. Meer waarschijnlijk is dat we zullen worden vergast op andere rampen van potentieel nog verder strekkende betekenis. Hierbij valt te bedenken dat de catastrofe in New York niet op zich staat. Het is er één uit een lange reeks. Dat aan de ramp in New York zoveel aandacht is besteed, houdt stellig verband met de immense schade en het spectaculaire karakter. Het lijkt verstandig volgende 'acties' niet af te wachten, maar daarop te anticiperen door over de mogelijke gevolgen na te denken."

Doemscenario's en aansprakelijkheid

"Wanneer ons deel van de wereld inderdaad zou worden opgeschrikt door megaschades die het gevolg van terreur zijn," zo vervolgde Spier, "dan roept dat ongetwijfeld allerhande netelige aansprakelijkheidsvragen op. Naarmate de schade groter is, zal men op zoek gaan naar een of meer personen die een tekortkoming in de schoenen kan worden geschoven. Deze zullen de rekening gepresenteerd krijgen. Over de kans van slagen van dergelijke vorderingen valt in abstracto niets zinvols te zeggen. Verder ligt mijns inziens in de rede dat zal worden getracht de overheid de rekening te presenteren. Zo haar niets valt te verwijten (ook daarover kan men slechts in concreto oordelen), mag worden verwacht dat de 'égalité devant les charges publiques' in stelling zal worden gebracht. De techniek waarlangs dat gebeurt, interesseert ons thans niet. Wél het resultaat dat er, indien de vorderingen zouden slagen, toe zou kunnen leiden dat de samenleving hoogst aanzienlijke schades moet dragen. Ik zou zeker niet op voorhand willen uitsluiten dat dit soort vorderingen, onder bepaalde omstandigheden, zou kunnen slagen. Bovendien valt te verwachten dat maatschappelijke en politieke druk zal worden uitgeoefend om de schade te brengen onder de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen."

Nachtmerries voor verzekeraars?

Volgens Spier hebben de aanslagen in New York inmiddels al voor de nodige verwarring in verzekeringsland gezorgd. "Deze is ingegeven door een reeks van onzekerheden," zo zei hij. "Daarvan noem ik in de eerste plaats de moeilijkheid om op enigszins verantwoorde wijze de omvang van bepaalde, met name aan terrorisme gerelateerde, risico's te taxeren en derhalve om premies te berekenen. Daarnaast speelt onduidelijkheid over de rol van de overheid om de helpende hand te bieden, met name door op te treden als een (de facto) herverzekeraar. Verder tasten verzekeraars, als ik het goed zie, enigermate in het duister over hetgeen herverzekeraars nog kunnen en willen doen." In zijn rede gaf Spier een overzicht van hoe de grote herverzekeraars op de aanslagen in New York hebben gereageerd, in zoverre althans daarover gegevens beschikbaar zijn. De twee grootste Europese herverzekeraars zijn voor nieuwe schades slechts in beperkte mate bereid terrorisme te dekken. Swiss Re beoogt geen wijziging waar het 'personal lines' betreft, Munich Re wel. Munich Re wil zowel de exposure beperken (tot 50 miljoen euro), als een uitsluiting introduceren voor schade als gevolg van 'contamination by biological and/or chemical substances'. Ten aanzien van 'commercial and industrial risks' introduceert Munich Re jaarlijkse limieten en een uitsluiting voor terrorisme in de Verenigde Staten. Polissen kunnen, in de nieuwe opzet, op een termijn van veertien dagen worden opgezegd waar het terrorisme betreft. Anders dan Swiss Re blijft Munich Re, wellicht met uitzondering van de Verenigde Staten, 'Pharma- und Chemie-Risiken' en meer in het algemeen 'Gross-Industrierisiken' dekken, maar de aanvankelijke limiet die daarbij werd gehanteerd, geldt niet meer 'automatisch', terwijl overeenkomsten voor meer dan één jaar in de regel niet meer worden aangegaan. Spier: "Volgens verwachting zal een aantal grote Nederlandse en buitenlandse verzekeraars dekking ter zake van terrorisme geheel uitsluiten. Nagenoeg alle overwegen ten minste een aanpassing. Dat geldt in elk geval voor brandschade, terwijl voor aansprakelijkheid nog onduidelijkheid heerst."

Schades kiezen

Volgens Spier valt het te hopen dat de overheid zal inspringen op terreinen waar verzekeraars niet kunnen of mogen dekken, zoals tijdelijk is gebeurd ten aanzien van de molestdekking in de aansprakelijkheidsverzekeringen voor vliegtuigen en luchtvaartterreinen. "Sommige nationale overheden hebben reeds een eerste stap op die weg gezet of zijn voornemens dat te gaan doen," zei hij. "Zulke ingrepen zouden het voordeel in zich bergen dat individuele benadeelden niet meer in de kou komen te staan. Doch de stijging van de maatschappelijke lasten in totaliteit blijft." Voor Spier is het vervolgens de vraag hoeveel schade de samenleving als geheel bereid is voor haar rekening te nemen. Hij zei: "Omdat serieus rekening moet worden gehouden met een beduidende stijging van de aansprakelijkheids- en/of verzekeringslast, dringt de noodzaak van een herijkingsoperatie van het aansprakelijkheidsrecht zich eens te meer op. Zeker waar louter sprake is van schade in de bedrijfssfeer, is mijns inziens aan te bevelen om de rechtseconomie in de beschouwingen te betrekken. Het is noodzakelijk zich niet te beperken tot de duivels lastige vraag welke aansprakelijkheidslast de samenleving bereid is op haar schouders te torsen. We ontkomen er evenmin aan om aan de hand daarvan opnieuw keuzes te maken van schades die wel en die niet meer met behulp van het aansprakelijkheidsrecht kunnen worden verzilverd."

Spreidingsmechanismen

"Tevens moeten we onder ogen zien," aldus Spier, "op welke wijze wenselijk geachte aansprakelijkheden door verzekering kunnen worden gespreid op een zodanige wijze dat voldoende zekerheid bestaat dat schade daadwerkelijk kan worden vergoed. Ook andere schadeverzekeringen waren in de beschouwingen te betrekken, zoals first party-, opstal- en bedrijfsschadeverzekeringen. Deze laatste verzekeringen en verzekeringen tegen natuurrampen moeten onder de loep worden genomen voor terreinen die buiten het klassieke aansprakelijkheidsrecht liggen. Als gezegd, moet ten gronde opnieuw worden nagedacht door wie allerhande vormen van schade moet(en) worden gedragen. Waar verzekeraars het zouden laten afweten, moet worden gezocht naar alternatieven, mogelijk daarin bestaande dat zij toch bereid blijven dekking te verlenen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het geheel of ten dele uitschakelen van de (premie)concurrentie en aan gedeeltelijke herverzekering door staten of bijvoorbeeld de EU. Ook bijvoorbeeld schadefondsen waren voor bepaalde situaties in de beschouwingen te betrekken. Zeker niet valt uit te sluiten dat het financiële toezicht op verzekeraars moet worden verscherpt. Ik ben geneigd te denken - een niet gemakkelijk te onderbouwen stelling - dat de huidige situatie hier zeer ernstig tekortschiet. Het is aan gerede twijfel onderhevig of de instellingen die zich daarmee bezighouden, voldoende zicht hebben op de omvang van de verzekerde risico's en de kansen dat deze zich verwezenlijken. Dat wordt, naar in de rede licht, verder bemoeilijkt, omdat veel verzekeraars ook buitenlandse dekkingen verstrekken waarvan de gevolgen voor outsiders, zoals nationale toezichthouders, niet eenvoudig zijn te calculeren."

De tijd dringt

"Kort en goed," zo besloot Spier zijn rede, "wij kunnen ons rustig achteroverleunen niet meer veroorloven. Dat geldt voor Nederland en het is eveneens waar voor andere landen. Het is noodzakelijk dat het aansprakelijkheidsrecht en de daarbij behorende verzekeringen en verzekerbaarheid in hun geheel worden herijkt. Dat kan mijns inziens slechts op zinvolle wijze gebeuren wanneer alle situaties waarin personen of bedrijven schade lijden onder de loep worden genomen. We moeten proberen (opnieuw) te doordenken voor welke situaties aansprakelijkheid op haar plaats is, en als dat het geval is hoe 'streng' die aansprakelijkheid moet worden opgetuigd. Voorts moet onder ogen worden gezien in welke gevallen andere oplossingen, zoals sociale of first party-verzekeringen of schadefondsen, aangewezen zijn. En ten slotte dient men zich de vraag te stellen welke schade het beste geheel of ten dele door de overheid (de gemeenschap) kan worden vergoed, dan wel voor rekening van de benadeelde moet blijven. Daarnaast is een discussie in internationaal verband wenselijk, omdat voorkomen moet worden dat bijvoorbeeld in Nederland de aansprakelijkheid wordt beperkt, terwijl dat in andere landen niet gebeurt. Zo'n eenzijdige stap zou er allicht toe leiden dat Nederlandse benadeelden ten achter worden gesteld bij buitenlandse slachtoffers. Europese discussies daarover zijn mijns inziens tot mislukken gedoemd zolang de deelnemers voor hun eigen rechtsstelsels nog geen meeromvattende visie hebben ontwikkeld en zolang zij zich blindstaren op enkel het aansprakelijkheidsrecht. Omdat de Europese stoomwals doordendert - deze formulering is bewust gekozen - is het de hoogste tijd. De tijdbom begint akelig te tikken."

Verschenen in: Welwezen, Verbond van Verzekeraars, 2001

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl