A.J. Jutte, directeur van de Nederlandse Millennium Herverzekeringsmaatschappij (1999)

Nog veel losse eindjes aan het einde van de eeuw

Nederland lijkt millenniumgereed te zijn, maar de schijn bedriegt wellicht. Tal van organisaties hebben immers hun kritische en vitale objecten en systemen niet op tijd veilig kunnen stellen. Naar het keteneffect daarvan in de samenleving moet vooralsnog worden gegist. Maar we zullen het snel weten. Het aftellen is begonnen.

Na een eigen onderzoek in 1997 heeft PA Consulting Group vier keer in opdracht van het Millenniumplatform het millenniumprobleem in Nederland onderzocht. De laatste keer gebeurde dit in september 1999. 'Nederland staat er goed voor', luidde de conclusie, maar een 'eindsprint is nodig' werd eraan toegevoegd. Meer dan nodig, zo laten de cijfers zien. Bij maar liefst 60% van de respondenten waren begin september de kritische en vitale aspecten nog niet millenniumgereed. Het is de vraag of bij de niet-respondenten (83% van de 9.000 aangeschreven organisaties in de publieke en particuliere sector) de situatie beter zal zijn. In de korte tijd die nog rest kan de zaak onmogelijk overal tijdig op orde worden gebracht. Wat betekent dat? "Wie die vraag kan beantwoorden, is naar mijn gevoel spekkoper," zegt mr. A.C. Blom, voorzitter van de taskforce millennium van het Verbond van Verzekeraars en voorzitter van de werkgroep contingency en bestuurslid van het Millenniumplatform. "Ik ben ervan overtuigd dat Nederland goed is voorbereid en dat de vitale sectoren er alles aan hebben gedaan om de kans op verstoringen niet noemenswaardig groter te laten zijn dan normaal. Maar die kans is wel groter. En ook al heb je de zaken zelf goed geregeld, er zullen in ieder geval bedrijven zijn die dat niet hebben gedaan. Daardoor zijn er nog veel losse eindjes, waarbij we dan maar met elkaar hopen dat het goed zal gaan."

Keteneffect

Het is niet de verwachting - hoewel toch ook de elektriciteitsdistributiebedrijven begin september nog niet millenniumgereed waren - dat in de nacht van oud op nieuw direct alle problemen zullen ontstaan. De verstoringen kunnen ook pas enkele dagen later aan het licht komen, wanneer bedrijven en organisaties hun systemen en processen weer op gang brengen. "Wellicht gaan die verstoringen elkaar versterken," zegt André Blom. "Zal er een cumulatie optreden en zullen die effecten toch nog tot hele vervelende situaties leiden? We kunnen dat niet inschatten." Het keteneffect van elkaar versterkende verstoringen kan zich in bedrijfskolommen voordoen, in de relatie tussen publieke en private sectoren en in internationaal verband. Blom: "Bij de aanpak van het millenniumprobleem scoort Nederland internationaal gezien hoog. Dat betekent dat veel landen minder hun best hebben gedaan en minder ver zijn, bijvoorbeeld Duitsland. Frankrijk heeft een geweldige inhaalslag gemaakt, maar zit nog niet op het niveau van Nederland. Gaan we hierdoor toch nog ellende importeren? Als er in Frankrijk een belangrijke stroomuitval zou zijn, dan raakt dat de stabiliteit van het koppelnet en neemt de kans op problemen bij ons ook weer wat toe. We kunnen dus niet achteroverleunen en denken dat het allemaal wel goed zal komen. De kans dat er dingen niet goed gaan, is nog ruimschoots aanwezig."

Millenniumbeleid

Met andere woorden, het in april 1998 vastgestelde 'scenario 2+', de leidraad bij de vaststelling van het millenniumbeleid van de Nederlandse schadeverzekeraars, doorstaat vooralsnog de toets der praktijk. Waarschijnlijk zal er geen nationale crisis ontstaan, maar zijn er wel problemen te verwachten. Hooguit zou nu de 'plus' kunnen worden weggestreept, omdat de kans op het uitvallen van nutsvoorzieningen duidelijk kleiner lijkt dan in 1998 nog het geval was. Schadeverzekeraars zijn erg afhankelijk van die nutsvoorzieningen, want als de stroom uitvalt gaat niet alleen het licht uit, maar raken er ook eigendommen onderkoeld, ontdooid, ontvreemd etcetera. Om scenario 2+ te kunnen blijven volgen, zo werd destijds gesteld, moesten tal van maatregelen worden genomen. In de eerste plaats was het natuurlijk belangrijk dat de verzekeringsmaatschappijen zelf hun organisatie op tijd millenniumgereed zouden hebben. De Verzekeringskamer heeft daarop toegezien en een relatief groot aantal verzekeraars erop aangesproken dat ze hun planning lieten uitlopen. De verzekeraars verwachten nu dat ze ook na de millenniumwisseling zonder problemen claims kunnen behandelen en uitkeringen kunnen doen.

Beleid op de markt

Daarnaast moest natuurlijk het millenniumbeleid ten aanzien van de markt worden vastgesteld. Particulieren werden daar volledig buiten gelaten - aan deze groep werden geen extra 'millenniumeisen' gesteld voor vergoeding van schades die in de polis zijn gedekt. Voor de zakelijke markt werd een meer genuanceerde aanpak gekozen. Waar mogelijk werd aan bestaande zakelijke polissen een zorgplichtclausule toegevoegd. Hiermee werd de verzekerde verplicht om millenniumproblemen zo goed mogelijk te voorkomen of te beperken. Bovendien werd voor bepaalde, zogenoemde catastrofale risico's - risico's waar de schadeverzekeraars in dit geval nooit premie voor hebben geïnd - de dekking gelimiteerd tot in totaal 1 miljard gulden. Onder catastrofale risico's vallen in dit verband twee soorten schades: schades die verband houden met de uitval (door een datumgerelateerde storing) van nutsbedrijven, telecommunicatie, transport en verlies of verminking van databestanden, en daarnaast schades (door een datumgerelateerde storing) in de productgroepen aansprakelijkheid, brandbedrijfsschade, materiële schade en bedrijfschade in elektronicaverzekeringen, computerverzekeringen, machinebreukverzekeringen en agrarische verzekeringen. Alle overige schades zullen worden afgewikkeld zoals dat altijd gebeurt, zij het dat bij datumgerelateerde problemen aan de extra zorgplicht moet zijn voldaan. De catastrofale risico's en het bijbehorende miljard werden ondergebracht bij de Nederlandse Millennium Herverzekeringsmaatschappij (NMH).

Organisatie en taken

De NMH is inmiddels georganiseerd. De directie wordt gevomd door mr. A.J. Jutte en mr. J.E. Jonker. De afgelopen maanden hebben zij, ondersteund door een secretaresse en op gezette tijden bijgestaan door medewerkers uit maatschappijen en een aantal VUT-gerechtigden, procedures en instructies beschreven en vastgesteld. Samen met ABZ werd een (besloten) systeem voor communicatie via Internet gebouwd, dat straks dienst zal doen voor de schademeldingen aan de NMH door de verzekeraars. De NMH zal geen directe rol spelen bij de schadebeoordeling, -behandeling en -afwikkeling. Deze processen zullen de verzekeraars zelf blijven uitvoeren. Wel zal de NMH ten eerste zo snel mogelijk de totale omvang van de NMH-schades en het daarvan afgeleide uitkeringspercentage vaststellen (dit laatste wanneer de totale schade de 1 miljard gulden overstijgt), ten tweede op een uniforme schaderegeling door de maatschappijen toezien en ten derde de verrekening tussen de circa zeventig deelnemende maatschappijen verzorgen. (Deze maatschappijen hebben, op basis van hun marktaandeel, alle een percentage van de 1 miljard gulden ingebracht. De NMH verrekent straks iedere drie maanden het aandeel van de maatschappij met de schade in de eigen portefeuille van die maatschappij.)

Langlopende kwestie

"Wij vinden dat we klaar zijn voor het grote gebeuren. Maar of we in staat zullen zijn om onze taken goed te vervullen, dat is wat anders," zegt Tom Jutte, directeur van de NMH. Daarbij doelt hij niet zo zeer op de toezichtstaak van de NMH. Dat toezicht zal worden voorbereid door een groep ex-schaderegelaars en ex-schadecorrespondenten die uit actieve dienst zijn getreden. Zij zullen aan de hand van de schademeldingen naar trends zoeken, speciale problemen constateren, grote principiële schades analyseren etcetera. Controles vinden bovendien 'achter de schermen' plaats door dwarsverbanden in de meldingen te signaleren. Voor de NMH zal het echter veel moeilijker zijn om zo snel mogelijk vast te stellen of de totale schade in Nederland het bedrag van 1 miljard gulden overschrijdt en zo ja, hoeveel. Mocht die totale schade bijvoorbeeld 4 miljard bedragen, dan worden uiteindelijk alle NMH-schades maar voor 25% vergoed. Die totale schade moet daarom zo snel mogelijk in beeld zijn. "En dat is het grote probleem waarvoor de NMH zich gesteld ziet," zegt Jutte. "Aanvankelijk was het idee dat de grote bom op één januari zou ontploffen. We zouden dan snel weten of dat miljard voldoende zou zijn. Nu hebben we veel meer het gevoel dat het een langlopende kwestie gaat worden, waarbij we pas na verloop van tijd kunnen vaststellen wat de totale schade is. Maar daar kunnen we niet op wachten. Ook schade na een brand die toevallig op 1 januari ontstaat, maar door een datumgerelateerde oorzaak niet snel kan worden geblust, moet toch vrij snel kunnen worden betaald. Dat dilemma hebben we op dit moment en ik kom er rond voor uit dat we daar nog geen pasklare oplossing voor hebben".

Correcte vaststelling

Voor het toezicht op een correcte vaststelling van het uitkeringspercentage is een Commissie van Toezicht gevormd, bestaande uit de heren Koning (voorzitter), Blankert, Evers, Kosto, Neeleman, Weitenberg en Zijlstra. Het percentage zal omstreeks 1 juli 2000 worden vastgesteld, of zoveel eerder als mogelijk is, op basis van de schades die dan zijn gemeld en die dan nog zijn te verwachten. Mocht op dat moment worden vermoed dat nog veel schade onbekend is, dan zal het uitkeringspercentage een conservatieve verdeelsleutel zijn. Begin 2001 wordt de juistheid van het uitkeringspercentage beoordeeld. Valt de totale schade mee, dan kan er een aanvullende uitkering komen; valt de totale schade tegen, dan gaat alleen voor de schades die na de eerste vaststelling zijn gemeld, een lager uitkeringspercentage gelden. Het is echter de vraag of begin 2001 de totale schade al wel bekend zal zijn. Theoretisch kunnen zich nog jarenlang datumgerelateerde storingen voordoen, bijvoorbeeld doordat systemen vooral 'optisch' en onvoldoende structureel werden aangepast, hoewel het praktisch steeds moeilijker zal worden om aan te tonen dat het echt een datumgerelateerde storing betreft. Daarnaast is het voorstelbaar dat begin 2001 de hele 'aansprakelijkheidscarrousel' nog volop draait, hetgeen ook tot het vangnet van de limitering hoort. Zo kunnen er bijvoorbeeld discussies komen tussen de IT-industrie en bedrijven die een bedrijfsuitval hebben meegemaakt. Tom Jutte: "Ook begin 2001 zullen we in beginsel nog rekening moeten houden met de schades die daarna nog kunnen komen. Maar er komt een moment dat alle gemelde schades zijn afgewerkt en dat de NMH kan worden opgeheven. De enkele schade die daarna nog wordt gemeld, komt dan voor rekening van de desbetreffende verzekeraar."

De 'exposure' van de Nederlandse schadeverzekeraars is vele malen groter dan de 1 miljard die voor bepaalde schades als limiet is gesteld. Uitval van energie bijvoorbeeld, en dan niet enkele uren in een beperkt gebied, maar enkele dagen of weken in heel het land, zou ook op de particuliere markt tot grote materiële schades kunnen leiden. "Dat is het risico dat de schadeverzekeraars weloverwogen hebben geaccepteerd," zegt André Blom tot slot. "Dat is gecalculeerd. Als het zich zou voordoen, dan zouden de verzekeraars natuurlijk een heel groot probleem hebben, maar goed, dat is het vak van de verzekeraar."

Verschenen in: Welwezen, Verbond van Verzekeraars, 1999

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl