|
||
|
R.C. Insinger, voorzitter van de Stichting VAR (1998)
Een nieuwe impuls na een pas op de plaatsIn 1997 is gewerkt aan een nieuwe positionering van VAR, het register van vermiste auto's. Op basis van een onderzoek door Coopers & Lybrand werden taken aangescherpt en nieuwe organisatorische lijnen uitgezet. Een en ander moet ertoe leiden dat deze publiek-private samenwerking in 1998 nog meer toegevoegde waarde krijgt in het licht van de bestrijding en beheersing van de autocriminaliteit. Voorzitter van het bestuur van de Stichting VAR is mr. R.C. Insinger, voorzitter van de directie zakelijke schade van Centraal Beheer. Na de successen van VAR in de eerste jaren werd duidelijk dat in 1997 een pas op de plaats nodig was, evenals een herbezinning op de taken van VAR. Ondanks de windstilte als gevolg daarvan heeft VAR ook in 1997 zijn waarde bewezen. "Dankzij de publiek-private activiteiten is een groot aantal auto's teruggevonden," zo stelt bestuursvoorzitter Rob Insinger voorop. "We zijn trots op VAR. Het is eigenlijk hèt voorbeeld van een gemeenschappelijk platform voor effectieve publiek-private samenwerking. De VAR-activiteit is nog steeds heel bijzonder, omdat publieke en private partners in gezamenlijkheid tot een verdieping van fraudedetectie komen. Positief in 1997 was natuurlijk ook dat VAR voor de Hein Roethofprijs werd genomineerd. We hebben die prijs niet gewonnen, maar het feit dat we werden genomineerd en ook internationaal werden genomineerd, laat zien dat er veel appreciatie is voor de VAR-activiteit." Extra toegevoegde waardeTerwijl dus de winkel in 1997 openbleef, werd achter de schermen hard aan de verbouwing gewerkt. De directe aanleiding daartoe was de behoefte aan meer afbakening tussen VAR en VHD (Verzekeraarshulpdienst), zonder de synergie te verliezen wat betreft de personele inzet (met name in de nachtelijke uren) of de financiële planning en control. Coopers & Lybrand onderzocht daartoe, met behulp van vragenlijsten en door middel van interviews, de positionering, effectiviteit en financiën van VAR en VHD. In het onderzoek werden ook de taken van VAR zelf onder de loep genomen. Onderzocht werd de klanttevredenheid over de uitvoering ervan, de waarde van mogelijke 'VAR-plus-taken', de rol van de gebruikersgroep en de taakverdeling tussen VAR, RDC en politie bij de afwikkeling. De uitkomsten van het onderzoek hebben geleid tot een verdere verzelfstandiging van VAR binnen de VHD-structuur (waardoor toch een 24-uurs-bereikbaarheid kon worden gehandhaafd). Ten aanzien van de VAR-taken werd geconcludeerd dat door herinrichting en uitbreiding nog veel extra toegevoegde waarde mogelijk is. "Een belangrijke conclusie was daarnaast," aldus Insinger, "dat de VAR-activiteit in de afgelopen jaren eigenlijk onvoldoende bij de leden voor het voetlicht is gebracht. Onbekend maakt onbemind en daardoor is een zekere verwijdering ontstaan tussen de afnemers van VAR-diensten enerzijds en de VAR-organisatie anderzijds. We hebben afgesproken om in 1998 beter te laten zien, aan de leden-verzekeraars en ook de politiefunctionarissen waarmee we samenwerken, wat het VAR betekent bij de bestrijding van de autocriminaliteit." Een slag dieperDe nieuwe impulsen in de dienstverlening van VAR zijn op het juiste moment gekomen. Juist doordat momenteel veel oudere, onbeveiligde auto's worden gestolen, stijgt het aantal autodiefstallen weer. Bovendien is de aandacht van de crimineel verschoven van het ordinaire openbreken van kostbare auto's naar meer grootscheepse fraude met kentekens en in administratieve processen. Het type crimineel is niet langer de amateuristische gelegenheidsdief, maar veel meer de professionele specialist die veel moeilijker te grijpen is. En naarmate het niveau van de technische beveiliging hoger wordt, ontwikkelt zich navenant de begaafdheid van de crimineel om die beveiliging te ontmantelen of te ontwijken. "Dit alles baart de nodige zorgen," zegt Insinger. "Aan de orde is daarom dat de VAR-organisatie zich verdiept en de autocriminaliteit met nieuwe strategieën en nieuwe middelen te lijf gaat. We zitten nu op een terugvindpercentage van gestolen auto's van zo'n zestig procent. Maar we hebben het idee dat we nog een slag dieper moeten, juist omdat er heel veel van die administratieve fraudetrajecten zijn. Enerzijds vraagt dat een intensievere samenwerking met de politie en anderzijds de inzet van nieuwe technieken in de fraudedetectie. Als bijvoorbeeld auto's straks met 'tags' zijn uitgerust, zullen we gemakkelijker een link kunnen leggen tussen een gestolen object en de eigenaar en zijn we niet meer afhankelijk van kentekens. En de activiteit 'tracking and tracing', die nu nog een beetje in de kinderschoenen staat, zal op termijn ook weer nieuwe mogelijkheden bieden. Wel is het zo dat je natuurlijk gemakkelijk Jules Verne-achtige mogelijkheden kunt definiëren, maar die vervolgens organiseren en operationeel maken, is een stuk ingewikkelder." Zo effectief mogelijkInsinger is over de verdere terugdringing van de autocriminaliteit niet pessimistisch gestemd. Hij verwacht vooral resultaat van de voorgenomen verdieping van de fraudedetectie. "Als publieke en private partners in gezamenlijkheid tot een verdieping van de fraudedetectie kunnen komen," zo zegt hij, "dan geeft dat een zeker optimisme voor de toekomst. Met elkaar, dus in dat gemeenschappelijke concept van publieke en private spelers, kun je ook op andere gebieden tot nieuwe vormen van fraudedetectie komen. En dit gebeurt natuurlijk ook in het kader van de Stuurgroep Autocriminaliteit. Je kunt het eigenlijk zo zien dat VAR deel uitmaakt van het activiteitenplatform van deze stuurgroep. VAR zal daarom op eigen wijze en in overleg met de Stuurgroep Autocriminaliteit moeten zoeken naar de invulling van de projecten die daar liggen. Deze opzet is inzoverre ook gewaarborgd doordat VAR-manager Harry Filon in het managementteam van de Stuurgroep Autocriminaliteit zal deelnemen." Wat Insinger betreft krijgt dit alles in 1998 een gedegen ondergrond door de organisatorische herinrichting van VAR en de betere communicatie met de leden. "Het wordt het jaar van de operationele herstart," zo zegt hij, "waarbij we ons zullen richten op een zo effectief mogelijke inzet van VAR!" Verschenen in: VAR-Informatie, 1998 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |