J.C.M. van de Nes, neuroloog (2002)

Over het intersensorisch conflict na een verstuiking van de nek

Waarom leidt een verstuiking van de nek tot andere klachten dan een verstuiking van de voet? In het onderzoek en de behandeling van whiplashpatiënten was dit voor J.C.M. van de Nes de primaire vraag. Hoewel zo'n vergelijking tussen de ene en de andere verstuiking voor de hand lijkt te liggen, is Van de Nes de enige die haar serieus heeft uitgewerkt.

Van de Nes is als neuroloog verbonden aan Ziekenhuis Zeeuws Vlaanderen in Terneuzen en aan de Specialisten Polikliniek Osdorp in Amsterdam. Daarnaast is hij docent aan de Hogeschool van Amsterdam. "De nek en letsel aan de nek is altijd een fascinatie van mij geweest," zo zegt hij. "Ook mijn kennis van en betrokkenheid bij fysiotherapie en manuele therapie, de disciplines die zich van oudsher voor de behandeling van nekklachten hebben opgeworpen, is een motivatie geweest om me daarin te verdiepen. Steeds als patiënten bij mij kwamen met problemen van een stijve nek, minder goed kunnen bewegen, klachten over duizeligheid, oogbewegingsstoornissen of concentratieproblemen, heb ik me voortdurend de vraag gesteld: wat steekt daar nou precies achter?"

Intersensorisch conflict

Tijdens zijn opleiding werkte Van de Nes bij experimentele neurologie in het toenmalige Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Daar deed hij onder meer onderzoek naar de zintuigcellen in de nek van katten. Deze zintuigcellen zijn de sensoren van de spieren die samen met de sensoren in de gewrichtjes bepalen wat de stand van de kop van de kat, of het hoofd van de mens, ten opzichte van de romp is. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor, via zenuwbanen met een schakelcentrum in het ruggenmerg van de nek, dat het hoofd bij elke minieme verandering ten opzichte van de zwaartekracht een evenwichtige stand terugvindt. Van de Nes: "Dit onderzoek naar die zintuigcellen zette mij aan het denken toen we steeds vaker werden geconfronteerd met mensen die een verstuiking van de nek hadden ondergaan, maar die niet zoals bij een verstuiking van de voet na drie tot zes weken genezen waren, maar pas na zes maanden, een jaar of twee jaar of zelfs nog langer klachten hielden. Wat zijn dan, zo vroeg ik mij af, de verschillen tussen een verstuiking van de voet en een verstuiking van de nek? Het belangrijkste verschil is dat de spiergroepen in de nek veel meer van die zintuigcellen bevatten dan de simpele spiergroepen rond een enkelgewricht. Letsel van de nek heeft daardoor een stroom van desinformatie vanuit de zintuigcellen tot gevolg die veel omvangrijker is dan bij een verstuiking van een enkel. In feite heeft hetzelfde soort letsel daardoor een ander soort reactie tot gevolg." Over deze andere reactie zegt Van de Nes: "Na een whiplash ontstaat als het ware een niet-oplosbaar intersensorisch conflict. De verstoorde informatie uit de nek wordt geconfronteerd met informatie vanuit de ogen en informatie vanuit het evenwichtssysteem. Deze drie vormen van informatie moeten tot een compromis leiden, één taal spreken en één uitkomst hebben, maar door die voortdurend verstoorde invloed vanuit de nek wordt er geen compromis bereikt en is er geen eenduidige uitkomst. Er bestaat voortdurend een conflict in informatie. Dat is mede de basis voor het hebben en houden van klachten die met het evenwicht, het zien en met concentratie hebben te maken."

Begrip

Volgens Van de Nes is het lichaam zeer wel in staat om op eigen kracht van een verstuiking te genezen, ook van een verstuiking van de nek. Hij zet er dan ook vraagtekens bij of daar enige medische en paramedische begeleiding bij nodig is. "Als iemand in de gelegenheid wordt gesteld om zelf weer zijn weg te vinden in het arbeidsproces of in de werkzaamheden thuis en geleidelijk aan merkt dat de klachten afnemen, dan komt hij er wel en is er niet zo'n probleem," zo zegt hij. Er zijn echter verschillende factoren die dat genezingsproces in de weg kunnen staan. "Om te beginnen is belangrijk," aldus Van de Nes, "dat vanuit de werksituatie begrip bestaat voor een patiënt die een letsel heeft ondergaan. Ik maakte bijvoorbeeld mee dat een taxichauffeur binnen drie weken werd gedwongen om weer actief aan het verkeer deel te nemen. Dat betekent onder andere dat hij weer in staat moet zijn om zijn hoofd fors linksom te draaien om over zijn schouder te kijken. Dat zijn natuurlijk niet de ideale omstandigheden. Meestal is er wel begrip aanwezig, zowel bij de werkgever als bij de begeleidende bedrijfsarts, maar vaak houdt dat begrip niet aan, omdat er aan de patiënt weinig is te zien. Toch moet je, als er ook echt een bandletsel is, net als bij een verzwikte voet rekening houden met hersteltijden van een jaar of langer. Na een letsel is de helft van het bindweefsel pas na zes of acht maanden hersteld en pas daarna kun je het bij wijze van spreken weer maximaal gaan belasten. Tot die tijd hoeft de patiënt niet altijd klachten te ondervinden, maar kan hij nog wel in enige mate worden beperkt door de blessure die hij heeft ondergaan. Veel mensen weten dit niet of nauwelijks en het begrip ervoor is lang niet altijd aanwezig."

Aard van het werk

Naast begrip vanuit de werksituatie is ook de aard van het werk volgens Van de Nes een belangrijke factor in het genezingsproces na een whiplash. Hij zegt: "Het herstel wordt erg bepaald door de wijze waarop mensen in hun werk met hun lichaam omgaan. Ik heb de indruk dat ik in mijn praktijk minder mensen tegenkom die in een overall werken, dan kantoormedewerkers die bijvoorbeeld langdurig in dezelfde houding achter een computer zitten. Het is stellig mijn indruk dat deze mensen langer last houden. De man die in een fabriek, op een werkplaats of in een atelier werkt, verricht toch iets gemakkelijker een variatie aan handelingen, waardoor het voor de spieren en de nek ook gemakkelijker wordt om zich te voegen aan het patroon van herstel. Daarentegen is aanhoudend in één houding werkzaamheden verrichten, en dan vooral als mensen achter de computer hun nekspieren aanspannen om het hoofd iets naar beneden gericht te houden, een extra belastende factor voor de genezing." Tot de aard van het werk, als storende variabele bij het herstel, hoort zeker ook een eventuele werkdruk. Van de Nes: "Ik heb het idee dat mensen die met weinig werkdruk kunnen presteren, beter af zijn dan mensen die een hoge werkdruk hebben. Als je onder druk moet werken, dan reageert het lichaam daar met een zekere afweerspanning op. Een gezonde spanning is niet slecht, integendeel, maar aanhoudende spanning bij een patiënt met een whiplashletsel kan snel te veel spanning betekenen en daardoor ongunstig voor het herstelproces zijn. Wat dat betreft zou het gewenst zijn om deze mensen wat langere tijd een beetje in de watten te leggen en ten aanzien van werktijden en werkwijzen te ontzien. Daaruit zou dan ook weer het begrip vanuit de werksituatie blijken. Het is mijn ervaring dat als dat begrip er is, de patiënt weer heel snel zijn grenzen naar normale werktijden gaat verleggen."

Karakter

Een eveneens beïnvloedende factor is volgens Van de Nes de persoonlijkheid van de betrokkene zelf en de wijze waarop hij met het letsel omgaat. Hij zegt: "Het is een 'krenkend' letsel. Het wordt de betrokkene aangedaan, door een aanrijding van achteren. Uit de statistieken blijkt dat het toch vaak wat jongere mensen zijn die het ondergaan. Jongere mensen die eigenlijk in hun hele levenswijze geen rekening hebben gehouden met het feit dat er een kink in de kabel kan komen. Ze denken aan hun opleiding, hun carrière, hun gezin. Er moet een heleboel gebeuren en daar past het niet bij om op een ander tempo terug te schakelen of om zelfs stoelen wat te verplaatsen. Onze hele maatschappij is daar eigenlijk onvoldoende op ingesteld. Wie daarentegen de rijpheid, de ervaring en de stijl heeft om snel een compromis met zichzelf te vinden, zal merken dat het in zijn eigen voordeel is om inderdaad een aantal zaken achterwege te laten, doelen wat uit te stellen en flexibel met de gerezen problemen om te gaan. Als je de persoonlijkheid en het karakter hebt om te overwinnen wat jou is aangedaan en om daar een positieve instelling tegenover te stellen, dan breng je een goed eigen aandeel in het herstelproces in. Als je dat niet goed lukt, dan is dat weer een van de hindernissen die je daarbij kunt ondervinden."

Geen gehoor

Jos van de Nes heeft een duidelijke visie op wat er na een whiplash precies aan de hand is en hoe de genezing zijn beloop moet hebben, maar kan die visie nauwelijks aan een collegiaal weerwoord toetsen. Hij zegt: "Neurologen kunnen van oudsher weinig of geen belangstelling voor het whiplashletsel opbrengen. Ze zien het niet als een serieus probleem, maar vooral als een zaak die meer met psychische reactievorming rond het gebeuren samenhangt, dan met een wezenlijk organisch probleem. Als neuroloog 'scoor' je met andere woorden niet met het whiplashprobleem. Neurologen hebben er weinig sympathie voor en zijn vaak onvoldoende op de hoogte van de onderzoeksresultaten op dit gebied. Patiënten van mij zijn door het Aeromedisch Instituut in Soesterberg onderzocht, waar bijvoorbeeld ook straaljagerpiloten op extreme belastbaarheid worden getraind en getest. Daar werd vastgesteld dat er inderdaad sprake was van een intersensorisch conflict tussen informatiestromen. Als het lichaam zich hieraan niet aanpast, is er een kans op het chronisch worden van dit soort klachten. Deze visies krijgen echter geen gehoor, omdat er gewoon weinig bereidheid is om over dit soort zaken na te denken."

Verschenen in: PIV-Bulletin, 2002

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl