J.W.M. Halewijn, directeur van Koninklijke Van Drunen B.V. (1998)

Aannemers moet zich voorbereiden op nieuwe contractuele verhoudingen

Er zijn ingrijpende veranderingen op komst in contractvorming en contractuele verhoudingen tussen opdrachtgever, aannemer en andere marktpartijen. Nu al zijn de design & construct- en turn-key-overeenkomsten daar duidelijke exponenten van. Voor aannemers die in deze ontwikkeling meewillen, is het de hoogste tijd zich daarop grondig voor te bereiden. Dit advies geeft althans ing. J.W.M. Halewijn, directeur van Koninklijke Van Drunen B.V. "Het is tijd om keuzes te maken," zegt Halewijn. "Wie dat niet op korte termijn doet, kan weleens te laat komen om in de vaart der volkeren mee te kunnen!"

Om de goede weg naar de toekomst in te slaan, zo betoogt Halewijn, moet vandaag al richting worden aangegeven. "Als je niet weet waar je heen wilt, dan is elke weg die je kiest goed. Het is dan alleen een verrassing waar je uitkomt en in de Nederlandse infrastructuur hebben we eigenlijk al genoeg verrassingen. Er zijn ook aannemers die geen keuze hebben en voor wie er maar één weg is. Meestal echter leidt die weg, juist door het gebrek aan keuzes, naar een somber toekomstperspectief. Opdrachtgevers en opdrachtnemers moeten daarom weten waar ze heen willen en moeten er daarnaast voor zorgen dat ze verschillende wegen hebben om uit te kiezen. Goede wegen naar de toekomst vragen daarom keuzes in het heden waar heel goed over is nagedacht. Want je komt nogal eens tegen dat er wordt gekozen zónder eerst goed na te denken?"

Extra dimensies en uitdagingen

Bij de keuzes die vandaag voor de toekomst moeten worden gemaakt, gaat het er vooral om in hoeverre aannemers straks kunnen inspelen op gewijzigde contractuele verhoudingen. Want dat die zullen veranderen, is wel zeker en in een aantal gevallen ook al zichtbaar. Halewijn wijst wat dat betreft op projecten als de Betuwelijn, de Hogesnelheidslijn, de Noord-Zuid-verbinding in Amsterdam, evenals op initiatieven in de publiek-private sector, bijvoorbeeld tot de aanleg van tolwegen. Halewijn: "Die projecten kennen alle een andere aanpak dan de wijze waarop we gewend zijn met elkaar om te gaan en waarop we traditioneel het werk realiseren. Ze hebben alle een aantal extra dimensies en uitdagingen, maar ze zullen ook andere dingen van de aannemers vragen, waaronder noodzakelijke cultuurveranderingen. Aannemers moeten daarom nadenken over hun rol in die ontwikkelingen, over wat ze willen, met wie ze dat willen en onder welke voorwaarden. Zeker is dat het altijd een samenspel met anderen zal blijven, want de beste weg bouw je nog altijd samen."

In goede banen

Om een visie te ontwikkelen ten aanzien van contracten en contractverhoudingen is twee jaar geleden de Stuurgroep RAW 2000 opgericht. Deze stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen die in het infrastructuurproces een rol spelen. De stuurgroep heeft onderzocht, voortbouwend op de RAW-systematiek UAV 1989, welke veranderingen noodzakelijk zijn om de nieuwe, grote infrastructurele ontwikkelingen in goede banen te leiden. Daarbij kwamen vragen aan de orde naar de vorm waarin deze werken zullen worden uitgevoerd en naar het risicoprofiel van deze werken. Daarnaast werd vooral ook bekeken wat het van de aannemers en hun organisaties vraagt om een en ander voor elkaar te krijgen. Dat er binnen de bedrijven aanpassingen nodig zullen zijn, staat voor Halewijn vast. "Wel is het zo," zegt hij, "dat wie de vrije hand heeft in de keuzes die nu worden gevraagd, die keuzes wellicht nog aan zijn organisatie zal kunnen aanpassen. Wie die keuzes nu nog niet maakt, zou in de toekomst weleens zijn organisatie aan de keuze moeten aanpassen!"

Partij meeblazen

Koninklijke Van Drunen B.V., het bedrijf waarvan Halewijn directeur is, realiseert werken in alle contractverhoudingen die momenteel gangbaar zijn. Naast natuurlijk de traditionele uitvoeringsvormen als regiewerk, UAV/RAW en, iets minder traditioneel al, het bouwteam, betreft dit ook onderhoudsraamconcepten, design & construct-overeenkomsten en turn-key-projecten. In de eerstgenoemde vormen neemt de opdrachtgever in feite alle initiatieven en stelt de opdrachtnemer uitsluitend middelen en diensten beschikbaar. In de laatstgenoemde vormen echter is die rol gewijzigd. Daarin wordt van de opdrachtnemer steeds meer verwacht wat uitvoeringsexpertise en voorbereidend werk betreft, maar bijvoorbeeld ook dat hij zelf initiatieven neemt en voor langere tijd verplichtingen aangaat. "En bij 'design and construct' en 'turn key' komt nog veel meer kijken," aldus Halewijn. "Aannemers zullen niet alleen, middels een advies- of ingenieursbureau of uit eigen sterkte, de ontwerpkant beter moeten beheersen, maar ook meer kennis en kunde moeten inbrengen op juridisch gebied, bijvoorbeeld ten aanzien van de samenstelling van contracten, en zeker ook op financieel gebied. Bovendien zullen vooral de grotere werken gedurende een bepaalde tijd een enorme aanslag doen op de organisatie van de aannemer of de aannemerscombinatie. Er komt nogal wat bij kijken en, nogmaals, versterking is van alle kanten mogelijk, maar men zal toch in ieder geval de taal die daarbij wordt gesproken, moeten beheersen om echt een goede partij te kunnen meeblazen."

Bijtijds organiseren

"Wie naar dit soort contractverhoudingen kijkt," vervolgt Halewijn, "en deze vergelijkt met wat men traditioneel gewend is, zal vervolgens zelf moeten beoordelen in hoeverre zijn organisatie in staat is om dergelijke activiteiten op een kwalitatief goede manier naar voren te brengen. In veel gevallen zal het toch betekenen dat de organisatie moet veranderen en dat er kennis en kunde in huis moeten worden gehaald. Bovendien moet men zich realiseren dat bij nieuwe projecten behalve de opdrachtgever, de aannemer en eventueel het adviesbureau of het ingenieursbureau, ook nog andere partijen betrokken kunnen zijn. Ik denk daarbij aan degenen die de financiële middelen beschikbaar stellen, de projectontwikkelaars en verder alle partijen die meewerken aan het renderend maken van de infrastructuur." Halewijn benadrukt dat aannemers zich bijtijds met die partijen zullen moeten organiseren om in die projecten een rol van betekenis te kunnen spelen. "Ik denk dat uiteindelijk iedereen krijgt waar hij recht op heeft," zegt hij tot slot. "Wie over een aantal jaren niets heeft gekregen, had er dus ook geen recht op. Als je echt wat met elkaar wilt, als je denkt met elkaar een toegevoegde waarde te kunnen hebben, dan zul je je ook met elkaar sterk moeten maken en samen keuzes en prioriteiten moeten bepalen. In ieder geval zul je een scenario moeten hebben voor de weg waarlangs je dat wilt bereiken."

Verschenen in: Grond-water-wegenbouw, 1998

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl