H. van Hees, voorzitter van de NVAF (1998)

Het specialistisch funderingsbedrijf heeft de toekomst

Henk van Hees is voorzitter van de NVAF. Nu deze vereniging van aannemers funderingswerken het vijftigjarig jubileum viert, wordt Van Hees vanzelfsprekend geconfronteerd met de vraag wat de vereniging in de afgelopen vijftig jaar heeft bereikt en - in de ogen van Van Hees belangrijker - wat nog niet. Dit laatste is natuurlijk ook afhankelijk van de mogelijkheden die in de toekomst voor het funderingsbedrijf zullen zijn weggelegd. Voor Van Hees staat het wat dat betreft vast, dat het de kant op gaat van verdergaande specialisatie. Gespecialiseerde funderingsbedrijven zullen straks de dikste boterham kunnen verdienen. De NVAF moet de branche op de weg daarheen begeleiden en ondersteunen.

"In de funderingsbranche gaat het in de komende jaren om de erkenning en herkenning van specialistische vakgebieden," aldus Henk van Hees, directeur van Woud-Wormer BV in Wormer. "Ons bestaansrecht in de toekomst ligt in de specialistische techniek. Wij moeten niet langer allemaal alle funderingswerken voor een dubbeltje willen doen. Specialiseren is prijstechnisch veel interessanter en de specialistische funderingsonderaannemer heeft daarom de toekomst." Van Hees pleit juist ook daarom voor specialisatie omdat het 'all-round' funderingsbedrijf steeds meer een onbetaalbare zaak wordt. "Het angstige in ons vak is het investeringsklimaat," zo zegt hij. "Wij zijn continu bezig met investeringen in nieuwe machines, nieuwe blokken, nieuwe technieken. Steeds moeten we op nieuwe normen inspelen om ons bestaansrecht veilig te stellen. Op zich is dat een goede ontwikkeling, maar een bedrijf moet er wel de middelen voor hebben. Je ziet daarom ook dat bijna elk heibedrijf aanverwante technieken of aanverwante business heeft om zich te kunnen handhaven. Er zijn maar weinig funderingsbedrijven meer die het puur van heien moeten hebben. En als je kijkt naar de investeringen ten opzichte van de opbrengsten, dan is het rendement heel laag - zelfs negatief. Dat is momenteel gewoon de markt en we hopen dat daar snel verandering in komt."

Betrokkenheid

De NVAF kan in de komende jaren een rol meespelen, net zoals de vereniging dat in het verleden heeft gedaan, bij het verbeteren van de marktpositie van het heibedrijf. Van Hees wijst erop dat zo'n negentig procent van de Nederlandse funderingsbedrijven in de NVAF is verenigd en dat een groot aantal bedrijven ook daadwerkelijk in de vereniging actief is. De betrokkenheid van de leden bij de activiteiten van de NVAF is in het algemeen erg groot. "Je ziet dat bijvoorbeeld in de verschillende werkgroepen van de vereniging," aldus Van Hees. "Soms trekken vijf of zes bedrijven de kar in zo'n werkgroep en dat is dan tien procent van onze leden. Je ziet het ook aan onze ledenvergaderingen. Vroeger hadden we vier bijeenkomsten per jaar en de laatste jaren maar twee. Uit een enquête blijkt dat de meeste leden weer naar dat aantal van vier willen gaan. Dat enthousiasme is bijzonder en dat moeten we zo zien te houden."

Verbeteringen

De band die de funderingsbedrijven binnen de NVAF met elkaar hebben, heeft in de afgelopen vijftig jaar al tot vele verbeteringen in de bedrijfstak geleid. De noemers waaronder de diverse werkgroepen van de NVAF opereren, duiden precies de gebieden aan waarin die verbeteringen tot stand zijn gekomen: arbeidsomstandigheden, opleidingen, algemene voorwaarden, erkenningsregeling, techniek en promotie. Binnen deze werkgroepen worden ook nu nog voortdurend verbetertrajecten in gang gezet en uitgewerkt. Van Hees wijst op bijvoorbeeld het onderzoek naar het beoordelingssysteem van bouwterreinen, de ontwikkeling van een opleiding voor het werken met kleine funderingsmachines, de aanpassing van de erkenningsregeling aan nieuwe voorschriften en niet in de laatste plaats de bemoeienis vanuit de NVAF met de opstelling van Europese normen voor funderingswerken. Belangrijk is natuurlijk ook de plaats die de NVAF als sectie Funderingswerken inneemt binnen de VAGWW en indirect tevens in het GWWO en het AVBB. Hierover zegt Van Hees: "Momenteel voeren we de discussie hoe hoofdaannemers en onderaannemers met elkaar moeten omgaan. Ons einddoel - maar of we dat kunnen bereiken is een tweede - is dat een hoofdaannemer zijn onderaannemers in de inschrijving meeneemt. Nu kan een hoofdaannemer nog met het werk gaan 'leuren' nadat een opdracht aan hem is gegund, maar die praktijk ben je dan voor een goed deel kwijt. Vooral voor de specialistische onderaannemer zou het een hele goede zaak zijn als ook hij in de inschrijving zou zijn vermeld."

Marktvolume

Samengevat stelt Van Hees dat de jubilerende NVAF ook in de toekomst nog veel voor de funderingsbranche kan betekenen, gelet op de betrokkenheid van de leden en gezien de ontwikkelingen waar de vereniging 'bovenop zit'. Een goede toekomst zal er vooral zijn voor de specialistische funderingsonderaannemer. Van Hees gaat ervan uit dat er voor de funderingsspecialist veel werk zal zijn - zoveel in Nederland, dat het zelfs niet aantrekkelijk zal zijn om onzekere of onbekende grondsoorten, risico's, betalingsverplichtingen en voorschriften in het buitenland op te zoeken. Wel is het nog de vraag wanneer die toekomst zich zal aandienen. "Het marktvolume is nu nog veel te laag," zegt Van Hees tot slot, "er is te weinig werk. We denken dat het aantrekt, maar nog niet in 1997. De grote infrastructurele werken komen pas in de volgende eeuw en ook daarbij is het nog de vraag wie daarin meekan. Wij zijn bang dat er voor zo'n werk als de hogesnelheidslijn, dat tien miljard kost, tien bestekken van een miljard voor tien grote aannemers zullen komen. Je moet dan maar afwachten of je daar een onderdeel van kunt zijn."

Verschenen in: Grond-water-wegenbouw, 1998

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl